Plus Achtergrond

De historie van de Nieuwe Kerk: ooit de grootste ‘zaal’ van de stad

Terug naar het roomse verleden: de kleurrijke Boelenskapel (boven) en het vergulde koorhek (links). Beeld Evert Huizinga

Trots op de eigen historie presenteert de Nieuwe Kerk deze zomer verhalen over het gebouw en zijn gebruikers: ridders, zeehelden, koninginnen, huisvrouwen en organisten.

De klimexcursie in de Nieuwe Kerk is in feite het bestijgen van een stenen trap. “Een wel hele luxe opgang voor een organist,” zegt Henk Verhoef, die de pers deze vrijdagmiddag mee naar boven neemt naar het grootste orgel van Nederland. “De trap was eigenlijk bedoeld voor de toren op deze kerk, alleen is die toren nooit gebouwd.

In 1645, na een brand die de Nieuwe Kerk in een bouwval veranderde, was het kerkbestuur van plan de opknapbeurt te bekronen met een 115 meter hoge toren. Niet alleen zou het de hoogste kerktoren van Nederland worden, deze toren zou ook het aftandse stadhuis op de Dam in de schaduw zetten.

Hoe het precies gegaan is, valt niet meer te achterhalen, maar de toren is er nooit gekomen. Er werd ingezet op een nieuw stadhuis, het huidige Koninklijk Paleis op de Dam.

Video’s en projecties

Verhoef zal, afgewisseld door zijn collega Bernard Winsemius, in de zomer elke vrijdagmiddag groepjes bezoekers meenemen, de trappen op naar boven. Ze klimmen door de nog resterende voet van die beoogde toren en dan krijgen ze het verhaal over het beroemde zeventiende-eeuwse hoofdorgel, gebouwd door de Duitser Hans Wolff Schonat. De organisten-rondleiders zullen het ook bespelen.

“Het is het beroemdste en belangrijkste zeventiende-eeuwse orgel ter wereld,” zegt Verhoef. “En veel van de 5005 pijpen waaruit dit orgel bestaat, zijn bewaard gebleven uit die tijd.”

De klimexcursie is een van de attracties van de nieuwe zomeropstelling van de Nieuwe Kerk. Reis door de tijd is de titel van die expositie. Vorige zomer moest het gebouw dicht vanwege groot onderhoud, nu blijven de deuren dus open. Reis door de tijd laat de bezoeker aan de hand van een vernieuwde audiotour, video’s en projecties kennismaken met de geschiedenis van de Nieuwe Kerk.

Zakkenrollers

Deze kerk was ooit de grootste ‘zaal’ van de stad en in die periode was het er een drukte van belang. Er werd gehandeld, de was werd er gedroogd, Amsterdammers flaneerden hier, er werd gedoopt, getrouwd, begraven, men moest er op zijn hoede zijn voor zakkenrollers, er werd gepreekt en op het orgel gespeeld. De kerk transformeerde in de loop der tijd van tweede kerk tot hoofdkerk tot koninklijke kerk.

De bezoeker kan zich laven aan verhalen over middeleeuwse families, de Beeldenstorm (na de Alteratie van 1578 gaat de van oorsprong katholieke kerk naar de protestanten), koninklijke ceremonies, vrijgevochten stedelingen, Hollandse admiraals en schrijvers. Zich vergapen aan engelen op pilaren, de liefdesknoop voor de familie Van Baerle, de eenvoudige zerk voor een onbekende huisvrouw, de verschillende Oranjes op de gebrandschilderde ramen, verstopte kapellen, de dooptuin, monumenten van zeehelden, en de indrukwekkende preekstoel.

En hij kan geconfronteerd worden met de Ridder van Jeruzalem. Die naam kreeg Claes Hillebrantsz. Boelens-den Otter (1496-1540). Hij is beroemd geworden doordat hij als kruisridder een pelgrimstocht naar het Heilige Land en Jeruzalem volbracht, wat hem de erenaam Ridder van Jeruzalem opleverde. Hij ligt in de Boelenskapel begraven, een van de oudste delen. Het is een onverwacht kleurrijke kapel, zoals die er in de tijd dat de kerk nog katholiek was, moet hebben uitgezien. Bovendien is Boelens’ graf het enige zestiende-eeuwse graf in Amsterdam waarop een persoon is afgebeeld.

Ontvangstkamer

Een ander interessant deel van de Nieuwe Kerk is de achttiende-eeuwse Kerkmeesters­kamer, een ontvangstkamer voor koningen, koninginnen en andere beroemde eregasten. Hier werd het geld verzameld dat was binnengehaald met collectes. Te zien is nog het kraantje waar de kerkmeesters hun handen wasten na het tellen van de munten.

Natuurlijk komt de bezoeker ook langs het praalgraf van zeeheld Michiel de Ruyter, die er in 1677 werd begraven. Hij is de enige van wie de beenderen nog in de tombe liggen. Op het bordje bij het graf is te lezen: ‘Tegenwoordig valt zijn naam steeds vaker in het debat over de slavenhandel van de republiek.’ Waarmee de Nieuwe Kerk keurig met zijn tijd meegaat.

Reis in de tijd, de Nieuwe Kerk, tot en met 14/9. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden