Interview

De held kun je in dit kinderboek zelf kiezen

Met een avonturen­boek over een prinsje en een prinsesje die elkaar redden, wil auteur Marloes Kemming (1983) bijdragen aan een meer inclusieve verhalenwereld. ‘Clichés zitten er in kinderboeken zo vaak ingebakken.’

Schrijver Marloes Kemming: ‘Ik wilde niet dat het prinsesje Pernille wit zou zijn.’Beeld Lisa van Winsen

In Ik kom je redden zien het prinsesje Pernille en het prinsje Pepijn ieder vanuit hun eigen toren dat de ander in gevaar is, en gaan ze elkaar redden. Het ‘omkeerboek’ bestaat uit twee verhalen – het ene vanuit het perspectief van het prinsesje, en het ander vanuit dat van het prinsje – die halverwege samenkomen, waarna de lezer het boek kan omdraaien om het andere verhaal te lezen.

“Eigenlijk heb ik het verhaal geschreven dat ik vroeger zelf had willen lezen,” zegt Kemming. “Als kind vond ik sprookjes saai; de prinses werd gered door de prins en beleefde verder niets. Doornroosje miste zelfs alles omdat ze lag te slapen; heel stom. Liever las ik over stoere meisjes die zelf op avontuur gingen.”

Waarom schreef u dan niet gewoon een verhaal over een stoer meisje?

“Dat had gekund, maar ik vind het leuk dat de verhalen van het prinsje en het prinsesje gelijkwaardig zijn. Gendergerelateerde clichés en stereotypen zitten er in kinderboeken vaak zo ingebakken; de stoere jongen en het hulpeloze meisje. Terwijl de fysieke verschillen bij jonge kinderen nog helemaal niet zo groot zijn.”

“In dit boek redt het prinsesje het prinsje net zo goed als andersom. De lezer kan zelf de held kiezen, zo krijgen kinderen mee dat dapperheid niet van gender afhangt. En die boodschap hoeft niet zo serieus te zijn. Kinderen zullen echt niet denken; oh wat leuk, een boek over representatie! Voor hen is het gewoon een spannend avonturenboek. Maar die boodschap krijgen ze onbewust mee, zonder dat het letterlijk benoemd wordt. Door een cliché eerst te benoemen en dan te ontkrachten, bevestig je toch dat het de norm is.”

“Beter kun je de norm oprekken, het spectrum breder maken. Voor jongens zijn er ook genoeg verwachtingen en clichés. Prinsje Pepijn in het boek is dapper door een raadsel op te lossen, in plaats van door te vechten. Volgens mij is die norm verbreden voor jongens en meisjes even belangrijk.”

Wat is uw inspiratie geweest?

“Uit onderzoek blijkt dat kinderen al op twee­jarige leeftijd hun beeld van gender ontwikkelen, en de daarbij horende norm en stereotypen begrijpen. Het is dus belangrijk dat juist prentenboeken inclusief en representatief zijn. Daar halen peuters hun kennis over het leven uit, aangezien hun letterlijke leefwereld heel klein is. Kinderen zouden op die vormende leeftijd al een breed beeld mee moeten krijgen van alle mogelijkheden, en allerlei manieren van zijn en van samenleven gezien moeten hebben.”

“Voor een inclusief wereldbeeld is een inclusieve verhalenwereld nodig. Kinderen zoeken herkenning. Waarom moeten kinderen die afwijken van de norm zich alleen kunnen herkennen in boeken waarbij die ‘afwijking’ het onderwerp is? En dat geldt zowel voor gender als voor verschillende etniciteiten, seksuele geaardheden, fysieke beperkingen, noem maar op.”

“Als het voor het verhaal niet uitmaakt, zou een fictieve moeder die de kamer uitloopt net zo goed een lezing kernfysica kunnen gaan geven als een taart gaan bakken. Dan sluipt die diversiteit er een beetje in.”

Ziet u bij kinderboeken een verschuiving plaatsvinden naar meer representativiteit?

“Nederlandse uitgeverijen letten er tegen-woordig goed op dat kinderboeken diverse karakters hebben. Maar de verschuiving gaat traag omdat kinderen boeken van vroeger ook nog steeds lezen. Dat is niet erg, zolang het maar onderdeel is van een breder aanbod.

Het is een bewustwordingsproces, je begint logischerwijs met schrijven vanuit je eigen belevingswereld. Maar zo sluipen er wel stereotypes in.”

“Ik let er zelf ook op, ik wilde bijvoorbeeld niet dat Pernille in het boek wit zou zijn. Ik ben heel blij met hoe Lisa van Winsen haar en prinsje Pepijn geïllustreerd heeft. Er moeten voor iedere vorm van hoe kinderen hun leven kunnen leiden en voor hoe zij zich voelen, mooie rolmodellen zijn. Dan kan iedereen binnen al die voorbeelden zijn eigen voorkeuren bepalen. En als je dan nog steeds een prinses wil zijn, ­prima.”

Wat heeft een inclusief wereldbeeld op de ­peuterleeftijd voor positieve gevolgen voor de rest van het leven?

“Het is positief als kinderen weten dat ze goed zijn zoals ze zijn, en dat ze weten dat dat ook voor anderen geldt. Dat leidt tot meer accep­tatie. Kinderen kunnen met diverse personages meeleven, niet alleen als ze op hen lijken. Ze zullen minder snel iemand anders gek vinden, of de behoefte hebben anderen aan de norm te laten voldoen. Het is goed om te weten dat afwijken van de norm niet erg is, maar nog fijner als je gewoon jezelf mag zijn; als die norm zoveel oprekt dat je er niet vanaf hoeft te wijken.”

Ik kom je redden, Marloes Kemming, Moon, €14,95Beeld Tim Hoenson
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden