Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

De groter schrijver deelde zijn pijnstillers

PlusMarjolijn de Cocq

Toen ik eerder deze maand in Stockholm was voor een interview met journalist Matilda Gustavsson over haar verstrekkende #MeToo-onthullingen in de Stockholmse kunstwereld en haar ontluisterende boek Het bolwerk, ging ik ook op zoek naar sporen van een eerder verblijf. In mei 2003 was ik in de stad geweest voor de Zweedse schrijver Per Olov Enquist (1934), van wie toen net De reis van de voorganger was gepubliceerd en die in 1999 internationaal was doorgebroken met Het bezoek van de lijfarts.

In een tijd dat vliegen nog duur was en een langer verblijf goedkoper dan even op en neer, had de krant waarvoor ik toen werkte een kamer voor me geboekt, vlak bij Enquists schrijfappartement. Een ondergrondse kamer, zonder raam, om de kosten nog wat te drukken.

Inmiddels heb ik het artikel van toen in de databanken kunnen achterhalen. Het appartement, zo schreef ik, bevond zich in een opvallend complex van de Spaanse architect Bofill. Dat is met streetview achteraf makkelijk terug te vinden: op het zuidelijke eiland Södermalm. En de winkelstraat waar dat hotel aan lag moet dan Götgatan zijn geweest.

Niet gek dat ik die niet terugvond; dit keer bezocht ik juist de noordzijde van het centrum. En zoveel had ik toen ook weer niet van de stad meegekregen. Het grootste deel van mijn trip bracht ik ondergronds door. Aan bed gekluisterd. Ik herinner me een eindeloze avond Eurovisie Songfestival. Het werd in Letland gehouden, voor Nederland deed Esther Hart mee die met One More Night dertiende werd, Turkije won (Wikiweetjes). Ik voelde me heel erg alleen en heel, heel erg zielig.

Ik was, door een misstap thuis op de trap, door mijn rug gegaan en kon me bijna niet voort­bewegen. Op dag drie van de vier schuifelde ik kromgetrokken op het afgesproken tijdstip naar de grote schrijver. Die opende de deur, monsterde me, installeerde me op de bank, en deelde de pijnstillers die hij vanwege een voetblessure slikte. Opgelucht trok hij zijn schoenen uit, hier hoefde niemand meer de schijn op te houden. Op kousenvoeten redderde hij met oploscappucino, vertelde openhartig over zijn lichamelijk verval, over zijn drankzucht in de jaren tachtig. Over persoonlijke demonen, trauma’s, terug te voeren op zijn jeugd in een sektarische geloofsgemeenschap in Noord-Zweden, die hij in zijn nieuwe boek van zich had afgeschreven.

Daarna zette hij me in een taxi naar zijn chiropractor. Die wist me enigszins overeind te kraken, waardoor ik die laatste dag nog een beetje door Stockholm heb kunnen scharrelen. Gaat het nu ergens over het Songfestival – en wat gaat het nu vaak over het Songfestival – dan denk ik terug aan mijn held op sokken.

Ik moest hem maar eens gaan herlezen, straks in mei, op die lange avonden van wansmaak.

Marjolijn de Cocq is chef boeken bij Het Parool. Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden