PlusVoorpublicatie

De grote Russische componist Neubach uit Erik Voermans’ debuutroman gaat zijn ondergang tegemoet

Het Concertgebouworkest onder leiding van Bernard Haitink in de Grote Zaal van het Concertgebouw op12 oktober 1962. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Het Concertgebouworkest onder leiding van Bernard Haitink in de Grote Zaal van het Concertgebouw op12 oktober 1962.Beeld Stadsarchief Amsterdam

De licht ontvlambare Rus Vladimir Neubach, lievelingspupil van Sjostakovitsj, vlucht in 1953 van Moskou via Berlijn naar Amsterdam. Daar groeit hij, in de debuutroman Neubach van Erik Voermans, uit tot de succesvolste componist van zijn generatie. Op het hoogtepunt van zijn roem, als hij in opdracht van het Concertgebouworkest werkt aan een requiem, gaat hij zijn onontkoombare ondergang tegemoet, geplaagd door schimmen uit het verleden. Een voorpublicatie.

Erik Voermans

Het Concertgebouw zat vol bij het extra concert dat Spiegel van deze tijd was gedoopt. Op het programma stonden zes stukken, van een kwartier elk. Het Concertgebouworkest zou onder leiding staan van Mattheo Grossato, de dirigent die door de actievoerende componisten naar voren was geschoven als de man voor de eigentijdse muziek. Zij vonden dat hij een positie moest krijgen naast chef-dirigent Haitink.

In een opzienbarend interview met Grossato in Het Parool liet de Italiaan zich ontvallen dat het hem aan tijd ontbrak om zo’n post te bekleden, en ook aan zin. Hij sympathiseerde met de actievoerders, maar ze hadden hem nooit iets gevraagd. Was dat wel gebeurd, dan had hij ze kunnen zeggen dat hij veel te veel in beslag werd genomen door zijn eigen muziek. Die hele actie was kortom een luchtkasteel. Dat laatste had Grossato niet gezegd, maar dat was de conclusie van de verslaggever.

De stemming zat er dus goed in, in de Grote Zaal waar alle actievoerders aanwezig waren.

Het programma zou beginnen met een nieuw werk van Govert de Lange, dat Metric Permutations VII heette, gevolgd door Das Grosse Schweigen van Johan van Engelen, Winds of Change van Petrus Brugman, Ein Portrait Alban Bergs van Willem Sauter en Wipwapwop van Frederik Furtwängler, een ver familielid van de beroemde dirigent Wilhelm Furtwängler, een man die weliswaar muziek voor klassieke ensembles schreef, maar zich veel meer thuis voelde in de wereld van de jazz en de geïmproviseerde muziek. Het concert zou eindigen met Angels van Neubach, het lange deel uit Red and Black.

Het stuk van De Lange werd beleefd uitgezeten en kreeg na afloop een anemisch beleefdheidsapplaus, dat al ophield toen de componist nog op het podium stond te buigen. In een loden stilte liep hij terug naar zijn plaats. Voor Van Engelen en Brugman was het enthousiasme nauwelijks groter.

Misbaksels en misgeboorten

In de pauze werd Neubach aangesproken door een man die zich voorstelde als Sjeng Schmetz. Hij wilde weten wat Neubach van de stukken vond die waren gespeeld.

“Ik heb geen mening over het werk van collega’s. Nou ja, die heb ik wel, maar die houd ik voor me. Ik weet hoe moeilijk het is een slecht stuk te schrijven, laat staan een goed stuk en dat is alles wat ik kan zeggen. Sorry. U had misschien wat gepeperder teksten verwacht.”

“Nou, ik vond alle drie de stukken ronduit afgrijselijk. Niet om aan te horen. Wie zit er nou op zulke misbaksels te wachten? Welke dirigent gaat deze misgeboorten nou nog ooit op het programma zetten? Je kon zelfs aan Grossato zien dat hij er niet in geloofde.”

“Zit u ook in de muziek?” vroeg Neubach.

“Ah, ja, dat heb ik er niet bijgezegd, neem me niet kwalijk. Ik ben dirigent. In Limburg. Harmonie- en fanfare-orkesten. We zijn vorig jaar Nederlands kampioen geworden.”

“Nog gefeliciteerd,” zei Neubach. “Ik ben niet vertrouwd met de wereld van de blaaskapellen. Ik hoop dat u me kunt vergeven.”

“Uiteraard. Ik zou anders mijn volgende vraag ook niet kunnen stellen. Volgens mij hebt u nog nooit iets voor hafabra, zoals wij dat noemen, geschreven.”

“Hafabra?” “Harmonie, Fanfare, Brassbands.’” “Ach, natuurlijk.’‘Zou u dat niet eens willen doen? Er is een grote behoefte aan werkelijk goede muziek in de hafabra. En het afzetgebied is in potentie enorm. Over de hele wereld heb je blaaskapellen, om uw terminologie over te nemen. U zou er steenrijk mee kunnen worden.” Schmetz schaterde om zijn eigen opmerking.

“Ik zal het in overweging nemen. Het toeval wil dat het stuk dat Grossato straks van me dirigeert, is gestructureerd rond koralen van de hout- en koperblazers. Zoek me na afloop van het concert nog eens op, als u wilt, en laat me weten wat uw indrukken waren.”

“Dat doe ik. Waar kan ik u ontmoeten?”

“Probeert u eerst de dirigentenkamer maar. Weet u die te vinden?”

“Die is toch boven?’” Neubach knikte. Op de gang klonk voor de tweede maal een belsignaal, een dalende gebroken majeurdrieklank, die aangaf dat de pauze ten einde was.

“We moeten naar binnen,” zei Schmetz. “Ik hoop u straks te zien.”

“Zeker,” zei Neubach. “Veel plezier met de rest van het concert. Of sterkte.”

Wip, wap of wop

Over het programma na de pauze was het publiek duidelijk beter te spreken. Flottérus had de avond doeltreffend ingericht. Het werk van Sauter was weliswaar epigonistisch en leek een blauwdruk van stukken die Alban Berg veertig jaar terug al had geschreven, maar het klonk niettemin voortreffelijk. Een talent en een vakman. Wipwapwop zorgde daarna voor veel consternatie. De orkestleden betraden één voor één het podium, gingen met hun instrument onder de arm op de bok van de dirigent staan en schreeuwden daar ‘wip’, ‘wap’ of ‘wop’, om vervolgens aan de andere kant de bühne weer te verlaten.

Dirigent Grossato zat al die tijd op de plek waar normaliter de concertmeester was gepositioneerd. Naar voorschrift van de componist moest hij ‘verveeld de zaal in kijken en af en toe gapen’, wat hij vol overgave leek te doen. Na een paar minuten begon in de zaal onder het publiek een geroezemoes dat pas ophield toen het stuk was afgelopen. Frederik Furtwängler kwam breed lachend naar voren gelopen en nam met innemend onhandige hoofdknikjes het luide boegeroep in ontvangst.

Toen was het de beurt aan Neubachs Angels. Al bij de eerste episode met raadselachtig doorzichtige koperakkoorden, waarin de spanning tussen consonantie en dissonantie heel precies was afgewogen, ging er een golf van ontroering door de zaal. Toen het stuk na vijftien minuten was afgelopen, bleef het minstens tien seconden doodstil. Niemand durfde te applaudisseren. Een vrouw verbrak die stilte door luid ‘bis!’ te roepen, een verzoek dat als een veenbrand door de zaal ging, gevolgd door donderend geraas van klappende handen en stampende voeten.

Grossato had weinig keus. Het orkest speelde het stuk nogmaals en Neubach werd na afloop onder luid gejuich op het podium genood.

In de dirigentenkamer vloog een rood aangelopen Schmetz hem bijna om de hals.

“U bent een genie! En ik stá erop dat u Angels bewerkt voor harmonieorkest!”

“Dank u, ik zal erover nadenken,” zei Neubach. Hij liep naar Flottérus, die hem met een beminnelijke glimlach begroette.

“Ik dacht dat ons punt wel gemaakt was, meneer Neubach,” zei Flottérus. “Ik feliciteer u met uw prachtige stuk. Het heeft me aangegrepen, vooral die solo van de althobo boven dat koor van zachte hoorns, trombones en trompetten in het middendeel.”

“Ik dank u. Ik vind dat ook het best gelukte moment.”

Hij wenkte Zjenja. “Mag ik u aan mijn vrouw voorstellen? Zjenja, dit is Jan Ffff...”

“Jan Flottérus van Herkema,” vulde Zjenja snel aan. “Ik weet wie u bent en ik wil u bedanken voor deze bijzon- dere avond.”

“Bijzonder, ja, zo zou je het wel kunnen noemen,” zei Flottérus. Hij gaf Neubach een knipoog.

Govert de Lange had zich als enige niet in de dirigentenkamer laten zien.

Toen Neubach met Zjenja het vertrek verliet, had hij met geen van de andere componisten een woord gewis- seld.

Musicoloog, componist, redacteur

Erik Voermans (Den Haag, 1958) is musicoloog en componist en was vanaf 1995 redacteur klassieke muziek van Het Parool. Neubach is zijn debuutroman. In 2019 publiceerde Afdh Voermans’ boek Eerste Hulp Bij Klassieke Muziek, een collectie van honderdvijftig mini-essays van ‘een oecumenisch muziekliefhebber’.

NEUBACH
Erik Voermans,
Afdh uitgevers, €22,50
272 blz.
Verschijnt op 24 augustus.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden