PlusInterview

De Groene-hoofdredacteur Xandra Schutte: ‘Ieder land heeft een elite nodig’

De Groene Amsterdammer weet zich te onttrekken aan de misère op de bladenmarkt. Sterker: het lijfblad van intellectueel Nederland krijgt er onder Xandra Schutte alleen maar abonnees bij.

Xandra Schutte, hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer.Beeld Erik Smits

‘Over tien jaar ­bestaan alleen Elsevier en De Groene nog als opinieweekbladen,” zei Xandra Schutte (56) in 2008 bij haar aantreden als hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer. Dat was lef hebben: De Groene had op dat moment een betaalde oplage van een schamele 13.000 stuks, chronisch geld­gebrek en een wat stoffig imago. Maar Schutte was ervan overtuigd dat weekbladen een helder profiel nodig hadden om te overleven.

“Veel weekbladen stonden aan de links-liberale kant, net als de meeste kwaliteitskranten. Dan moet je iets anders doen. Elsevier is een duidelijk rechts blad, wij onderscheiden ons door een slag intellectueler te zijn.”

Schuttes woorden bleken profetisch: inmiddels bestaan Vrij Nederland en HP/De Tijd alleen nog als maandblad, Nieuwe Revu dreigt op te gaan in Panorama. En de betaalde oplage van De Groene is in twaalf jaar gestegen naar 25.000 exemplaren.

Het geheim van De Groene is eigenlijk niet zo heel ingewikkeld, legt Schutte uit. “De Groene is een nicheblad, voor een heel specifieke, hoogopgeleide doelgroep. Dat betekent dat we, in tegenstelling tot kranten, veel dingen niet hoeven te doen. Dus geen rubriekjes over lifestyle, koken of tuinieren. We doen ook niet mee aan het personaliseren van nieuws, plaatsen geen human interest-interviews, laten sport links liggen. In plaats daarvan focussen we ons op diepgravende analyses, essays, onderzoeksjournalistiek. Voor veel lezers zullen we daardoor altijd een slag te zwaar zijn, maar voor een kleine groep mensen die dieper geïnformeerd wil worden, is De Groene het enige medium.”

Financieel is het blad inmiddels ook gezond. “We kunnen journalisten fatsoenlijk betalen, het is geen liefdewerk oud papier meer. Vroeger stuurden we onze abonnees ieder jaar een bedelbrief, waarin om donaties werd gevraagd. Martin van Amerongen (oud-hoofdredacteur, red.) kon dat heel goed, die schreef dan dat we in ‘beschaafde armoede’ leefden en dat er geen geld meer was voor paperclips.”

“Gelukkig hoeft dat niet meer, we ontvangen nog steeds geld van lezers, dat wordt nu ­besteed aan bijzondere journalistieke producties. En de donateurs krijgen er dit jaar het boek over de geschiedenis van De Groene voor terug (zie kader).”

Wie is de typische lezer van De Groene?

“Onze lezers kunnen achttien of tachtig jaar oud zijn, ze zijn doorgaans bovenmatig maatschappelijk geïnteresseerd en geëngageerd en willen graag diepgaand geïnformeerd worden. Ze willen een blad dat ze aanzet tot nadenken.”

“Twintig procent van onze lezers woont in Amsterdam, de rest overwegend in de ‘green belt’, die grofweg van Bloemendaal, via het Gooi en Zeist, richting het oosten loopt. Plekken waar sociaal-liberaal gestemd wordt. En we worden ook veel gelezen in universiteitssteden.”

“Sommige mensen zijn al zestig jaar abonnee, vanaf hun studententijd. En nog steeds is De Groene een blad voor de student die zich als intellectueel wil afficheren.”

Lezen ze het blad daadwerkelijk of is De Groene een statussymbool voor op de koffietafel?

“Abonnees lezen gemiddeld een uur en drie kwartier in één nummer. Het mag geen blad van beton zijn, daarom investeren we in verhalen die goed geschreven zijn, waarin voldoende aandacht is voor het verhalende element. En qua vormgeving zijn we ook wat opener geworden. Maar De Groene is een intellectueel blad, daar past een tekstuele uitstraling bij. Zoals The New Yorker, The Atlantic en The New York Review of Books dat ook hebben.”

Toen u in 2008 begon zei u in een interview: ‘Ik vind het niet noodzakelijk dat Groeneredacteuren de straat opgaan. Ze moeten veel lezen en veel met mensen praten, en dan niet met de zogenaamde gewone man, maar met denkers, politici, schrijvers en wetenschappers’. Geldt dat nog steeds?

“Nee, ik kan me zelfs nauwelijks voorstellen dat ik dat heb gezegd! Redacteuren komen wel degelijk achter hun bureau vandaan, dat is essentieel. De laatste jaren hebben we fors geïnvesteerd in onderzoeksjournalistiek. Dat begon met het geven van masterclasses en heeft geresulteerd in een onafhankelijk platform, Investico, waar meerdere media bij aangehaakt zijn. Zo hebben we veel geschreven over de schuldenindustrie. Dan moet je ook met mensen praten die dat aangaat.”

“Misschien doelde ik op het halen van ‘voxpopjes’, dat doen we inderdaad niet. Net zoals we de meeste relletjes en nieuwshypes laten schieten en ook niet heel dicht op de actualiteit hoeven te zitten. Dat doen de kranten uitstekend. Ons onderscheidend vermogen is dat we meer tijd uittrekken voor verhalen. De Groene schrijft over wat ik ‘structurele actualiteit’ noem: de kloof tussen arm en rijk, het klimaat, spanningen rond Europa, racisme, thema’s die om een diepere analyse vragen. Ook vragen we vaak academici of andere denkers om essays voor ons te schrijven. We hebben nu eenmaal een intellectuele traditie.”

Intellectualisme is de afgelopen jaren enigszins verdacht geworden, net als het begrip elite.

“Het is goed om te proberen die afkeer van de elite te begrijpen. Daar hebben we zelfs een ­themanummer over gemaakt. Ieder land heeft een elite nodig, daar is niks mis mee. Maar het moet geen gesloten groep worden, die mensen uitsluit. Nederland heeft een zelfontkennende elite, niemand wil toegeven dat hij ertoe behoort.”

De Groene Amsterdammer schrijft zelden over populaire cultuur. Zegt The Voice of Holland niet meer over de maatschappij dan de Meesterpianisten in het Concertgebouw?”

“Dat denk ik wel. Maar om met het laatste te beginnen: we hechten aan serieuze kunst­kritiek, omdat de ruimte daarvoor steeds kleiner wordt binnen de journalistiek. In kranten lees je soms recensies van 200 woorden. Dan kun je nauwelijks meer van serieuze kritiek spreken, maar wordt het meer signalering.”

“Ik zou ook graag meer stukken over populaire cultuur in het blad hebben, maar het is een lastig genre. Je moet dat doen vanuit een soort cultuursociologisch perspectief, het moet intelligent geschreven zijn, niet al te licht, maar ook niet te academisch, want dan wordt het gortdroog. We hebben een aantal goede schrijvers die dit soort stukken kunnen maken, maar ik zou er graag meer van zien.”

Zijn zulke auteurs moeilijk om te vinden?

“Ons geluk is dat De Groene altijd een magneet is geweest voor jonge, slimme mensen met een grote ambitie om voor ons te schrijven. We leiden jonge journalisten ook steeds beter en professioneler op, worden steeds opener. En er komen steeds weer lezers bij: sinds de coronacrisis hebben we 5000 nieuwe proefabonnees. Van ontlezing hebben we weinig last. Ik zeg vaak: de laatste lezer zal een Groenelezer zijn.”

Verstandig

Vorige maand is het boek Geestdrift met verstand verschenen, over de geschiedenis van De Groene Amsterdammer. Journalist en historicus Rob Hartmans dook in de archieven van het blad, dat in 1877 werd opgericht als De Amsterdammer. Het lijvige boek (704 bladzijden) is een uitbreiding van een in 2002 uitgegeven jubileumuitgave. In de hernieuwde versie gaat Hartmans met name dieper in op de eerste decennia van het blad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden