PlusAchtergrond

De goede oude nieuwsbrief is terug: journalisten worden hun eigen uitgever

De ouderwetse nieuwsbrief beleeft een heropleving. Het stelt journalisten en hobbyisten in staat om hun eigen ‘krantje’ te maken, gratis of betaald. In de Verenigde Staten kunnen sommigen er al van rondkomen.

Media-experts zien de nieuwsbrief als de toekomst voor de journalistiek. ‘Het gaat in tegen alles wat sociale media groot maakte.’  Beeld Getty Images/EyeEm
Media-experts zien de nieuwsbrief als de toekomst voor de journalistiek. ‘Het gaat in tegen alles wat sociale media groot maakte.’Beeld Getty Images/EyeEm

De nieuwsbrief gold jarenlang als een tamelijk archaïsch en weinig effectief communicatiemiddel. Een relikwie uit de periode dat e-mailen nog voor innovatief doorging, ergens in het tijdperk tussen de postduif en Hyves in. Maar de nieuwsbrief is terug. Sterker nog: tech- en media-experts zien de nieuwsbrief als de ­toekomst voor de journalistiek.

Dit heeft met name te maken met de groeiende populariteit van Substack, een Amerikaans platform waarmee journalisten eenvoudig hun eigen betaalde nieuwsbrief kunnen maken. Het geeft ze de mogelijkheid om, buiten de gevestigde mediabedrijven om, een directe relatie aan te gaan met lezers, die tegen een kleine maan­delijkse vergoeding op de hoogte worden ­gehouden over specifieke onderwerpen. In de Verenigde Staten hebben meerdere toonaan­gevende journalisten, zoals Glenn Greenwald en techjournalist Casey Newton, de overstap al gewaagd: ze namen ontslag bij de nieuws­organisatie waarvoor ze werkten en gingen ­verder als eenmansuitgeverij. Ze kunnen er ­inmiddels goed van leven. Zover is het in Nederland nog niet, maar ook hier mag de nieuwsbrief zich verheugen in groeiende populariteit.

Elger van der Wel begon in 2015 een nieuwsbrief, over innovaties in de journalistiek en de ­mediawereld. Hij bouwde gestaag een eigen ­publiek op, en inmiddels verstuurt hij iedere zondag aan ruim 1400 abonnees een mail ­waarin hij interessante ontwikkelingen in de journalistiek uitlicht en voorziet van commentaar. Soms is de toon zakelijk, soms persoonlijk, dan weer meer essayistisch. Onder het kopje ‘dit wil ik ook nog met je delen’ staan een stuk of twintig links naar artikelen die Van der Wel de moeite waard vindt.

Van der Wel besteedt zo’n vier uur per week aan het maken van zijn nieuwsbrief. Hij ­verdient er, behoudens af en toe een donatie van een paar tientjes van een tevreden lezer, vooralsnog niks mee. “Maar daar is het me ook niet om te doen. Ik vind het leuk, het helpt me mijn vakgebied bij te houden en het levert me, naast waardering van lezers, ook opdrachten op als zzp’er.”

Betalen voor nieuws

Hij ziet een opleving van de nieuwsbrief. “Het gaat in tegen alles wat sociale media groot heeft gemaakt: de informatie is beperkt, staat los van algoritmen en is gericht op een heel specifieke doelgroep. De belofte van de nieuwsbrief is: als je dit hebt gelezen, ben je over dit onderwerp helemaal bij.” Van der Wel maakt zijn nieuwsbrief met Revue, een Utrechts bedrijf dat begin dit jaar werd overgenomen door Twitter. Revue maakt het, net als Substack, mogelijk eenvoudig tekst, links en plaatjes in een nieuwsbrief te ­zetten. Zo kan een eigen ‘krantje’ worden ­samengesteld, dat gratis of tegen betaling verstuurd wordt.

Jonas Kooyman is freelancejournalist voor ­onder meer het NRC en Elle. Hij verstuurt sinds begin 2020 wekelijks De Havermelkelite, een nieuwsbrief over de tijdgeest en ‘de stedelijke ­levensstijl’. “Het leek me leuk een soort eigen minitijdschrift te hebben, waarin ik lezers kan meenemen in mijn leefwereld. Met Substack kon dat heel eenvoudig,” zegt hij. Inmiddels heeft Kooyman 4300 abonnees. Hij besloot ­afgelopen maart om naast de gratis versie ook een betaalde nieuwsbrief te beginnen, voor 3,50 euro per maand: ‘de prijs van een meeneem­koffie’. Hij heeft nu 350 betalende lezers. “Ruim duizend euro per maand, een fijne aanvulling op mijn inkomen. Het zou een droom zijn ervan te kunnen leven, maar of dat realistisch is weet ik niet.”

Ongeveer 5 procent van de mensen die ­geabonneerd zijn op een gratis nieuwsbrief zijn bereid er ook voor te betalen, blijkt uit onderzoek. Dus om duizend mensen bereid te vinden 5 euro per maand te betalen, heb je een aan­vankelijk lezersbestand van twintigduizend mensen nodig. En dat is, binnen het kleine ­Nederlandse taalgebied, lang niet eenvoudig. Maar, ziet ook Van der Wel, de bereidheid te ­betalen voor content neemt wel toe. Steeds meer podcasts draaien ook op een donatie- of abonnementsmodel. En voor de jonge generatie, die is opgegroeid met Spotify en Netflix, is het veel normaler te betalen voor online diensten. Het vorige week verschenen Digital News Report meldde dat de bereidheid geld neer te tellen voor nieuws duidelijk toeneemt.

Bundelen van informatie

Al zijn er ook nog genoeg nieuwsbriefmakers die er geen geld aan wíllen verdienen. Een van hen is Helmut Boeijen, die iedere maandag­ochtend aan zijn tweeduizend abonnees de ­DocUpdate verstuurt. Hierin recenseert hij alle documentaires die die week op televisie komen, plus de interessante docu’s op streamingdiensten. “Het is een hobby, en ik wil ook dat het een hobby blijft. Ik heb een baan als docent bij de Fontys Hogeschool Journalistiek, en maak voor 2Doc ook een nieuwsbrief. Mijn eigen nieuwsbrief maak ik in de avonduren.”

Een monnikenwerk, want het is Boeijen zijn eer te na een documentaire te missen. Dus kijkt hij alles, soms tot diep in de nacht. “Ik heb ­kennelijk die zendingsdrang in me.” Boeijen krijgt geen geld, maar wel veel waardering van zijn lezers. “De meeste mensen zijn geïnteresseerd in documentaires, maar hebben geen tijd om alles bij te houden. Ik breng een onoverzichtelijk terrein voor hen in kaart.” In dat bundelen van informatie over een specifiek onderwerp schuilt dan ook de kracht van de nieuwsbrief, zeker in een tijd waarin steen en been wordt ­geklaagd over ‘infobesitas’.

In Een podcast over media van Alexander Klöpping en Ernst-Jan Pfauth, proberen zij hun terugkerende gast Bas Heijne al tijden over te halen het NRC te verlaten en zijn stukken voor­taan via Substack te verspreiden. Heijne voelt daar nog weinig voor, onder meer omdat hij zich nog altijd verbonden voelt met de krant. Maar het lijkt een kwestie van tijd voor de eerste ­Nederlandse journalist van statuur – die minder last heeft van loyaliteitsgevoel – via een betaalde nieuwsbrief zijn eigen uitgever wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden