PlusPoëzierecensie

De gedichten van Iduna Paalman hebben een een eigenzinnige beeldtaal en een verontrustende ondertoon

In haar tweede dichtbundel Bewijs van bewaring legt Iduna Paalman (1991) onzichtbare ervaringen en herinneringen aan vergeten vrouwen uit de geschiedenis bloot. Hoe duiden we hun verhalen? Hoeveel ruimte laten we open?

Dieuwertje Mertens
null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Het zijn wezenlijke vragen. We kunnen de tijd niet bevriezen en conserveren (‘welke schommel/stond voorgoed in de lucht’). Blikt Iduna Paalman terug op haar eigen leven of dat van anderen, zoals dat van de 12de-eeuwse Franse Abdis Heloïse, de Bijbelse Salomé of Anna Göldi, de laatste heks die in Europa werd verbrand, dan is er sprake van ‘een tussenkomst’ zoals ze in het openingsgedicht dicht.

Dat verbeeldt Paalman ook heel mooi in het titelgedicht, waarin de protagonist zich herinnert dat ‘je één rolschaats cadeau kreeg van je vader. (..)je hebt een voorgeschiedenis, je vraagt je af: welke leugens/schragen welke plank en lig ik daarop te slapen? (..) alles wat achterbleef, wie strikt het samen wie neemt het/bungelend mee’. Moet je de geschiedenis van je vader - ‘de wederopbouw de oorlog zijn moeder’ - nagaan om het voorval te begrijpen? ‘En is het die moeite waard?’

Paalman las de dagboeken van de feministische vrijdenker Geertruida Kapteyn-Muysken (1855-1920), die zich ondanks haar huwelijke en drie kinderen (ze gebruikte geboortebeperking) bleef ontwikkelen als intellectueel, wat in die tijd voor een vrouw minder vanzelfsprekend was. Dat haar man altijd op reis was, maakte haar eenzaam, maar gaf haar ook ruimte.

Archief van een gaarkeuken

In de cyclus Wortels dicht Paalman: ‘Het begint met het archief van een gaarkeuken, alle brieven/in pannen gedouwd (..) ik probeer me los te weken uit de aangekoekte lagen, al die vastgelegde/huwelijksceremonies en wat daarop volgt (..)’. Ze besluit de cyclus met ‘ik dank de reislust van mijn man, mijn hoofd werd een brood/en iedereen kon ervan eten.’

Paalman gebruikt verschillende stijlregisters. Zo bevat de bundel ook intense, dwingende gedichten met veel herhalingen, monologen van vertellers die in staat van ontkenning verkeren van hun omgang met wapens of seks tegen hun zin, maar zonder protest: ‘meebewegen heb ik altijd goed gekund de zee zegt ook: je spoelt het mooist aan als je de stroom niet vreest’.

In haar debuut De grom uit de hond halen legde ze al een eigenzinnige beeldtaal aan de dag, maar in Bewijs van bewaring durft ze nog meer ruimte voor interpretatie te laten. De verontrustende ondertoon is gebleven. Je zou kunnen zeggen dat haar gedichten moeilijker te duiden zijn geworden, maar daarmee ook spannender en gelaagder.

Bewijs van bewaring

Iduna Paalman
Uitgeverij Querido, €17,99,

96 blz.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden