PlusAchtergrond

De formule van de talkshow: zitten we vast aan die borreltafel?

Een eclatant succes is het lang niet altijd gebleken, toch houdt Hilversum al twintig jaar vast aan de praattafel op de late avond. Het tv-format past bij uitstek bij het egalitaire Nederland.

Gisteravond was de laatste uitzending van Pauw. Vijf duo’s nemen het vanaf maandag 6 januari over in Op1.Beeld Annemieke van der Togt

Paniek op het Mediapark. Toen na Eva Jinek ook Jeroen Pauw zijn vertrek aankondigde, leek het alsof de Hilversumse grond onder de voeten van de omroepbazen wegzakte. Talkshow ver­loren, rampspoed geboren.

Inmiddels is er een oplossing, al lijkt die een noodgreep: vanaf januari presenteren vijf duo’s het praatprogramma op de late avond. Een gewaagd experiment: niet langer staat de presentator, maar de titel (Op1) centraal. Verder blijft de formule ongewijzigd, ook in januari wordt laat op de avond aan een tafel het nieuws van de dag besproken. De doorsnee samenstelling: een politicus, een advocaat, een sporter en een BN’er. De show is weliswaar opgedeeld in blokjes waarin één gast wordt ondervraagd, ­iedereen mag zich in het gesprek mengen.

Sinds Barend en Van Dorp er in de jaren negentig mee begonnen, is dit de blauwdruk voor ­dagelijkse latenighttalkshows (ergens onderweg is ‘praatprogramma op de late avond’ in­geruild voor de Engelse vertaling). Soms wordt een kleine variatie op het thema uitgeprobeerd, zoals de bank van Jinek of het bureau waar Beau mee begon, maar na verloop van tijd komt men altijd terug bij de tafel met borrelnootjes.

Paradepaardje

Dat lang niet elke talkshow slaagt, bleek de afgelopen jaren: Humberto Tan en Twan Huys vonden hun waterloo aan de talkshowtafel en ook Van Erven Dorens’ show is nog geen eclatant succes. Als het afbreukrisico zo groot is, waarom houdt de NPO dan zo krampachtig vast aan de formule van een latenighttalkshow?

Prestige speelt een rol: in Hilversum wordt het praatprogramma op de late avond nog altijd ­beschouwd als het paradepaardje van de programmering. Als het eenmaal loopt, bepaalt het het gesprek van de dag bij de koffieautomaat. En tegenover alle mislukkingen staan ook vele successen: Pauw & Witteman, Knevel & Van den Brink, Pauw en Jinek scoorden alle hoge kijk­cijfers en wisten lange tijd relevant te blijven. Maar nu er geen logische opvolgers voorhanden zijn – de keuze voor tien opvolgers werd niet uit luxe genomen – zou het ook het aangewezen moment zijn om iets anders uit te proberen.

Primus inter pares

“Televisie is een medium dat werkt met ­beproefde formules. Men houdt vast aan conventies, vanuit het idee dat de kijker daar aan hecht,” zegt mediawetenschapper Dan Hassler-Forest, verbonden aan de Universiteit Utrecht. “Het tafelgesprek past goed bij de Nederlandse politieke cultuur van pacificatie en polderen:

je zet mensen met verschillende meningen bij elkaar en uiteindelijk komen ze er samen uit. In dat opzicht stellen talkshows de kijkers gerust: conflicten worden er op een vreedzame manier uitgepraat. De shows zijn een maatschappelijk bindmiddel.”

Dat de afstand tussen de presentator en zijn of haar gasten en het publiek klein is, zowel fysiek als in overdrachtelijke zin, past ook bij het ega­litaire Nederland. In de Amerikaanse latenightshows staat de presentator – veelal een comedian – op een voetstuk: het publiek klapt en joelt bij zijn opkomst. Hier is de presentator eerder de primus inter pares, die het gesprek in goede banen leidt.

“Nederlanders houden van een stamtafel, dat geeft ze een vertrouwd gevoel,” zegt Bert van der Veer, die regisseur was bij zowel Barend & Van Dorp als Pauw & Witteman. “In Duitsland zitten ze op banken in een U-vorm heel zwaar over politiek te praten, wij vinden het lekker als de minister en de volkszanger een beetje door elkaar heen praten.”

Precies dat is wat journalist en schrijver Peter Olsthoorn er zo irritant aan vindt. Deze zomer betoogde hij in een column dat het in ‘kletsshows’ alleen draait om entertainment en ­nauwelijks om het informeren van kijkers. “Als je een week lang alle talkshows bekijkt en na ­afloop vraagt: wat heb ik ervan opgestoken, dan zal het antwoord zijn: vrijwel niets. Politici kunnen er allerlei onzin beweren zonder met feiten geconfronteerd te worden. Het draait alleen om meningen en om entertainment, inhoudelijke experts worden vrijwel nooit uitgenodigd.”

BN’ers aan tafel

Volgens communicatiewetenschapper Nel Ruig­rok vervullen talkshows de zogenoemde ‘platformfunctie’ die media hebben: ze geven verschillende groepen uit de samenleving een podium. De pluriformiteit van de gasten is ­dikwijls onderwerp van discussie en ook het ­niveau van het gesprek laat volgens haar nog weleens te wensen over.

“Politiek of crimina­liteit worden meestal besproken door journa­listen,” zegt Ruigrok, “in plaats van door politicologen of criminologen. En bij media-onderwerpen zijn het altijd BN’ers aan tafel, want die schijnen daar het meeste verstand van te hebben. Ik snap wel dat bekende gezichten beter scoren dan wetenschappers, maar hierdoor worden gesprekken nooit echt inhoudelijk. Al kun je je ook afvragen of kijkers daar op dat tijdstip überhaupt wel ­behoefte aan hebben.”

Zitten we tot de eeuwigheid vast aan het ­borreltafelformat, zoals ooit met Barend & Van Dorp ingezet? “Er is ruimte voor variatie. Kijk maar naar Zondag met Lubach, dat op Amerikaanse leest is geschoeid,” zegt Hassler-Forest.

Een meer inhoudelijk format, waarbij experts vaker aan het woord komen, heeft de voorkeur van Ruigrok, al erkent ze dat die formule niet ­garant staat voor hoge kijkcijfers.

Volgens Van der Veer is er geen alternatief voor de huidige opzet. “Nederlandse kijkers ­willen op dat tijdstip een mix van zware en lichte onderwerpen en ze willen zich thuis voelen. Vandaar dat ik weinig vertrouwen heb in die wisselende presentatieduo’s. Maar de talkshow in de huidige vorm is de redding van de lineaire televisie. Als het format niet al zou bestaan, zou ik het morgen uitvinden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden