PlusAchtergrond

De erfenis van ‘schildersbeest’ Karel Appel: ‘Dat relativerende, heerlijk’

Appels werk 'Vrouwen, kinderen, dieren' uit 1951. Beeld Collectie Cobra Museum
Appels werk 'Vrouwen, kinderen, dieren' uit 1951.Beeld Collectie Cobra Museum

Zondag is het 100 jaar geleden dat in Amsterdam Karel Appel werd geboren. De expressieve woestheid van het ‘schildersbeest’ werd zowel geroemd als verguisd. Ook onder hedendaagse schilders is het oordeel over zijn erfenis gemengd.

Karel Appel is de ­geschiedenis ingegaan als een van de zichtbaarste leden van de Cobra­beweging, waar hij zich in 1948 bij aansloot. Een jaar later kreeg de groep een tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam, waar de pers schande van sprak: ‘waanzin tot kunst ver­heven… geklad, geklets, geklodder’.

Het neo-­expressionisme sloeg echter internationaal aan en dat geldt ook voor het werk dat Appel maakte na het uiteenvallen van Cobra in 1951. Inter­nationale musea als Tate, MoMA, het Stedelijk en Museu de Arte van São Paulo hebben Appel in collectie. Zijn overlijden in 2006 was voor­paginanieuws in heel Europa: Appel was bij ­leven al ingelijfd bij de hedendaagse kunst­geschiedenis. Vijf hedendaagse schilders over Appel.

Sjaak Kooij (1982)

“De eerste keer dat ik werk van Appel zag, moet in het Stedelijk zijn geweest: die muurschildering in de kantine. Mijn vader liet het me zien, Hij hield van Appel, dat pretentieloze.”

“Als ik de betekenis van Appels werk voor mijzelf moet samenvatten dan is dat in één woord ‘vrijheid’. Ik loop in het schilderen weleens vast en denk dan aan zijn uitspraak ‘ik rotzooi maar een beetje an’. Dat relativerende, heerlijk. Je kunt hoog vliegen of laag, maar het gaat om jou, de verf en het doek: daar gebeurt het en daar doe je het mee.”

“Mijn eigen stijl is anders, maar Appels mentaliteit vind ik heel fijn. Hij is nooit hoogdravend geweest maar tegelijkertijd wel heel succesvol geworden. Voor de schilderkunst in het algemeen heeft hij een belangrijke rol gespeeld in het loslaten van de figuratie. Hij heeft het schilderen gewoon schilderen laten zijn.”

Natasja Kensmil (1973)

“Ik heb Appel een keer ontmoet, toen hij me de Theo Wolvecampprijs uitreikte. Hij zei niet iets inhoudelijks over mijn werk maar wel over mijn manier van schilderen. Hij herkende een materieschilder in mij. Dat is leuk om te horen van ­iemand die ik best bewonder. Appel werkte echt vanuit het schilderen, heel avontuurlijk en fysiek. Dat omarm ik ook, die strijd met de verf.”

“Ik werk wel meer vanuit de inhoud. Ik wil een verhaal vertellen. Appel was daar niet zo van. Hoewel je kunt zeggen dat de Cobrabeweging een reactie was op de naoorlogse bekrompenheid, een schoppen tegen de gevestigde orde en daarmee wel degelijk maatschappelijk geëngageerd.”

“Als ik Appels werk nu zie, kan ik het bijna niet los zien van de jaren vijftig en zestig. Sommige schilderijen zijn visueel sterk, maar ze ademen toch een bepaalde tijd.”

Tjebbe Beekman (1972)

“Van alle Cobrajongens vind ik Appel niet de meest interessante. Het oeuvre van Constant is bijvoorbeeld veel rijker. Dat Appel maar wat zou ‘aanrotzooien’ is natuurlijk niet waar, maar het heeft de beeldvorming over kunstenaars generaties lang bepaald geen goed gedaan.”

“Toch heeft hij ook erg goed werk gemaakt, vooral later in zijn carrière. In het Singer Mu­seum kwam ik eens een Toscaans landschap van hem tegen, heerlijk los geschilderd. En hij maakte ook rare beelden, ezelskoppen onder andere. Maar toen ik die laatst weer eens terugzag, bleken ze toch tuttiger dan ik dacht. Misschien heeft de tijd zijn werk gewoon ingehaald.”

“Constant ontstijgt de tijd juist. Appel blijft erin hangen. Hij was minder van het concept en meer van kijken en doen. Hij zei: ‘ik schilder als een barbaar in deze barbaarse tijd’ en dat klopte toen als reactie op de tijdsgeest heel goed. Maar de reactie op de huidige barbaarse tijden moet toch echt een andere zijn.”

Raquel van Haver (1989)

“Het werk van Karel Appel is onderdeel van mijn artistieke opvoeding. Ik heb een tijdje in het Cobra Museum gewerkt en voor sommige schilderijen heb ik wel een paar uur door­gebracht. Ik raakte onder de indruk van zijn opbouw en beeldtaal. Hij dacht heel goed na over de compositie, de kleur- en vlakverdeling. En hij pakte het groter en brutaler aan dan alle anderen. In plaats van de verf te mengen en te spelen met licht, legde hij de verf op elkaar.”

“Behalve schilder was hij ook beeldhouwer en muzikant. Die andere uitingsvormen kun je ­eigenlijk niet los zien van zijn schilderijen. Daarmee liep hij vooruit op de huidige praktijk van veel kunstenaars waarin alle media door elkaar lopen en alles kunst is. Appel neemt zo een belangrijke plaats in binnen de kunstgeschie­denis. Het niet voor niets dat als je Nederlanders vraagt kunstenaarsnamen te noemen, Appel ­altijd in dat rijtje staat, naast Van Gogh en Rembrandt.”

Sam Hersbach (1995)

“Appel heeft het pad gebaand voor mijn gene­ratie kunstenaars om echt vrij te kunnen schilderen. Hij gebruikte grote vormen die hij op ­intuïtieve wijze en heel dik op het doek zette. Zijn toets is wild, agressief bijna, maar de kleuren zijn juist heel vrolijk.”

“Zelf schilder ik dun en mijn voorstellingen zijn meer verhalend. Sommige werken van ­Appel vind ik daarom ook moeilijk. Ze zijn te los, bijna abstract en dan zit je op de grens waar je je kunt afvragen hoeveel herkenningspunten je nodig hebt om een figuur te identificeren. Ik heb meer met de schilderijen waarin de voorstel­lingen herkenbaar zijn maar meerdere lagen hebben.”

“Ik vind het knap dat Appel heel lang is doorgegaan, vrijwel tot aan zijn dood. Schilderkunst was echt een communicatiemiddel voor hem.”

Twee tentoonstellingen en een lezing

Het Cobra Museum in Amstelveen toont een overzicht van de mooiste werken van Karel Appel uit eigen collectie, aangevuld met bruiklenen uit een Belgische privé­collectie die zelden te zien zijn geweest. Aan bod komt Appels werk uit de periode 1947-1961, volgens kenners zijn beste jaren. Tot en met 24 oktober.

Onder de titel Horizon of Tuscany ­presenteert Slewe Gallery (Kerkstraat 105A) een tentoonstelling die is samen­gesteld door Rudi Fuchs, oud-directeur van het Stedelijk en vriend van Appel. De vijf grote schilderijen dateren van 1995, toen de kunstenaar in Italië woonde. Voor het eerst in zijn leven nam hij het landschap als onderwerp – een teken van Appels vernieuwingsdrift die ook op latere leeftijd intact bleef. Tot en met 27 juni.

Het Stedelijk Museum Schiedam viert Appels verjaardag met een online lezing op 25 april om 11 uur. Er wordt onder meer stilgestaan bij Mannetje met de zon (1947), het schilderij waarmee Appel de ellende van de Tweede Wereldoorlog pareerde door een figuurtje een kruiwagen vol zon te laten laden. Aanmelden via rsvp@stedelijkmuseumschiedam.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden