Plus

De erfenis van Johan Maelwael in het Rijksmuseum

Het Rijksmuseum wijdt een tentoonstelling aan Johan Maelwael, een van de grondleggers van de Nederlandse schilderskunst. Ook te zien: zijn beroemde Grote Ronde Pietà.

Bij hoge uitzondering leende het Louvre Grote ronde pietà (circa 1400) uit. Het kwetsbare werk verliet Parijs voor het laatst in 1962. Beeld Erich Lessing/Musée du Louvre

Johan Maelwael heet hij, hij werd rond 1370 geboren in Nijmegen als telg van een van de meest vermaarde schildersfamilies in de Noordelijke Nederlanden. In het Middelnederlands is de familienaam een blijk van waardering voor hun professionele kunde: 'Hij die goed schildert'.

Het Rijksmuseum afficheert Johan Maelwael als Nederlands eerste schilder; 'the godfather van de Nederlandse schilderkunst' wordt hij genoemd. Dat behoeft enige nuancering.

In Maelwaels tijd hadden kunstenaars de status van ambachtslieden en was men niet gewend werk te signeren. Maelwael brak met die traditie; hij is dus de eerste Nederlandse schilder die met naam en toenaam bekend is. En hij is niet alleen Nederlands eerste schilder; alleen heet Maelwael in Frankrijk, waar hij voornamelijk actief was, Jean Malouel.

Zijn werk valt onder de strenge Code du patrimoine, het reglement dat moet voorkomen dat cruciaal Frans erfgoed wordt aangetast of naar het buitenland verdwijnt.

Hofschilder
Maelwael leerde het vak in het Nijmeegse atelier van zijn vader Willem en zijn oom Herman, waar vooral heraldische schildersopdrachten werden uitgevoerd, maar ook ambachten als beeldsnijden, borduren en de edelsmeedkunst werden gepraktiseerd.

Waarschijnlijk werd zijn talent opgemerkt aan het Nijmeegse hof van de hertog van Gelre, die via zijn vrouw verwant was aan de koningin van Frankrijk. Voor haar voerde Maelwael in 1396 een opdracht uit in Parijs.

Mogelijk heeft de koning op zijn beurt een goed woordje voor hem gedaan bij zijn oom, hertog Filips de Stoute, die hem een jaar later tot hofschilder benoemde.

Maelwael was de opvolger van de overleden Jean de Beaumetz, en gaf leiding aan een werkplaats met meerdere assistenten en werknemers die door de hertog onder meer werd ingezet voor de decoratie van het kartuizerklooster in Champmol.

De Franse hofcultuur stond in Maelwaels tijd op een bijzonder hoog peil, mede door de concurrentie tussen de vier zonen van de oude koning Jan de Goede, die voor hun hoven in Angers, Bourges, Parijs en Dijon talrijke kunstenaars in dienst namen.

Ook drie neven van Maelwael, de gebroeders Herman, Paul en Johan Limburg (Limbourg), belandden in Frankrijk, waar ze eerst door de hertog van Bourgondië werden aangesteld en daarna verkasten naar de hertog van Berry. Veel kunstenaars wisselden in die tijd nogal eens van hof; een levendige uitwisseling van technieken, stijlen en motieven was het resultaat.

Rode lak en karmozijn
Van al hun werk is weinig bewaard gebleven. Jean de Beaumetz, bijvoorbeeld, vervaardigde een serie van 24 kruisigingstaferelen waarvan er maar twee over zijn. Van Johan Maelwael zijn in totaal slechts acht werken bewaard, die zich allemaal in het buitenland bevinden.

Vooral zijn Grote Ronde Pietà is adembenemend mooi en alleen al een bezoek waard aan het Rijksmuseum (het werd in 1962 voor het laatst uitgeleend door het Louvre; het is volgens directeur Taco Dibbets aan Rembrandts Marten en Oopjen te danken dat het nu in Amsterdam te zien is).

Maelwael schilderde een door engelen ondersteunde God de Vader die de overleden Christus vasthoudt rond 1400 voor Filips de Stoute, die hem een paar jaar eerder de eretitel peintre et valet de chambre de Monseigneur had gegeven.

De achtergrond is van bladgoud (goud was de geijkte manier om de hemel te verbeelden); daarnaast gebruikte Maelwael kostbare rode lak (voor de kleding van Johannes de Evangelist) en karmozijn, onttrokken aan de vrouwelijke kermesschildluis.

Het Rijks toont het devotionele meesterwerk in combinatie met een rijkdom aan andere middeleeuwse kunstschatten, waaronder schilderijen, handschriften, edelsmeedwerk en beelden. Hoe bijzonder sommige bruiklenen ook zijn, ze benadrukken vooral de pracht van Maelwaels tondo.

Johan Maelwael. T/m 7/1 in het Rijksmuseum.

Bij de tentoonstelling is een door Irma Boon vormgegeven catalogus verschenen. In Museum Het Valkhof in ­Nijmegen is gelijktijdig de tentoonstelling Van Maelwael naar Made in Nijmegen, waarbij uitgeverij Vantilt Johan Maelwael en de gebroeders van Limburg publiceerde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.