De emotionele wereld van Antony & the Johnsons

Deze week verschijnt het album 'The Crying Light' van Antony and the Johnsons, zonder meer de eerste belangrijke popmuziekrelease van 2009. De breekbare reus Antony Hegarty vertelt over zijn fijngevoelige songs en komt later dit voorjaar terug voor concerten.

''Ik ben opeens nogal geëmotioneerd'', zegt Antony Hegarty bij het begin van het gesprek met iets van verontschuldiging in zijn stem. De vorige interviewer had hem het één en ander gevraagd over het jaar dat hij als kind met zijn ouders in Amsterdam had gewoond. In Oud-West. Er waren herinneringen boven gekomen. Mooie herinneringen. Sinterklaas. De jaren van de onschuld.

Het typeert de Amerikaan die in 2005 doorbrak met zijn album ,'I am a Bird now'. De excentrieke New Yorker die in één klap een van de meest spraakmakende popmuzikanten van de nog jonge eenentwintigste eeuw werd. Androgyn; een stem die niet mannelijk of vrouwelijk, maar vooral warm menselijk klonk. Liedjes over transformatie en verlangen in smaakvolle kamerpoparrangementen. Op handen gedragen door nieuwe trendsetters als Rufus Thomas en Devendra Banhart, maar evenzeer door oude baanbrekers als Lou Reed en Boy George, die ook alle vier een bijdrage leverden aan de plaat.

Antony speelde met de bestaande opvattingen over macho en androgyn, homo en hetero, zonder ooit ook maar in de buurt van de kitsch te komen. Een voormalige travestie-artiest die succesvol en indrukwekkend de stap naar de kunstwereld met een kapitale K wist te maken en dit jaar ook is uitgenodigd voor het prestigieuze Holland Festival. Inmiddels verscheen ook het nieuwe album van Antony & the Johnsons: 'The Crying Light' , eind 2008 reeds voorafgegaan door een vijf songs tellende EP, 'Another World'.

Die stem is er op het nieuwe album nog altijd. De beroemde gastmuzikanten zijn ditmaal afwezig. De arrangementen nog immer subtiel en eigenzinnig. En wat de thematiek van zijn songs betreft kijkt Antony meer dan vroeger naar buiten. Naar de wereld, de natuur. ''Dit zijn minder katharsis-liederen'', zegt de Amerikaan met de fysiek van een enorme en zeer knuffelbare teddybeer. ''Mijn teksten zijn contemplatiever geworden. Landschappelijker. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de leeftijd waarop ik ze schreef. De songs van 'I am a Bird now' dateren uit de periode dat ik twintiger was. En veel bezig met mijn eigen identiteit. Inmiddels ben ik zevenendertig. Een ander persoon dan destijds.

Outsider
Dat het ruim vier jaar kostte om na 'I am a Bird now' met een nieuw album te komen, staat los van de talloze uitnodigingen voor concerten en speciale kunstprojecten die hij sinds 2005 kreeg, benadrukt de Amerikaan. ''Ik heb gewoon belachelijk veel arrangementen en varianten uitgeprobeerd. Van sommige songs zelfs wel dertig of veertig versies. Ik vind het ontzettend moeilijk om in de studio precies te vangen wat ik wil; wat ik in mijn hoofd heb. Eigenlijk voel ik mij veel meer op mijn gemak op het podium - dan moet het gewoon in één keer goed zijn.

Hij werd in 1971 geboren als zoon van een medewerker van computerbedrijf IBM, die vanwege zijn werk regelmatig elders gedetacheerd werd. Zo kwam hij eind jaren zeventig met zijn ouders in Nederland terecht en sleet hij het grootste deel van zijn tienerjaren in Californië. Als kind voelde hij zich al anders, een outsider, totdat hij in de jaren tachtig de muziek van Culture Club en Marc Almond ontdekte. Zielen waarin hij veel van zichzelf herkende.

In 1990 gaat hij naar New York om een theateropleiding te volgen. Daar, in Manhattan, kan hij eindelijk zichzelf zijn en hij sluit zich aan bij de theatrale travestie-revue Blacklips. Toch heeft hij het gevoel dat hij zich in dat can-can- en camp-milieu muzikaal niet optimaal kan ontplooien. Als hij eind jaren negentig een beurs krijgt voor een volgende productie, besluit hij dat geld niet in een nieuwe theatervoorstelling te stoppen, maar in de opnamen van een album. Dat album, 'Antony and the Johnsons', wordt uitgebracht op het platenlabel van de vrijzinnige Britse avantgardist David Tibet, maar laat Antony Hegarty nog niet in z'n volle glorie horen. Dat gebeurt pas in 2005, met het aanzienlijk beter geproduceerde 'I am a Bird now'. Sindsdien is Antony een gevierd kunstenaar die ook in het dans- en modecircuit een veelgevraagd artiest is.

Logisch, zegt hij. De verschillende kunstdisciplines spelen zich immers niet in een vacuüm af, maar beïnvloeden elkaar voortdurend. ''Beeldend kunstenaars en modemensen luisteren ook naar muziek. En ik hou zelf weer veel van dans.

Het verklaart het portret van Kazuo Ohno, de inmiddels 102-jaar oude Japanse butoh-danser op de hoes van 'The Crying Light'. ''Hij is al sinds mijn tienerjaren mijn artistieke vader'', zegt Antony. ''De kunst van de butoh heeft te maken met voorbij jezelf kunnen gaan. Kazuo Ohno maakte zijn grootste meesterwerken tussen zijn 70ste en zijn 95ste levensjaar. Dat vind ik nu mooi.'' Hij lijkt wederom oprecht geëmotioneerd. (PETER BRUYN)

Concerten:
Ma 13 april 2009, Brussel (Bozar)
Zo 3 mei 2009, Eindhoven (Muziekcentrum)
Ma 22 juni 2009, Amsterdam (Carré). Met het Metropole Orkest. (Holland Festival)

Het nieuwe album 'The Crying Light' van Antony and the Johnsons. Beeld
Het nieuwe album 'The Crying Light' van Antony and the Johnsons.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden