Allard Pierson op een schets voor een portret van Jan Veth uit 1889.

PlusGeschiedenis

De eerste Amsterdamse hoogleraar bleef altijd een beetje dominee

Allard Pierson op een schets voor een portret van Jan Veth uit 1889.Beeld Allard Pierson

Het Allard Pierson is vernoemd naar de eerste Amsterdamse hoogleraar kunst-geschiedenis, esthetica en moderne talen. De telg uit een bankiersgeslacht ontwikkelde zich van predikant tot homo universalis.

‘Een uitgewerkten catalogus,’ zo omschreef een student de vroegste colleges kunst­geschiedenis van Allard Pierson (1831-1896). De kritiek was niet mals, de professor zou zich te veel verliezen in details en blijven steken in literatuurverwijzingen. Maar in de loop der tijd verstomde de kritiek. En oogstte de eerste Amsterdamse hoogleraar kunstgeschiedenis, esthetica en moderne talen lof voor het visualiseren van zijn colleges met afbeeldingen van kunstwerken.

Allard Pierson, telg van een Amsterdams bankiersgeslacht, werd na een studie theologie predikant in Leuven. Pierson had moderne opvattingen over het geloof, maakte zich los van de kerk. “Maar niet van God,” benadrukt Klaas van der Hoek, conservator handschriften en moderne letterkunde van het Allard Pierson, het naar de hoogleraar vernoemde museum en kennisinstituut voor de erfgoedcollecties van de Universiteit van Amsterdam. “Voor Pierson manifesteerde dat wat men ‘God’ zou kunnen noemen zich in culturele en kunstzinnige uitingen, in de creatieve zelfverwerkelijking van geest en hart van de mens zelf.”

Gipsen collectie

In 1877 werd Pierson door de net opgerichte Amsterdamse universiteit benoemd tot hoogleraar. Veertien jaar zou hij colleges geven over de meeste uiteenlopende onderwerpen, van de Griekse mythologie tot William Shakespeare. Ook schreef hij boeken over cultuurhistorische onderwerpen, die volgens Van der Hoek ‘hoe erudiet ook, niet enkel voor academici geschreven werden’. En verzorgde hij publieke colleges voor de burgerij, waaronder ook aulalezingen voor dames. Ook al had hij afscheid genomen van het predikantenambt, iets van een dominee bleef hem toch aankleven.

Voor het visualiseren van zijn colleges met afbeeldingen putte hij aanvankelijk uit zijn eigen verzameling. Al snel verzocht Pierson het Amsterdamse stadsbestuur om een jaarlijkse toelage van 1000 gulden voor ‘aankoop van gipsen en de geleidelijke samenstelling van een Archeologisch Museum.’ In 1885 werd hij door de universiteit benoemd als directeur van het ‘in wording zijnde kabinet van afgietsels volgens werkelijke grootte’.

Italiaanse studiereizen

Pierson toog driemaal naar Italië, om de klassieke oudheid en de renaissance ook ter plekke te aanschouwen. ‘Mijn ontbijt kost mij 17 cent. Het is heerlijk zelfs geen honger te voelen, doordat men zoo in de geest leeft. Ik ben den ganschen dag in een gewijde stemming door zooveel schoons. Perfect wel,’ schreef hij aan zijn echtgenote op 24 maart 1870 uit Florence, op zijn eerste Italiaanse studiereis. Het aanschouwen van alle kunstschatten liet hem niet onberoerd. ‘Huil van tijd tot tijd maar eens goed uit als het mij te machtig wordt. Want de zenuwen krijgen het wel te kwaad. En nu wacht mij nog Rome.’

Allard Pierson legde zijn hoogleraarschap in 1895 neer, gedwongen door een nierziekte. Een jaar later stierf hij. Zijn zoon J.L. Pierson richtte ter nagedachtenis in 1929 de Allard Pierson Stichting op, die bezit nam van de archeologische collectie van de Haagse bankier Constant Lunsingh Scheurleer, die door de beurscrisis in financiële nood verkeerde. Deze verzameling vormde de basis voor het in 1934 geopende archeologische museum, in een oud schoolgebouw aan de Sarphatistraat. In 1976 verhuisde het museum naar het voormalige onderkomen van De Nederlandsche Bank aan de Oude Turfmarkt. In 2019 fuseerde het Allard Pierson Museum met de Bijzondere Collecties van de UvA.

Dit is een reeks over het Allard Pierson, het museum en kennisinstituut voor de erfgoedcollecties van de UvA, dat in september vier jaar van uitbreiden, verbouwen en herinrichten afrondt. Het is (veilig) te bezoeken, na online reservering: allardpierson.nl.

Gegalvaniseerde kinderschoentjes

Bij haar huwelijk op 23 juli 1903 met Paul Antoine Voûte kreeg de 21-jarige Pauline Hermine Elisabeth Pierson van haar tantes twee gegalvaniseerde kinderschoentjes. Eén schoentje is verzilverd, het andere is verbronsd. Volgens een bij­gevoegde notitie is het schoentje met vetertje van de vermaarde cultuurhistoricus Allard Pierson, het andere van zijn echtgenote Pauline Gildemeester. Pauline Voûte-Pierson koesterde het huwelijksgeschenk haar hele leven. Na haar overlijden in 1965 ontfermde haar dochter Henriëtte Voûte zich over de schoentjes. In 1986 gaf zij ze als huwelijkscadeau aan haar zoon en schoondochter. De schoentjes zijn recent geschonken aan het Allard Pierson, als aanvulling op de verzameling Pierson-Gildemeester.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden