Plus

De duisternis van Béla Bartók

Eerste hulp bij klassieke muziek van Erik Voermans, met deze week: Hertog Blauwbaards burcht van Béla Bartók.

Erik Voermans Beeld Linda Stulic

Hertog Blauwbaards burcht van Béla Bartók, of Bartók Béla, zoals die malle Hongaren zeggen, is een meesterwerk. Toch duurde het even voordat de bazen van de operahuizen dat ook zagen. Bartók schreef het stuk in 1911, op zijn dertigste, als bijdrage aan een compositiewedstrijd voor eenakters, georganiseerd door het ­Lipótváros Casino in Boedapest.

De jury vond het werk 'onuitvoerbaar'. Pas in 1918 was de opera voor het eerst in Hongarije te horen. Na acht voorstellingen verdween hij weer van de planken. Pas in 1936 kwam hij terug. En het zou nog veel langer duren voordat A kékszakállú herceg vára, zoals het werk in het Hongaars heet, de verdiende erkenning kreeg. Daar waren plaatopnamen van Ormandy met het Philadelphia Orchestra en Dorati met de London Symphony, beide in 1962, voor nodig.

In Perraults sprookje uit 1697 is Blauwbaard een griezelige vrouwenmoordenaar. Bij Bartók zijn de gebeurtenissen oneindig veel raadselachtiger. Het libretto van Béla Balázs, die goed naar Ariane et Barbe-bleue van de symbolist Maurice Maeterlinck heeft gekeken, zit vol onderhuidse en lugubere zinderingen, die door Bartók ongelooflijk fantasievol op muziek zijn gezet.

Vraag ­alleen niet waar het stuk nou precies over gaat, want er zijn vele antwoorden mogelijk. En dat is precies ook de schoonheid ervan.

Kort samengevat is er een hertog Blauwbaard, die zijn jonge bruid Judith meeneemt naar zijn zacht kreunende kasteel, 'waar het voor eeuwig donker is'. Hij houdt van die duisternis; zij houdt van licht.

Op haar aandringen opent Blauwbaard met tegenzin zeven deuren. Daarachter ziet ze een martelkamer, een wapenkamer, een schatkamer, een geheime tuin, Blauwbaards landerijen en een meer van tranen. Achter de zevende deur zitten Blauwbaards vorige drie vrouwen. Judith sluit zich bij ze aan en verdwijnt met hen achter die deur.

Blauwbaards slotzin: 'Voortaan blijft het eeuwig donker... eeuwig...eeuwig...'

Bartók droeg de opera op aan zijn vrouw Márta Ziegler. Heeft zij ooit rustig kunnen slapen naast de man die zulke enge, zinsbegoochelende muziek kon schrijven?

Bartók-Hertog Blauwbaards burcht. Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding, m.v.v. mezzosopraan Elena Zhidkova en bas Gábor Bretz, 6 en 7 december in het Concertgebouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden