PlusBoekrecensie

De dichtbundel Veldwerk is beeldend, associatief en complex

null Beeld

De dichtbundel Veldwerk, de tweede van Bernke Klein Zandvoort (1987), is beeldend, associatief en complex. Ze is soms zo precies in de verwoording van haar beelden dat die de lezer doen duizelen en regelmatig in lichte verwarring achterlaten. Of zoals ze zelf omschrijft: ‘stop ik dingen in woorden, te kleine tassen.’

In het openingsgedicht treffen we een ‘ik’ op een bankje met een koperen gedenkplaatje voor ene T. (1947-2015) in haar rug, kijkend naar vliegtuigen. De lezer vermoedt dat dit een belangrijk detail is, maar de ‘ik’ laat het gedenkplaatje voor wat het is en laat haar gedachten op als een ballon. Ze denkt aan sterren en aan metaforen (‘soms ben ik bang dat metaforen de werkelijkheid verdunnen’) en aan satellieten (‘oorschelpen’ naar de ruimte gericht) en archeologie.

Waarom de mens zich hiermee bezighoudt? ‘Ik denk omdat we zelf in alle vroegte onder de bewegende platen/ van ons schedeldak raakten ingesloten// heeft er weleens iemand door het hoofd van een baby naar het heelal gekeken?’ Een prachtig beeld met het hoofd van een baby als sterrenwacht en de fontanel als te openen dak, waarbinnen we – volwassenen – ingesloten zijn geraakt. Maar wie is die ‘iemand’ die door het hoofd van een baby kijkt?

Wankele samenhang

Verhalend kun je de poëzie van Klein Zandvoort bepaalt niet noemen, hoewel flarden de suggestie wekken dat ze toch iets wil vertellen. Zo is een diagnose bij een dokter ‘een kwestie van een losse kabel’, in een ander gedicht een man die zei: ‘Als ik morgen niet meer wakker word, zal ik heerlijk slapen’, ‘toevallig’ haar vader. Verontrustende zinnen, waar ze niet verder over uitweidt. Ze lijkt er ook niet op uit om opheldering te geven, maar om haar blik te tonen. Ze dicht: ‘Als ik naar iets kijk lijkt het of ik splits in een lichaam en een blik /het statief blijft achter//meer dan mijn lijf ben ik wat ik zie’.

De titels van haar gedichten staan onder aan de pagina, waardoor ze niet leidend, maar eerder volgend zijn. Sommige gedichten bestaan uit een losse zin, zoals: ‘een woord uitspreken is een omhelzing van het benoemde met je mond’ (mooi!) Of: ‘van alle plekken in mijn lijf/ woon ik het meeste in mijn linkerwang’ (tja..).

Door de vrije associaties die Klein Zandvoort vaak doen wegdrijven van het beginpunt van haar poëzie, is de interne samenhang binnen de gedichten soms wankel. Je hoopt op wat meer eenheid en daarmee houvast die willekeur uitsluit: had dit gedicht niet ook compleet anders in elkaar gemonteerd kunnen worden, kunnen de strofes in een ander gedicht worden geplaatst? Haar ontregelende blik is echter fascinerend, waardoor je toch blijft hangen.

Poëzie

Bernke Klein Zandvoort
Veldwerk
Uitgeverij Querido, €16,99, 56 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden