PlusBoekrecensie

De debuutroman van Ta-Nehisi Coates is op allerlei manieren spectaculair

Vrijgemaakte tot slaaf gemaakten in Virginia, 1865.Beeld Mathew Brady/Getty Images

Er werd nogal verbaasd gereageerd toen Ta-Nehisi Coates (1975) in 2016 bekendmaakte dat hij óók de auteur was van de nieuw leven ingeblazen Marvel Comics-reeks Black Panther. De publicist en schrijver, dus, die diepe indruk maakte met Between the world and me (2015), een indringende pamfletbrief aan zijn puberzoon over wat het betekent om zwart te zijn in de VS en het racistische geweld dat in de Amerikaanse cultuur verweven zit. Die in 2014 het artikel The case for reparations publiceerde over hoezeer de verschrikkingen (en het financiële gewin) van de slavernij doorwerken in het hier en nu. Onderscheiden met een National Book Award en door Toni Morrison uitgeroepen tot dé intellectuele erfgenaam van James Baldwin.

En diezelfde Coates had dus de avonturen geschreven van stripheld T’Challa? De magische beschermer van de Afrikaanse fantasiestaat Wakanda?!

Jazeker.

Sterker, je zou kunnen zeggen dat beide kanten van Coates’ creatieve brein mooi samenkomen in zijn romandebuut De waterdanser. Een ambitieus en avontuurlijk slavernijepos in de traditie van Morrisons Beloved (1987), waarin het hoofdpersonage… over een verborgen superkracht beschikt. Misschien wel de grootste verrassing: als metafoor werkt dat magische element uitstekend.

Lage blanken

Verteller is de ‘Tewerkgestelde’ Hiram ‘Hi’ Walker. (Coates gebruikt die term voor tot slaaf gemaakten, ‘de Elite’ voor hun uitbuiters en ‘lage blanken’ voor het lijkbleke voetvolk.) Hiram is negentien, de bastaardzoon van Howell Walker, eigenaar van de tabaksplantage Lockless, in Virginia, en ‘gezegend’ met een fotografisch geheugen. Behalve dan wanneer het gaat om zijn moeder Rose, die werd doorverkocht en dus uit zijn leven verdween toen hij negen was, en die louter verdrongen herinneringen naliet.

Drie jaar na die traumatische gezinsbreuk werd Hiram door zijn vader/meester van het veld naar het grote huis gehaald, om de persoonlijke bediende te worden van Maynard, zijn nogal sukkelige blanke halfbroer. En de plot wordt op de eerste pagina’s in gang gezet, wanneer zij samen van een brug storten, en Maynard verdrinkt.

Hiram ziet terwijl hij in het water ligt namelijk een verwarrende reeks (gruwel)beelden (ook van zijn moeder), mistflarden en een blauw licht, waarna hij veilig op de oever weer bij kennis komt, in de overtuiging dat hij ‘de eindeloze nachtmerrie van de slavernij’ moet ontvluchten. En na een eerste rampzalige verlopen poging, waarbij grote liefde Sophia door slavenvangers wordt gepakt, komt hij inderdaad in het vrije Noorden van vlak voor de Amerikaanse Burgeroorlog terecht, én als waardevolle ‘agent’ in de gelederen van de bevrijdingsbeweging de Ondergrondse terecht. (Coates’ versie van de Ondergrondse Spoorweg.)

Reden: dat eerste blauwelichtincident onder die ingestorte brug was een voorproefje van ‘de Geleiding’. Een vorm van teleportatie, drijvend op de kracht van water en, belangrijker, het (terug)denken aan veronachtzaamde slachtoffers en gruwelijkheden uit het verleden. Waar dat allemaal toe leidt, zullen we hier uiteraard niet onthullen.

Ga het lezen. Want al is De waterdanser misschien niet zo’n virtuoos doorgecomponeerde mix van historische feiten en fantasy-elementen als Colson Whiteheads De ondergrondse spoorweg (2016), een op allerlei manieren spectaculaire roman is het beslist.

Zangerige vertelstem

Coates gaf Hiram een overtuigende, fraai zangerige vertelstem, die doet denken aan die in Het levensverhaal van Frederick Douglass (1845), de zwarte abolitionist. Hij roept een overduidelijk minutieus geresearchte historische werkelijkheid op, vergezeld van scherpe analytische inzichten. (Zo wordt ergens opgemerkt dat de meeste Tewerkgestelden als een smerig geheim uit het zicht van de buitenwereld werden gehouden, terwijl de gekleurde huisbedienden tijdens ‘soirees’ zo gesoigneerd waren ‘dat iedereen dacht dat we geen slaven waren maar mystieke ornamenten, een onderdeel van dat magische landhuis’.) En hij laat zijn fictieve personages moeiteloos zij aan zij strijden met, pakweg, de legendarische Harriet Tubman (1823-1913), die zich hier ook letterlijk ontpopt als een superheldin.

Goed, soms verliest Coates zich in lange terzijdes en zijwegen, wat de vaart uit het verhaal haalt. En een enkele keer sijpelt de taal van het stripverhaal ook door in zijn literaire proza, vooral in de dialogen.

Maar hij slaagt er vaker glansrijk in op een frisse, nieuwe manier een belangrijk verhaal te vertellen. Fantasievol het belang te benadrukken van het onder ogen zien van ook de zwartste pagina’s uit de geschiedenis, en hoe dat doen als een superkracht zo bevrijdend kan zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden