PlusInterview

De componist achter Arcade gaat nu voor Zwitsers succes

Met zijn productiewerk voor Arcade van Duncan Laurence won Wouter Hardy (30) twee jaar terug het Songfestival. Nu maakt hij opnieuw kans op de zege met een compositie voor Zwitserland. ‘Als ik win, doe ik nooit meer mee.’

Wouter Hardy. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP Kippa
Wouter Hardy.Beeld Hollandse Hoogte / ANP Kippa

Verbaasd blikt Wouter Hardy omhoog als hij het zebrapad voor Ahoy in Rotterdam oversteekt. Als het stoplicht op groen springt, klinkt Waterloo van Abba over het asfalt. Het groene wandelaartje in de lichtbak geeft zich over aan een Songfestivalesque dansje. Geweldig, vindt Hardy het. “Hadden ze toch eigenlijk met Arcade moeten doen,” lacht hij als hij is overgestoken. “Misschien als ze over 44 jaar weer terug zijn in Nederland.”

44 jaar. Zo lang duurde het voor Nederland na Teach-In in 1975 weer een Eurovisiezege boekte. Duncan Laurence won in Tel Aviv met Arcade. Een lied waar hij twee jaar lang aan schaafde met Hardy, een aan het Rotterdamse conservatorium opgeleide muziekproducer, die even eerder zijn vaste betrekking als toetsenist in de band van zangeres Kovacs had opgegeven. “Duncan was mijn eerste klant. Nou ja, samenwerking, dat is een beter woord.”

Het lied was grotendeels af toen Hardy het voor het eerst hoorde. Hij bedacht de productie eromheen, de synthesizers, de aanzwellende toetsenpartij, schaafde aan de opbouw. Toen er in Tel Aviv een sfeerrijke podiumact verscheen en Laurence bestand bleek tegen de druk van een naar winst smachtende Eurovisiekolonie, gebeurde wat Hardy vooraf nooit voor mogelijk hield: Europa drukte die fragiele pianosong tegen het hart.

Dramatische constructie

Twee jaar later is Hardy (30) terug op het festival. Opnieuw als componist en producer. Niet voor Nederland dit maal, maar voor Zwitserland. Zanger Gjon Muharremaj (22) zingt onder de naam Gjon’s Tears het door Hardy en zijn schrijfpartner Nina Sampermans gecomponeerde Tout l’Univers. Morgen probeert Gjon in de tweede halve finale de eindstrijd te bereiken. Een missie waarin hij volgens de bookmakers met gemak zal slagen. Sterker: ze zien in Hardy’s compositie een schaduwfavoriet voor de zege.

Eentje die qua dramatische constructie sterk aan Arcade doet denken. Dat ging vanzelf, legt Hardy uit. “Eigenlijk wilde ik niet meer meedoen aan het Songfestival. Ik heb helemaal geen ambitie een Eurovisieproducer te worden. Maar toen ik Gjon hoorde zingen, dacht ik meteen: daar kan ik wel iets mee. En toen ben ik hetzelfde te werk gegaan als altijd: gewoon maken wat ik mooi vind.”

Confetti en vuurwerk

Zo werkte hij ook met Laurence. Dat die methode hem naar het Songfestival zou brengen leek hem aanvankelijk geen goed idee. “Toen Duncan door Ilse DeLange was gebeld om hem te polsen, reageerde ik afhoudend. Moesten we dat nou wel doen? We hadden toch een plan? We zouden een cool label zoeken, kijken of we een platencontract konden krijgen. Ik zei: ‘Straks word je 30 en moet je voor je volgende liedjes dubbel zo hard je best doen.’”

“Ik had, dat moet ik wel toegeven, het Songfestival lang niet gezien. Bij ons thuis was het geen traditie om er met z’n allen naar te kijken. Ik dacht dat er bijna elk jaar zo’n heppiedepeppie act met veel confetti en vuurwerk won. Maar uiteindelijk was dat juist precies de kracht van Arcade: dat het daar juist niét op leek.”

“Ik zag ook al snel dat Duncan niet tegen te houden was: hij wilde zo graag. Toen heb ik gezegd: ‘Oké, dan gaan we er vol voor.’ Hoewel het nummer af was, heb ik de strijkers nog opnieuw opgenomen. Het moest perfect zijn. Toch had ik nooit verwacht dat we zouden winnen.”

Dat dat wel gebeurde, luidde ook voor Hardy een turbulente periode in. “Ik zat altijd veilig in een band, maar ineens was mijn naam aan die song verbonden. Ik moest interviews geven. Leuk, maar voor mij totaal nieuw. Er was euforie, feest. En toen kwam ik na een paar weken mijn studio weer binnen en dacht: en wat nu eigenlijk?”

Wat daarbij meespeelde, was dat zijn eerste gedachte, het succes van deze sound samen met Laurence verder uitbouwen, al vlot uit beeld verdween. “Terugkijkend snap ik het wel: Duncan kreeg ineens zoveel kansen, mocht al snel naar de VS om te schrijven. Maar op dat moment vond ik het lastiger. Het contact was weg. Ik dacht: we hebben toch samen gewonnen? Ik voelde me leeg.”

Maar, zegt hij meteen, de verhoudingen zijn hersteld. Onlangs proostten ze samen in Hardy’s nieuwe studio in Den Bosch op het succes van Arcade, dat in de Verenigde Staten inmiddels dankzij TikTok een tweede hitleven heeft gekregen. “Elke dag twee miljoen streams,” zegt Hardy. “Niet voor te stellen toch dat zoveel mensen nog steeds naar dat ene liedje luisteren?”

Dat de twee ooit weer samenwerken, sluit Hardy niet uit. “Maar ik ben zelf ook verder gegaan. Heb met HRDY mijn eigen neoklassieke project, zou het geweldig vinden om een filmsoundtrack te kunnen maken.”

Maar eerst is er nog deze editie van het Songfestival. Om zaterdag bij de finale te mogen zijn, zit Hardy volgens het coronaprotocol van het festival inmiddels in quarantaine. De halve finale bekijkt hij in zijn eentje thuis in Den Bosch. Voor de eindstrijd hoopt hij dan op een top 5-klassering voor de Zwitserse inzending. “En winnen? Dat zou fantastisch zijn. In dat geval weet ik één ding zeker: dan doe ik echt nooit meer mee aan het Songfestival. Gewoon omdat het toch niet meer beter kan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden