Plus

De chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest is het meest een man van gisteren

Het Concertgebouworkest staat een beetje in de schaduw van de concurrenten uit Berlijn en New York als het gaat om het uitvoeren van eigentijdse muziek.

Daniele Gatti voelt zich het meest thuis bij het traditionele repertoireBeeld Anne Dokter/Royal Concertgebouw Orchestra

Van alle chef-dirigenten bij de toporkesten waarvan we de seizoensprogrammering bekeken, is Simon Rattle (Berliner Philharmoniker) het meest een man van nu en Daniele Gatti (Koninklijk Concertgebouworkest) het meest een man van gisteren.

Hebben wij weer.

Slechte gedachte
Dit moet natuurlijk geen politiek-correctmuzikaal betoog worden, maar in het algemeen lijkt het geen slechte gedachte als de voorman en het gezicht van een toporkest - en dat is een chef toch uiteindelijk - met zijn programma's duidelijk maakt dat eigentijdse muziek belangrijk, interessant en mooi genoeg is om naast werken te prijken van een Beethoven of een Schubert, die ooit ook eigentijds waren.

Gatti moet als chef in Amsterdam nog laten zien uit welk hout hij is gesneden, maar zijn track record stelt allesbehalve gerust.

Hij geeft dat zelf in interviews trouwens ook ruiterlijk toe. Bij zijn voorganger, Mariss Jansons, was dat al niet anders. Zo bezien was het KCO ten tijde van Riccardo Chailly het meest een orkest van nu.

Net als het weer
De programmering bij toporkesten is net zoiets als het weer.

Ze verandert per seizoen. Kijken we naar het huidige seizoen, 2016/17, en zoomen we daarbij in op het KCO, de Berliner Philharmoniker, op de Wiener Philharmoniker, het London Symphony Orchestra en op de New York Philharmonic - omdat je nu eenmaal een keuze moet maken en vijf een aardig getal leek - dan vallen, heel verrassend, twee orkesten bijzonder op.

Want wat blijkt: de New York Philharmonic en de Berliner Philharmoniker doen dit jaar het meest aan wat we maar even nu-muziek zullen noemen.

Amper dood
Daarmee wordt bedoeld: muziek van nog levende, of amper dode componisten die nog niet tot het repertoire is doorgedrongen. Muziek, kortom, waarmee een orkest en een chef programmatisch de nek uitsteken. De Sjostakovitsjen en de Prokofjevs zijn dus niet meegerekend.

Bij de New York Philharmonic dirigeert de huidige chef Alan Gilbert (hij neemt aan het einde van het seizoen afscheid en wordt in 2018 opgevolgd door Jaap van Zweden) zes maal nu-muziek. Werk van vijf Amerikanen (William Bolcom, Wynton Marsalis, Lera Auerbach en twee keer John Adams) en een Oostenrijker (HK Gruber).

Geen slechte score, maar Gilbert wordt nog overtroffen door zijn collega in Berlijn, Simon Rattle, die zich ontfermt over stukken van Pierre Boulez, Wolfgang Rihm, György Ligeti (waaronder de opera Le Grand Macabre), Simon Holt en Thomas Adès. Ook bij Rattle staan Adams en HK Gruber op het programma.

Conservatiefste orkest
Bij de London Philharmonic, waar ze wachten op de komst van Rattle in 2017, dirigeert Sir Simon ook Le Grand Macabre en verder werk van Mark-Anthony Turnage. John Adams komt zelf zijn El Niño en Scheherazade.2 dirigeren en Kristjan Järvi leidt drie stukken van Steve Reich, maar dat was het wel zo'n beetje.

De Wiener Philharmoniker doen nóg minder. Ze laten het bij werken van Boulez, Péter Eötvös (Eötvös slaat zelf de maat) en Jörg Widmann. Maar Weners blijven Weners. Ze hebben tenslotte een reputatie op te houden als conservatiefste orkest van Europa.

Pikant
Kijken we naar het Concertgebouworkest, dan stellen we vast dat het aanbod aan nu-muziek weleens rijker is geweest. Of dit een tendens is, of een tijdelijk dipje, moeten we afwachten, maar feit is wel dat ze in Amsterdam met vijf wereldpremières nog altijd de andere toporkesten de loef afsteken.

Dat getal halen ook New York en Berlijn niet. Pikant en niet ongeestig is overigens dat chef Gatti vooralsnog niet thuis geeft (nou ja, hij deed in september Métaboles van Dutilleux, een bijna zestig jaar oud stuk), maar dat Alan Gilbert, de chef van de New York Philharmonic, hier het goede voorbeeld komt geven door een wereldpremière van de jonge en talentvolle Nederlander Joey Roukens te dirigeren.

Gilbert begrijpt dat de riant betaalde chef-dirigent van een toporkest een rotsvast geloof in de muziek van nu moet uitstralen. Hoe krijgen we anders dat gewenste ­trickle-down effect?

Dit is de laatste aflevering van een driedelige serie over het Concertgebouworkest.

Deel 1: Waarom is een kaartje Concertgebouworkest zo duur?
Deel 2: Topsalaris? Alleen voor de topdirigent

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden