PlusAchtergrond

De burgerlijke wereld op de korrel in de tekeningen van ‘Jantje’, alter ego van de Joodse kunstenaar Felix Hess

Jantjes oplossing voor de toenemende verkeersdrukte in Amsterdam: ondergrondse autowegen. Geaquarelleerde pentekening. Afgedrukt in zwart-wit in De Groene Amsterdammer, 9 mei 1931.  Beeld Stadsarchief Amsterdam.
Jantjes oplossing voor de toenemende verkeersdrukte in Amsterdam: ondergrondse autowegen. Geaquarelleerde pentekening. Afgedrukt in zwart-wit in De Groene Amsterdammer, 9 mei 1931.Beeld Stadsarchief Amsterdam.

De Joodse kunstenaar Felix Hess (1878-1943) was met de spotprenten die hij twintig jaar lang tekende voor De Groene Amsterdammer het enfant terrible van de Nederlandse pers. Historicus Sytze van der Veen reconstrueert zijn leven in het boek Felix Hess, de wereld van Jantje.

Marjolijn de Cocq

Op een zondag in 1916 was kunstenaar Felix Hess getuige van een massale demonstratie voor de invoering van het vrouwenkiesrecht. Achttienduizend vrouwen en mannen liepen mee in ‘de groote betooging’ die vanaf het IJsclubterrein achter het Rijksmuseum de hele stad door ging.

Hij tekende de stoet in de krabbelstijl van een schooljongen en stuurde de tekening naar weekblad De Groene Amsterdammer. Was getekend: ‘Dat heb ik allemaal gezien den 18den juni 1916. Jantje.’ Op 24 juni 1916 werd de tekening gepubliceerd, het begin van een vaste rubriek onder de titel Uit het kladschrift van Jantje, die twintig jaar zou lopen.

Sobibor

Het zijn de ‘Jantjes’, een reeks van een kleine duizend prenten, die de belangrijkste bron vormen voor de reconstructie die historicus Sytze van der Veen maakt van het leven van Hess – een vergeten Joodse kunstenaar uit Amsterdam, van wie weinig schilderijen bewaard zijn gebleven en nauwelijks brieven en geschriften.

Hess en zijn vrouw Eliza werden op 64-jarige leeftijd vermoord in Sobibor, hun namen zoals die van talloze anderen gereduceerd tot een vermelding op de muren van de Hollandsche Schouwburg en het Holocaust Namenmonument. ‘Het is niet meer dan een daad van rechtvaardigheid om zo’n dode, althans op papier, iets terug te geven van het leven dat hem is ontroofd,’ aldus Van der Veen in zijn voorwoord.

Traditionalistisch ingesteld

Felix Isidor Hess werd op 20 juni 1878 geboren op het adres Amstel 258, vlak bij de Magere Brug, als vierde van de acht kinderen van de Rotterdamse commissionair in effecten Joseph Hess en de Duitse Helena Heumann. Hess was 10 toen het gezin verhuisde naar Keizersgracht 727, waar hij tot zijn 33ste zou blijven wonen.

De familie Hess behoorde tot de welgestelde Joodse middenklasse binnen de grachtengordel; hun woning was maar een paar honderd meter verwijderd van die volstrekt andere Joodse wereld van venters, scharrelaars en proletariërs aan de andere kant van de Blauwbrug.

Brief uit 1901

Het is onduidelijk wat de jonge Felix in de laatste jaren van de 19e eeuw uitspookte, na de hogere burgerschool (HBS) en zijn vrijstelling van militaire dienst, schrijft Van der Veen. Over een studie of beroepsopleiding valt niets te vinden. Maar er is een brief overgebleven uit 1901, ook het jaar van de dood van zijn vader, waarin hij dichter Albert Verwey voorstelt een aantal kindergedichtjes van hem te illustreren voor een boek.

Verwey wimpelde het voorstel af. Maar een paar maanden na het overlijden van zijn vader liet de 23-jarige Hess zich inschrijven aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten. Hij leerde er naast tekenen en schilderen ook etsen en graveren. Zijn schilderstijl borduurde voort op de Haagse School, en hij deed alle moeite om naam te maken. Maar hij was traditionalistisch ingesteld in een tijd dat de abstracte kunst en de socialistische kunst in opmars waren. Een echte doorbraak bleef uit.

‘Benzineslubbers’

Om zijn inkomsten aan te vullen gaf hij schilderlessen in zijn atelier in de Tweede Jan Steenstraat, waar hij naartoe was verhuisd na de verkoop van zijn ouderlijk huis. Een van zijn leerlingen was Eliza Binger, met wie hij in 1919 in het huwelijk trad – ze waren toen allebei al 41, een pentekening van Eliza uit 1930 is opgenomen in de collectie van het Joods Historisch Museum.

De Jantjes boden Hess uiteindelijk financiële zekerheid. Hess en Eliza verhuisden naar Albert Cuypstraat 274, deel van een van de artistieke enclaves in De Pijp.

Als zijn alter ego van jennend jochie kon Hess de burgerlijke wereld onder vuur nemen waar hij tegelijk volop deel van uitmaakte, schrijft Van der Veen. Hess neemt onder meer geheelonthouders en gezagsdragers op de korrel. Net als het toenemend aantal automobilisten met hun ‘benzineslubbers’, het dempen van de grachten en de sloop van huizen voor verkeerswegen en de architecten van de Amsterdamse School en de Nieuwe Zakelijkheid.

Maar in de jaren dertig doen nieuwe personages en politieke partijen hun intrede op de Jantjetekeningen. zoals Anton Mussert die op de prenten evolueert van een heer in kostuum tot de baby van vader Hitler en moeder Mussolini: ‘Slaap kindje slaap/ je vader is een aap/ je moeder is een baviaan/ daar heb jij die leelijke tronie vandaan.’

Wolk gifgas

Veel van Hess’ prenten uit de jaren dertig gaan over buitenlandse onderwerpen. Hitler, Mussolini en Stalin zijn afgebeeld als oorlogszuchtige spoken, in combinatie met een wolk gifgas – Hess maakte zich geen illusies en liet zijn vaste kritiek op de ‘demokraatscheid’ achterwege. Maar De Groene Amsterdammer had in crisisjaren minder advertentie-inkomsten en de nieuwe eigenaars van het tijdschrift wilden in 1934 het blad moderniseren. Hess werd geleidelijk terzijde geschoven.

Van der Veen heeft geen aanwijzingen gevonden dat Felix en Eliza Hess hebben geprobeerd onder te duiken; bijzonderheden over hun laatste maanden in Amsterdam ontbreken. Begin 1943 werden ze, waarschijnlijk in hun huis aan de Albert Cuypstraat, opgepakt. Via de Hollandsche Schouwburg werden ze op 27 maart gedeporteerd naar Westerbork. Op 6 april 1943 werden ze op transport gesteld naar Polen.

Felix Hess
De wereld van Jantje

Sytze van der Veen
Amphora Books, €30,
182 blz.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden