Plus

De boodschap van Andriessen: muziek moet je niet willen begrijpen

In The Only One onder­streept Louis Andriessen de gedachte dat je muziek niet moet willen begrijpen. Beeld Hollandse Hoogte / Merlijn Doomernik

Louis Andriessen, wereldberoemd componist uit Amsterdam en dit jaar tachtig geworden, schreef zijn recentste werk, The Only One, voor de Los Angeles Philharmonic, de BBC en de NTR ZaterdagMatinee. In LA ging The Only One vergezeld van Mozarts Pianoconcert nr. 23 en Beethovens Eerste symfonie, in Londen klonk het stuk samen met Moesorgski’s Nacht op de kale berg, een stuk van Judith Weir en Sibelius’ Vijfde symfonie – programma’s die goedbeschouwd net zo veel samenhang vertonen als een flatgebouw van sneeuw in de Sahara.

Bij de ZaterdagMatinee was er dieper over nagedacht. In het Concertgebouw klonken naast The Only One ook een nieuw stuk van Andriessens oud-pupil Martijn Padding (Three Birthday Pieces) en stukken van ­Messiaen (Chronochromie) en Ravel (Valses nobles et sentimentales), die alle getuigden van een typisch Frans te noemen gevoel voor klankkleur.

Paddings verjaardagsstukken zijn ondanks de totale tijdsduur van ­dertig minuten kortademig van snit. Er wordt voortdurend van idee naar idee geschakeld, ongetwijfeld als verwijzing naar de kwikzilveren geest van Louis Andriessen. Het nadeel is dat er nauwelijks een idee is dat werkelijk wordt ontwikkeld.

Ter compensatie biedt Padding een weelde aan klankvondsten, die niet zelden de oren doen spitsen of zelfs ontroeren, zoals de verbluffend mooie combinatie van hoge strijkers met accordeon, of koperblazers die met spookachtig effect in hun instrument neuriën.

Klassiek
NTR ZaterdagMatinee

Met Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Bas Wiegers, m.m.v. Nora Fischer (sopraan)
Gehoord 30/11, Concertgebouw

Padding is een klankmagiër, maar je zou wensen dat hij zijn neiging tot lolligheid (‘toet’ doet de autoclaxon) spaarzamer doseert en hij meer aandacht geeft aan zijn unieke talent voor vrolijke melancholie. In het laatste deel, The One And Only, klinkt de stem van Andriessen door de luidsprekers; in de Grote Zaal helaas matig verstaanbaar. De boodschap: muziek moet je niet willen begrijpen.

Bas Wiegers

In The Only One onderstreept Andriessen die gedachte krachtig. De vijfdelige liedcyclus, op in het Engels vertaalde gedichten van ­Delphine Lecompte, wordt met microfoon gezongen door Nora Fischer. En wat blijkt dan weer eens: in het Concertgebouw klinkt alles beter, behalve de muziek van Louis Andriessen. Fischers vocalistiek verzoop volkomen. Ik had een herbeluistering van de radio-uitzending nodig om te kunnen horen dat ze wel degelijk fraai zong.

Andriessens muziek is caleidoscopisch en voert de luisteraar van een Reich-achtig begin (maar met een veel sneller harmonisch ritme) naar kinderliedjes, naar mariachi-muziek, naar stravinskianismen en zelfs naar een curieuze dies irae-melodie, die op basis van de nachtmerrieachtige teksten vol eenzaamheid niet meteen valt te verklaren. Maar dat is nou precies het punt. Het beste blijft het raadsel te vergroten, al is dat een inzicht dat in deze tijden van versuffing wat aan erosie onderhevig is.

De held van de dag was overigens dirigent Bas Wiegers, die als laatste-moment-invaller het concert redde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden