PlusBoekrecensie

De biografie van Willem Brakman is een plezier om te lezen

Schrijver Willem Brakman was een matig schrijver en een moeilijk mens. Toch is zijn biografie door Nico Keuning een plezier om te lezen.

Willem Brakman in 1981, het jaar waarin hij de PC Hooft­prijs kreeg . Beeld ANP

Veel van de bijna veertig romans die Willem Brakman (1922-2008) publiceerde, zijn niet te pruimen. Maar een schrijver moet op zijn beste werk beoordeeld worden en dan komen titels als Het groen van Delvaux (1996) en Het zwart uit de mond van Madame Bovary (1974) in beeld. De hoofdpersoon in dat laatste boek is niet alleen geobsedeerd door Madame Bovary uit Gustave Flauberts gelijknamige roman, hij identificeert zich ook met haar waar het gaat om de zoektocht naar de Grote Liefde.

In de biografie van Brakman, geschreven door Nico Keuning, keert het thema van de Grote Liefde ook terug. Brakman hield er diverse buitenechtelijke relaties op na, net als Emma Bovary. Nico Keuning probeert het leven in het werk van Brakman terug te vinden. Hij loopt zijn oeuvre langs en legt steeds ‘de relatie tussen autobiografische gegevens en fictie-romans’. Zo komen we aan de weet dat vrienden, al dan niet onder hun echte naam, in zijn proza figureren, en dat de ‘necrofiele erotiek’ in zijn werk te herleiden is naar zijn ervaringen als student medicijnen, toen hij te maken kreeg met een beeldschoon meisje dat was gestorven aan de griep.

Fluisteraar

Brakman was samen met Nol Gregoor be­vriend met Simon Vestdijk. Tegen hem keken ze op. Gregoor verhuisde zelfs naar Doorn om dichter bij zijn idool te wonen. Vestdijk leed aan depressies en Brakman kon hem als arts ‘in grote hoeveelheden tal van pillen’ sturen. Brakman schreef over zijn eigen depressie in de roman Come-back (1980).

De kroniek over het zoeken naar ‘waarheid’ in fictie begint op den duur tegen te staan. Liever zou je een interpretatie van die ‘waarheid’ van de biograaf zien.

Keunings boek wordt interessanter als hij de wording van zijn biografie beschrijft. Er is een categorie biografen die als schaduw van hun onderwerp fungeren. Wat Eckermann voor Goethe was, was Harry Prick voor Lodewijk van Deyssel. Brakman had Gerrit Jan Kleinrensink. Deze leraar uit Nijmegen was 35 jaar Brakmans ‘fluisteraar’, maar ook diens persoonlijke vriend, tassendrager, voorzitter van de Stichting Willem Brakmankring. Als hij bij zijn idool op bezoek was, trok hij zich regelmatig terug op de wc met een schriftje om aantekeningen te maken.

Brakman waardeerde zijn ‘Eckermann’, maar had geen vertrouwen in hem als biograaf. Kleinrenserink schreef een aanzet voor een ­biografie. Brakman sprak er zijn veto over uit, zodat Onverzoenlijk verteller ongepubliceerd is gebleven. In 2014 overleed de beoogd biograaf, met een huis vol archiefmateriaal. Keuning heeft er dankbaar gebruik van gemaakt.

Willem Brakman debuteerde pas op zijn veertigste, daarna schreef hij elk jaar wel een roman, vaak zelfs twee. Hij had er ook de tijd voor, want na zijn studie en een kort – mislukt – avontuur als huisarts, werkte hij als bedrijfsarts. Kennelijk een luizenbaantje dat hem in staat stelde het merendeel van zijn dagen aan zijn literaire werk te besteden. Op zijn 58ste liet hij zich afkeuren om een WAO-uitkering te genieten. Eindelijk fulltime schrijver!

Brakman is nooit populair geworden bij het grote publiek . Toch kreeg hij een hoge status als auteur omdat critici hem geweldig vonden. Vooral Tom van Deel (Trouw), Janet Luis (NRC Handelsblad), Arjan Peters (de Volkskrant) en Jeroen Vullings (Vrij Nederland) schreven steevast gunstige kritieken.

Uit deze biografie komt Brakman naar voren als een egocentrische man. Keuning zegt het ook: ‘weinig empathie jegens anderen’. In gesprekken was hij nauwelijks in staat tot luisteren, tot spreken des te meer. Hij was simpelweg niet geïnteresseerd in de buitenwereld. Hij las ook geen kranten. Behalve als zijn boeken erin gerecenseerd werden.

Scheef schamen

Brakman had de gewoonte om meerdere keren per dag voor zich uit te roepen: ‘Schoften zijn het, allemaal!’ Kwam hij tijdens een wandeling in het bos iemand tegen, zo vertelden Brakmans kinderen aan de biograaf, dan groette hij beleefd. ‘De wandelaar was nog niet voorbij of daar was het weer: ‘Schoften zijn het, allemaal!’ Net iets te hard, zodat je je scheef liep te schamen. En dat was de bedoeling natuurlijk.’

Brakman kon al boos worden bij het horen dichtslaan van een autoportier in zijn straat, eigenlijk op elk niet door hem zelf geproduceerd geluid. Onbetrouwbaar was hij ook. Nadat de schrijver Jean-Paul Franssens Brakman in vertrouwen had verteld over zijn buitenechtelijke escapades, schreef Brakman daarover onverbloemd in een roman.

De biografie van een matig schrijver en een moeilijk mens, is, hoe onlogisch ook, een plezier om te lezen.

Een ongeneeslijk heimwee – leven en werk van Willem Brakman. Nico keuning. Querido, €34,99. 478 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden