De beste boeken van 2008

Foto ANP/Lex van Lieshout

2008 was een prachtig boekenjaar. Wat vonden de Parool-recensenten de mooiste en beste boeken?

John Jansen van Galen
Jolande Withuis - Weest manlijk, zijt sterk, Pim Boellaard (1903-2001). Het leven van een verzetsheld (De Bezige Bij).
Voortreffelijke biografie van de man die vond dat je altijd rechtop moest blijven lopen, ook onder de knoet van de SS. Tevens een rehabilitatie voor het 'rechtse' verzet en een mooi tijdsbeeld van het Nederlandse patriciërdom tussen de wereldoorlogen. Uitstekend geschreven en niet al te wijdlopig, wat helaas de trend is bij Nederlandse levensbeschrijvingen (zie: Daalder over Drees en Evelien Gans over vader en zoon Meijer).

Rutger Kopland - Toen ik dit zag (Van Oorschot).
Velen zullen hebben verwacht dat er nooit meer nieuwe gedichten van zijn hand zouden komen na zijn auto-ongeluk annex hartfalen drie jaar geleden, maar hij kwam prachtig terug met een bundel waarin de stilte centraal staat, zoals in Gesprek: Ze kijkt me vragend aan/ je zwijgt zegt ze en waarover// inderdaad waarover zwijg ik en ik begin te zoeken naar een antwoord// ik kijk voorbij haar gezicht/ naar de muur en van de muur/ naar het raam en van het raam/ naar mijn handen in mijn schoot/ en weer terug naar haar gezicht// ze kijkt mij nog steeds aan/ ik hoor de stilte in haar kamer// ik zou willen zeggen dat ik zwijg/ over mijzelf want ik weet niet/ wie dat is.

Tony Judt - De vergeten twintigste eeuw. Nieuwe wereldgeschiedenis (Contact).
Als nagekomen bericht bij zijn grote werk Na de oorlog verschenen deze 27 essays over de eigentijdse geschiedenis, en ten minste twintig ervan zijn een genot om te lezen: scherpzinnig, polemisch, tegendraads, jaloersmakend (wie zou niet zó willen schrijven). Lees hoe Judt van Tony Blair geen spaan heel laat, de zelfgekozen dood van liberaal Amerika beschrijft, het McCarthyisme en de Cubacrisis reconstrueert. Leerzaam en meeslepend.


Alle Lansu
Karel Capek: Een doodgewoon leven (Wereldbibliotheek).
De autobiografie (1934) van 'een doodgewoon mens', die bij nader inzien ingewikkelder in elkaar steekt. De aanvankelijk gesuggereerde coherentie wordt door een innerlijke stem aan het wankelen gebracht. Een openbaring die tot bespiegelingen leidt over de verhoudingen tussen innerlijke personages die zich in wisselende constellaties manifesteren. Een geestverruimende roman die inspireert tot zelfreflectie.

Silvio d'Arzo - Andermans huis (Van Gennep).
Een novelle (1953) waarin bijna niets gebeurt en die je toch op het puntje van je stoel brengt. In een gehucht in de Apennijnen raakt de dorpspastoor in de ban van een alleenstaande vrouw. Ze wil weten of de kerk echtscheiding toestaat, maar achter die vraag blijkt een grotere levensvraag schuil te gaan. Vol suggestieve toespelingen op de erotische verlangens van de pastoor bouwt d'Arzo een onderhuidse spanning op, die hij naar een onverwachte apotheose voert.

Rachida Lamrabet - Een kind van God (Meulenhoff-Manteau). Deze verhalenbundel geeft een dieper en subtieler inzicht in de angsten, misverstanden, dilemma's en contradicties die een rol spelen in de moeizame weg naar een vruchtbare multiculturele orde dan menig nonfictieboek op dit terrein, om van het simplistische maatschappelijke debat maar te zwijgen. Op een uiterst intelligente manier gebruikt Lamrabet de middelen van de literatuur om de vele dimensies van de problemen te belichten. Daarmee laat ze de lezer menigmaal in verwarring achter, met de nodige stof ter overdenking.


Dirk-Jan Arensman
Denis Johnson - Een zuil van rook (Anthos).
In Philip Roths Verontwaardiging wierp de Koreaoorlog dit jaar een indrukwekkende schaduw over een klassiek coming of age-verhaal. Maar geen boek liet je zo indringend naar de hel van een guerrillanachtmerrie kijken als dit epische meesterwerk. Vanuit het perspectief van twee gewone soldaten en dat van William 'Skip' Sands, die via zijn Kurtzachtige oom in de spiegelpaleiswereld van de dubbelspionage verzeild raakt, zie je de Vietnamoorlog van binnenuit. De plot is met al zijn schijnbewegingen nauwelijks samen te vatten, maar de kernwoorden - mythologisering en miscommunicatie, bedrog en paranoia - spatten in schitterend proza van elke bladzijde.

Tobias Wolff - Our story begins (Bloomsbury).
2008 was een goed jaar voor het korte verhaal. Met nieuwe bundels van onder anderen Anne Enright en Alice Munro. Lees die allebei, maar begin met deze bloemlezing van 21 van Wolffs beste verhalen én tien nieuwe, waarin hij weer prachtig en ongekunsteld de levens van zijn onopvallende antihelden bezingt. Een gerijpte meester die niet onderdoet voor Raymond Carver of James Salter.

Steve Toltz - Een fractie van het geheel (Signatuur).

Op deze plek had evengoed Ethan Canins America, America, Rupert Thomsons Dood van een moordenares of Toni Morrisons Een daad van barmhartigheid kunnen staan. Maar debutanten hebben soms een streepje voor. Zeker als ze je zó aan het lachen maken als Toltz. Een heerlijk dolgedraaid familie-epos vol onvoorspelbare plotwendingen en vlijmscherpe oneliners, waarin twee criminelen de hoofdrol spelen: de filosofische kluizenaar en meest gehate man van Australië Martin Dean en diens broer Terry, die een held wordt door het vermoorden van corrupte sporters.

Jos Bloemkolk
Twee van mijn drie favorieten van dit jaar liggen enorm voor de hand en staan, tenzij ik mij vergis, op alle lijstjes van de weldenkenden om mij heen. Leven en lot van Vasili Grossman (Balans) heb ik kort geleden nog op twee pagina's in de lucht gestoken. Samengevat: dit overweldigende meesterwerk, dat uit de duisternis van het Sovjetregime pas een halve eeuw later tot ons is gekomen, omdat het werd 'gearresteerd' door de autoriteiten, is ten minste even goed als Oorlog en vrede.

Die andere favoriet ligt koud in de winkel: deel 1 en 2 van het Verzameld werk van Karel van het Reve (Van Oorschot). De teksten die in boekvorm waren verschenen, had ik al, maar er is veel, veel meer. Bij sommige postuum uitgegeven dingen kun je denken dat het niet voor niets is dat ze ongepubliceerd zijn gebleven. Zie een curiosum als Het graf van Bach van Bob den Uyl. Maar de ongebundelde of zelfs onuitgegeven stukken van Karel van het Reve zijn vaak even goed als zijn in boekvorm verschenen werk. Dat Verzameld werk is dus niet alleen interessant voor onderzoekers of mensen die 'de ontwikkeling van een schrijverschap' willen volgen.

Mijn derde favoriet is De laatste wildernis van Robert Macfarlane (De Bezige Bij), het door Nico Groen vertaalde The wild places. Macfarlane zoekt de laatste ongerepte plekken van Groot-Brittannië en Ierland op en beschrijft die met een prachtige mengeling van directe ervaringen en filosofische gedachten. Hij is een sensitieve intellectueel, die met al zijn kennis de bibliotheek verlaat en een eenzame, ijzige winternacht doorbrengt op de top van Ben Hope.

Paul de Vries
Het beste natuurwetenschappelijke boek van 2008 was ook het beste boek van 1859. Toen kwam On the origin of species van Charles Darwin uit, en dit jaar The illustrated edition, onder redactie van David Quammen (Sterling). Het is een heruitgave van de originele tekst, ter gelegenheid van het 150-jarige jubileum van de theorie, evolutie door natuurlijke selectie, die ons begrip van de natuur en onze eigen plaats daarin voor eens en altijd zou veranderen.

Darwin komt ook terug in mijn op één na favoriete boek van 2008: De grote natuuronderzoekers, dit jaar in Nederlandse vertaling verschenen (Gottmer/Becht). Wetenschappers van nu portretteren 39 grote geesten uit de geschiedenis van het natuuronderzoek: oude Grieken, renaissancegeleerden, verlichtingsdenkers en negentiende-eeuwse natuurvorsers. Aristoteles, Antoni van Leeuwenhoek, Linnaeus, de weergaloze ontdekkingsreiziger Alfred Russel Wallace. Een bladerboek over doorbraken, inzichten en bijzondere karakters.

Dat wetenschappers niet alleen op elkaar voortbouwen, maar soms ook van elkaar moeten losbreken, laat Tim Birkhead zien in The wisdom of birds (Bloomsbury, Nederlandse vertaling De Bezige Bij). De geboorte van de ornithologie als wetenschap, in de zeventiende eeuw, was vooral een afrekenen met schrijvers uit vroeger tijden, die nog meenden dat ganzen voortkomen uit schelpen en zwaluwen overwinteren in de modder. Voortaan zou de vogelstudie gebaseerd zijn op eigen waarneming, en niet op overgeleverde teksten. Een intrigerende behandeling van de mysteries van de vogeltrek, het ei, de vogelzang en meer, en daarom mijn op twee na favoriete boek van 2008.


Karin Overmars
Over de liefde van Doeschka Meijsing (Querido) is een meeslepende studie naar liefdesbedrog, verlangen en eenzaamheid. Meijsing laat alle maskers vallen; de tijd van flauwekul is geweest, lijkt de boodschap te zijn. Hoofdpersoon Pip heeft niets meer te verliezen, want het allerbelangrijkste - haar geloof in de liefde - is haar al ontnomen. In stilistisch opzicht is Meijsing losgebroken in deze roman, waarin haar wat houterige stijl plaatsmaakt voor zwierige zinnen, sprankelende alinea's, literaire souplesse.

Van Erik Vlaminck had ik nooit gehoord, maar Suikerspin (Wereldbibliotheek) was een openbaring: wat een schrijver! Deze adembenemende roman vertelt het verhaal van een Vlaamse kermisklantenfamilie die in verband wordt gebracht met de mysterieuze dood, bijna een eeuw geleden, van een Siamese tweeling. Vlaminck heeft een scherp psychologisch inzicht en een grote historische kennis; hij ontbloot de drijfveren van de personages en toont ons een wereld waarin het daglicht nauwelijks doordringt: geweld, afpersing, bedrog, seksueel misbruik, uitbuiting, stank en hoererij. Meesterlijk beschreven; de frituurwalm en de pisgeur slaan je vanaf de pagina's in het gezicht.

Met De tijd die nodig is (Meulenhoff) bewijst de Deense auteur Jens Christian Grøndahl (Meulenhoff) dat ook romans over tamelijk banale onderwerpen - een 48-jarige vrouw raakt in een crisis nadat haar zoon door de politie is gearresteerd - fascinerend kunnen zijn. De roman volgt Ingrid Dreyer gedurende vier dagen. In dat korte tijdsbestek wordt haar levensloop minutieus beschreven en uitgebeend, zo minutieus dat het bijna verstikkend wordt, maar precies in die geconcentreerdheid schuilt de schoonheid. Een intense roman over ouderschap, liefde, familiebanden en lotsbestemming.


Hans Knegtmans

The given day (vertaald als De infiltrant) van Dennis Lehane is even formidabel geworden als je van een auteur met zijn talent en ambitie mocht verwachten. Een lijvig epos over aankomend rechercheur Danny Coughlin, van Ierse komaf, met een vader en een peetvader die zich hebben opgewerkt tot de machtigste politiemensen van Boston. Allebei ijzervreters, met - het is 1918 - een bijzondere hekel aan bolsjewistisch en anarchistisch tuig.

Advocaat Victor Carl, hoofdpersoon van William Lashner, dreigt in Fatal flaw (Verdiende straf) meer dan anders van het rechte pad te raken. Vroegere studievriend Guy Forrest heeft klaarblijkelijk zijn buitenechtelijke vriendin Hailey vermoord. Ook Carl had een intieme relatie met het slachtoffer. Daarom neemt hij gretig Guys verdediging ter hand, vastbesloten hem de zwaarst denkbare straf aan te smeren. Als hij aan Guys schuld begint te twijfelen, lijkt het te laat om het tij nog te keren. Carl is één van de interessantste romanpersonages in het thrillerlandschap. Hij mag dan wisecracks maken en koketteren met zijn 'egoïstische' karakter zo veel hij wil - eigenlijk is hij gewoon een nazaat van Philip Marlowe.

Ook wie niet meedoet aan het hypen van de Scandinavische thriller, kan moeilijk om het Zweedse auteursduo Anders Roslund en Börge Hellström heen. In De uitlevering (De Geus) komt John Meyer Frey, die voor moord geëxecuteerd is, letterlijk weer tot leven. Commissaris Ewert Grens ziet met angst en beven een Amerikaans verzoek tot uitlevering tegemoet. Ook de lezer kan zich nauwelijks voorstellen dat Frey zijn straf zal ontlopen. Enig minpunt: de ontknoping, hoe bevredigend ook, is te vergezocht om waar te zijn.


Thomas Verbogt
Our story begins van Tobias Wolff (Knopf, New York), nieuwe verhalen en een keuze uit oude. Weer van een betoverende en verbluffend eeenvoud, met personages die na een paar zinnen al onvergetelijk zijn, en met dialogen die deze personages heel dichtbij brengen. Hoort nog steeds in het rijtje van de grote korte verhalenschrijvers uit de Amerikaanse literatuur, Carver, Cheever, Salter en Updike.

Zwarte gaten van Hans Verhagen (Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam).
Gelukkig hoef je er niet meer aan toe te voegen dat enzovoort. Gedichten waarin je telkens opnieuw op avontuur kunt. Rock-'n-roll!

Wanda Reisel- Die zomer (Querido, Amsterdam). Innige roman over kwetsbaarheid, meeslepend geschreven in een stralende stijl, zich afspelend in 1970, het jaar waarna er ineens veel afgelopen was. Als ik vijf titels had mogen noemen stonden De hoedenwinkel van K.Schippers en Gentse lente van A.F.Th.van der Heijden er ook bij.

Maarten Moll
Op de valreep verscheen van A.L. Snijders het schitterend vormgegeven en zeer goed geschreven Bordeaux met ijs (AFdH) , een tweede bundeling zkv's (zeer korte verhalen). Snijders is een groot stilist die in de zkv's bijna emotieloos de onbegrijpelijke wereld beschrijft, zonder al te veel uit te leggen. De lezer moet het allemaal zelf maar uitvogelen. Zijn verhaaltjes zijn uitsnedes, oprijlanen. Stilistisch van hoog niveau. Kort, en door het isolement van de woorden - context ontbreekt bijna altijd - hebben de zkv's iets raadselachtigs.

Ook heel mooi; het luisterboek Wij waren daar niet toen wij daar waren (De Bezige Bij). Gedichten van H.H. ter Balkt, voorgelezen door de dichter zelf. Met zijn sobere, donkere stem is H.H. ter Balkt is een dichter die het verleden levend houdt. Hij dicht over klokbekervolken, Byzantium, de Merovingers. Over strijdhamers, slijpstenen, ijzergieterijen, aardappelsorteermachines en knechten. Een hoeder van de taal, een redder van woorden die langzaam vergaan. Het woord benzine, uitgesproken door H.H. ter Balk, is bijna drinkbaar. Schitterend.

En dan moet iedereen alsnog naar de boekhandel en vragen om Vuistslagen van de Italiaanse schrijver Pietro Grossi (Van Gennep). Drie verhalen over volwassen worden, over trots, over vriendschap. Over hoe jongens mannen worden, maar juist weer geen boek voor mannen die zich jongens voelen. Mooie zinnen en kale, uitgebeende dialogen. Met één van de mooiste en beste verhalen die over boksen zijn geschreven, en een varhaal, Paarden, dat aan Cormac McCarthy doet denken. Wie zo schrijft, wie zo aanhaakt bij een meester, die kan schrijven.
En dan nog een tip. Lees nu toch eens de verhalen van James Salter. Meulenhoff verzamelde ze in Alle verhalen.


Hans Renders
Afgelopen jaar verschenen berichten en boeken over Hitlers boekenlegger, Hitlers favoriete gedicht, een bloemlezing uit de brieven die hem gestuurd werden en zo meer. De prachtige studie Hitlers privébibliotheek (Balans) van Timothy W. Ryback wekt door de titel de indruk dat Hitlers boekenverzameling gereconstrueerd is, maar in werkelijkheid heeft Ryback uitgezocht hoe en door welke boeken Hitler beïnvloed was, zoals de avonturenverhalen van Karl May. Hij had goede nota genomen van de tactische vaardigheden van Winnetou, de indiaanse held van May, die sluwheid en verrassing combineerde om zijn tegenstanders te slim af te zijn.

De biografie Elias Canetti door Sven Hanuschek (De Arbeiderspers) is meeslepend geschreven, gebaseerd op degelijke research en bevat voor de liefhebber tal van pareltjes over de kosmopolitische auteur, die soms ook klein van geest kon zijn. Dit monumentale boek is een prachtige aanvulling op de enkele jaren geleden gepubliceerde memoires van Canetti (Party tijdens de blitz. De Engelse jaren).

De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 200 essays, samengesteld door Joost Zwagerman (Prometheus) is precies wat het behoort te zijn. Alle aberraties, modegevoelige onderwerpen en stokpaardjes zijn in dit boek vertegenwoordigd. Hoe beweeglijk en lenig de schrijvers ook dachten te zijn, bij opgraving door Zwagerman liggen hun ideeën erbij als de onder vulkanische as bedolven stad Pompeii. Uiteindelijk gaat het niet om de meningen die in deze essays verpakt zitten, maar om de wijze van redeneren en om de manier waarop een en ander is opgeschreven.


Arie Storm
Het ideale sombermansboek - terwijl er toch ook het nodige om te lachen valt - schreef Julian Barnes met Niets te vrezen (Atlas). Hij verwoordt zonder enige terughoudendheid zijn sterfangst of liever gezegd zijn verdwijnangst. Op een gegeven moment ben je weg, echt helemaal weg, opgelost in het niets, en juist dat niets vreest hij, maar het is onvermijdelijk; want wát nou eindeloos bewustzijn, dood is dood! Dit boek biedt geen troost, reikt geen oplossing aan en verheft de mens niet. Maar het is wel zeer bevredigend om te lezen. Omdat er geen praatjes voor de vaak in worden verkocht en omdat het zo heel erg goed geschreven is. En ja, wat was er ook weer tegen l'art pour l'art? Deze kunstopvatting schijnt niet meer te mogen; alles moet tegenwoordig geëngageerd en actueel zijn.

Gelukkig verscheen in Engeland van Thomas Wright de geweldige biografie Oscar's books (Chatto & Windus). Aan de hand van de boeken die hij bezat en las, wordt het leven van Oscar Wilde opgeroepen. Oscar Wilde? Ja, lees hem en lees óver hem, en dat laatste dan bij voorkeur in dit baanbrekende boek van Wright. Opdat we allemaal opnieuw weten hoe het ook alweer zat met literatuur en wat de kracht ervan is.

Tim Parks publiceerde Dromen over zeeën en rivieren (De Arbeiderspers). Ook in dit boek staat de dood centraal. Zoon John gaat halsoverkop naar India omdat daar zijn vader is overleden. Tussen moeder en zoon volgt een intrigerend steekspel. De dood verenigt niet. Parks schreef een gruwelijke, maar bijzonder mooie roman.

Victor Schiferli
Wat de poëzie betreft: het was een overvol jaar met veel bundels en vuistdikke bloemlezingen. Met wat ik dit jaar aan poëzie in mijn kast heb gezet, kan een mens decennia vooruit.
Drie bundels krijgen een ereplaats. Tonnus Oosterhoff deed met Ware grootte (De Bezige Bij) een stapje terug wat experiment betreft: deze keer geen bewegende gedichten op cd-rom of opmerkingen in handschrift. Het zijn deze keer de gedichten zelf die met de lezer op de loop gaan. Soms bereiken ze peilloze melancholische diepten, soms zijn het bizarre brokstukken en vaak ook is Oosterhoff geestig, zoals in een dialoog over hoesten in de concertzaal, of het criterium dat de Dichter des Vaderlands 'van onbesproken levenswandel' moet zijn.

En dan Alfred Schaffer met Kooi (De Bezige Bij), een bundel vol beklemmende regels waarin je tevergeefs zoekt naar een antwoord of de identiteit van de stem in de gedichten. Die onzekerheid is precies wat Schaffer tot zo'n goede dichter maakt: hij zet de blik op de wereld waarin wij leven geheel op losse schroeven.

Ten slotte, nog niet in druk verschenen: op een boekpresentatie in het najaar las Mustafa Stitou drie nieuwe gedichten voor waarmee hij toehoorders zachtjes verpletterde. Wordt vervolgd, hopelijk in 2009.

Indrukwekkend was Droomvlees van L.F. Rosen (Wagner & Van Santen), een dichter in de klassieke traditie van Philip Larkin en W.H. Auden. In deze nieuwe bundel, veelal handelend over ziekte en dood, heeft hij een onverbiddelijke, krachtige toon, die steeds opnieuw overtuigt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden