Van Gogh schilderde De aardappeleters in de lente van 1885.

PlusAchtergrond

De aardappeleters van Van Gogh: misser of meesterwerk?

Van Gogh schilderde De aardappeleters in de lente van 1885.Beeld Van Gogh Museum, Amsterdam

Het Van Gogh Museum presenteert een tentoonstelling over De aardappeleters. Dat was een mislukt schilderij van een schilder die zijn draai nog niet gevonden had.

‘Wat ik van mijn eigen werk denk,’ schreef Vincent van Gogh in oktober 1887 aan zijn zuster Willemien, ‘is dat het schilderij van de boeren die aardappels eten, wat ik in Nuenen maakte, après tout het beste is dat ik maakte.’ Een vreemd oordeel, want eigenlijk was dat schilderij – De aardappeleters – de grootste mislukking uit Vincents prille carrière.

Twee jaar daarvoor had hij nog grootse plannen met dat schilderij ‘van de boeren die aardappels eten’. Maar daar was in feite niets van ­terechtgekomen.

Het schilderij was eigenlijk een project. Hij had zich voorgenomen om eindelijk eens iets groots maken. Van Gogh beschouwde het schilderij als een meesterproef, een term die stamt uit de tijd van de gilden. Om zijn vaardigheden te bewijzen, vervaardigde een gezel een meesterproef die beoordeeld werd door de andere meesters van het gilde. Daarna werd de gezel zelf meester en kon leerlingen opleiden.

Visitekaartje

De autodidact Van Gogh besefte in maart 1885 dat hij ook zoiets moest realiseren. De Parijse Salon, dat was wat hij voor ogen had. Zijn broer Theo had hem gevraagd of hij iets zou kunnen maken voor die prestigieuze internationale tentoonstelling. Vincent ging akkoord. Het moest een groepscompositie met boerenthema worden, naar het leven geschilderd. Uit de brieven aan zijn broer Theo, destijds kunsthandelaar in Parijs, blijkt dat Vincent grote ambities had met zijn nieuwe schilderij. Hij zou met dat werk wel even zijn visitekaartje afgeven in de Parijse kunstwereld.

Van Gogh was daarvoor een ongeleid projectiel, type twaalf ambachten, dertien ongelukken. Iemand die nogal onconventioneel te werk ging. Maar nu nam hij zich voor om alles degelijk aan te pakken. Hij volgde een traditionele, academisch methode. Op basis van ­voorstudies ging hij een grote compositie ­construeren: een groepsportret in een boereninterieur.

Boerenmaaltijd

Dat motief was overigens een beproefd genre. Verheven schilderijen met mythologische, ­religieuze of historische onderwerpen hadden in de tijd van Van Gogh massaal plaatsgemaakt voor verbeeldingen van het eigentijdse leven met boeren of arbeiders.

Francois Millet was Van Goghs lichtend voorbeeld. Zoals Millet het harde bestaan van de boerenbevolking had weergegeven, zo wilde Van Gogh ook schilderen. In Nederland had ­Jozef Israëls de boerenmaaltijd geïntroduceerd. Daarnaast was Van Gogh buitengewoon gecharmeerd van de realistische manier waarop de Franse schilder Charles Degroux boeren rondom een tafel had weergegeven. Simpel, rauw, monumentaal en met harde schaduwen.

‘Hut’

Hij situeerde zijn nieuwe meesterwerk in een Brabantse boerenwoning waar de familie De Groot-van Rooij woonde. Deze ‘hut’, zoals Van Gogh het noemde, bestond uit twee woningen onder een rieten dak. Hier maakte hij voor­studies van bewoners en het interieur. In de ­tentoonstelling kunnen bezoekers overigens plaatsnemen in een reconstructie van de hut. Kun je zelf je eigen Aardappeleters fotograferen.

Een echt natuurtalent was Van Gogh niet. Het was tot dan toe ploeteren geweest. Een enkele ­figuur op het land of in een interieur, dat had hij inmiddels aardig in de vingers. Maar groeps­portretten gingen hem speciaal slecht af. Hij had weleens een poging gewaagd om een groep figuren op het land weer te geven, maar dat werd een rare optelsom van houterige poppetjes.

Vol fouten

Ook in De aardappeleters is de compositie ­onhandig. Figuren kijken langs elkaar, het ­perspectief van tafel en stoelen lijkt niet bij elkaar te horen. De man achter de tafel lijkt de vrouw rechts vragend aan te kijken, maar waarom houdt hij dan klungelig zijn volle kop koffie – de damp slaat eraf – in de hoogte?

Waar hij wel aardig in slaagde, was bepaalde kleurtheorieën op een overtuigende manier in zijn werk opnemen. Zo was Van Gogh door een boek van de Franse kunsttheoriticus Charles Blanc geïntrigeerd geraakt door het gebruik van complementaire kleuren. In De aardappeleters liet hij gebroken tonen ontstaan door rood en groen met elkaar te mengen. Ook ontdekte hij nieuwe manieren om met licht en donker om te gaan. Al was dat in zekere zin vergeefse moeite. In Parijs was inmiddels iedereen in de ban van het lichte palet van de impressionisten. Niemand zat te wachten op een bruin schilderij.

De aardappeleters zat vol fouten, dat begreep Van Gogh ook wel. Maar het ging hem om het overbrengen van gevoel en karakter, niet om technische perfectie. Daar was niet iedereen het mee eens. Van Gogh zond het schilderij naar zijn broer in Parijs, die niet onder de indruk was. Zijn schildersvriend Anthon van Rappard vond het een prutswerk. Einde vriendschap. In Frankrijk bleek niemand geïnteresseerd, het kwam op geen enkele tentoonstelling te hangen en eindige onverkocht op de schoorsteen­mantel in Theo’s appartement.

De aardappeleters: misser of meesterwerk? Van Gogh Museum, t/m 13 februari 2022.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden