PlusReportage

David Hockney werpt in Haarlem een nieuw perspectief op oude kunstwerken

Werk van David Hockney is nu te zien in Teylers Museum. Door zijn ogen kijken we mee naar het werk van oude meesters.

Kees Keijer
David Hockney, nu met een expositie in Teylers in Haarlem, is zijn leven lang gefascineerd door theorieën over perspectief en de toepassing van lenzen en spiegels voor het maken van afbeeldingen. Beeld Bastiaan Van Musscher
David Hockney, nu met een expositie in Teylers in Haarlem, is zijn leven lang gefascineerd door theorieën over perspectief en de toepassing van lenzen en spiegels voor het maken van afbeeldingen.Beeld Bastiaan Van Musscher

Dat David Hockneys werk nu in Teylers Museum te zien is, lijkt op het eerste gezicht een beetje merkwaardig. Want wat moet een museum met natuurkundige instrumenten, fossielen, tekeningen van oude meesters en negentiende-eeuwse schilderijen nou met een hedendaagse kunstenaar?

De ontbrekende schakel is dat Hockney zijn leven lang gefascineerd is door theorieën over perspectief en de toepassing van lenzen en spiegels voor het maken van afbeeldingen. En zulke optische hulpmiddelen heeft juist Teylers in de verzameling.

Hockneylegde ruim twintig jaar geleden een bommetje onder de kunstgeschiedenis door in zijn boek Secret Knowledge (2001) te stellen dat kunstenaars sinds de renaissance gebruik hebben gemaakt van twee apparaten, de camera obscura en de camera lucida. Dat hielp kunstenaars volgens Hockney om de vertaalslag te maken van drie naar twee dimensies, lang voor de uitvinding van de fotografie.

null Beeld Bastiaan Van Musscher
Beeld Bastiaan Van Musscher

Op zijn kop

Dat zette gevestigde ideeën op losse schroeven over de werkwijze van kunstenaars en het totstandkomen van naturalistische tekeningen en schilderijen. Hockney ontwikkelde zijn theorie vanuit het maken en het kijken, niet zozeer vanuit historische bronnen. Daarom werd door kunsthistorici nogal sceptisch gereageerd op zijn claim dat een half millennium aan kunstproductie eigenlijk nooit goed begrepen was.

Dat de camera obscura vroeger gebruikt werd voor het maken van afbeeldingen, was al langer bekend. Een camera obscura is een verduisterde ruimte met een gaatje, waar een lens in kan zitten. Door het gaatje vallen lichtstralen naar binnen, die op de tegenoverliggende wand worden geprojecteerd, op zijn kop. Daarmee is de camera obscura een soort model van het menselijk oog.

Teylers is in bezit van een schilderij van Wybrand Hendriks dat gemaakt is in Teylers Huis, onderdeel van het museum. Het vermoeden bestaat dat Hendriks het aangrenzende hofje heeft geschilderd door gebruik te maken van een camera obscura. Het leuke is dat het museum ter plekke een camera obscura heeft gemonteerd, zodat je als het ware over de schouder van de kunstenaar kunt meekijken die ruim tweehonderd jaar geleden op dezelfde plek werkte.

Of hij daarbij gebruik maakte van een instrument is overigens niet helemaal overtuigend, want er zijn nogal wat verschillen tussen het uitzicht, de projectie en het schilderij. In de camera obscura lopen alle verticale lijnen bijvoorbeeld perspectivisch naar elkaar toe, terwijl ze op het schilderij evenwijdig zijn. In dit geval lijkt het gebruik van een camera nodeloos ingewikkeld.

Beginners

De camera lucida is misschien wat minder bekend. Het instrument werd in 1806 ontwikkeld en bevat een prisma op een verstelbare stang. De gebruiker kan door het prisma kijken en ziet dan zowel voorwerpen of personen voor de camera lucida als een blad papier op tafel.

Hockney raakte geïntrigeerd door het fantastische tekentalent van Jean-Auguste-Dominique Ingres (1780-1867). Hij vond de tekeningen zo trefzeker, dat hij begon te experimenteren met de camera lucida. Bingo, dacht Hockney, de resultaten hebben precies hetzelfde effect als de tekeningen van Ingres. Kleine, uiterst precieze kopjes worden omgeven door kleding en handen die veel minder uitgewerkt zijn. Die zien er bovendien uit alsof ze zijn overgetrokken van een projectie.

Daar staat tegenover dat er geen enkel historisch bewijs is dat Ingres een camera lucida zou hebben gebruikt. Tijdgenoten repten er niet over. Een camera lucida werd door velen gezien als een hulpmiddel voor beginners, niet iets wat een professionele kunstenaar als Ingres zou hanteren.

Overigens benadrukt Hockney dat Ingres het het instrument gebruikte als hulpmiddel voor bepaalde verhoudingen, waarna hij de details moest tekenen met oog en hand, wat hij ‘eyeballing’ noemt. Optische instrumenten maken geen kunst. Hockney: “Ze kunnen niet voor je tekenen.”

Stokpaardje

Hockneys experimentele portretten met de camera lucida – waarvoor onder andere Damien Hirst model zat – zijn in Haarlem te zien. Daarnaast maakte hij een mooie serie portretten van suppoosten van de National Gallery in Londen, als ode aan Ingres. Hockney laat de toeschouwer kijken naar kunstwerken met mensen die naar hen kijken als ze naar kunstwerken kijken.

De tentoonstelling laat ook zien dat Hockney zelf altijd technische hulpmiddelen van zijn eigen tijd heeft omarmd om kunst te maken. De laatste jaren werkte hij bijvoorbeeld met een iPad en fotografische beelden die met de computer gegeneerd zijn.

Een ander stokpaardje van Hockney gaat over de werking van het centraalperspectief en de fotografie, die ervoor zorgen dat er altijd een afstand is tussen de kijker en de voorstelling. Door het perspectief om te keren of door de fotografie op een nieuwe manier te gebruiken, laat hij zien dat je de ruimte opeens anders ervaart.

De tentoonstelling in Haarlem laat de bezoeker zelf kijken en vergelijken, maar geeft geen eensluidend oordeel of Ingres een camera lucida heeft gebruikt of niet. Zo is het eigenlijk een tentoonstelling waarin je meekijkt met Hockney, die weer kijkt naar oudere meesterwerken. In de prachtige film A Day on the Grand Canal with the Emperor of China (1988) neemt Hockney de kijker mee langs een Chinese rolschildering uit de zeventiende eeuw. De ruimte komt overtuigend en levensecht over, juist omdat het perspectief niet klopt.

Hockney’s Eye: t/m 29 januari 2023 in Teylers Museum, Haarlem.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden