PlusKlapstoel

Dany Lademacher: ‘Herman Brood was extreem verlegen’

Dany Lademacher (1950) is gitarist van Wild Romance. Mede door de documentaire Buying the Band staat Herman Broods oude band weer volop in de belangstelling.

Dany LademacherBeeld Harmen de Jong

Etterbeek

“Een deelgemeente van Brussel. Waarom ik daar ben geboren weet ik niet, want we woonden in Schaarbeek – schuin tegenover een ­ziekenhuis ook nog eens. Mijn ouders en ik woonden in bij mijn grootvader, die architect was en de helft van de huizen in de straat had gebouwd. Een heel mooie straat. Later trok er ook een verdwaalde oom bij ons in.”

“Het was altijd druk. Maar gezellig? Nee. Al op mijn zeventiende ben ik vertrokken. Ik was geen liefdeskind, hè. Op haar sterfbed, ergens in de jaren tachtig, heeft de beste vriendin van mijn moeder me verteld hoe het zat. Mijn ouders wilden helemaal geen kinderen.”

“Mijn pa had een vette baan bij Sabena, de luchtvaartmaatschappij, en ze reisden heel veel. Ma had al een keer een abortus gehad toen ze van mij in verwachting raakte. Een tweede abortus werd haar geweigerd, dat zou gevaarlijk zijn. Ik was ongewenst. Ik heb verder best een leuke jeugd gehad, maar met mijn ouders had ik nauwelijks contact.”

Accordeon

“Van een tante kreeg ik op mijn vijfde een accordeon, een kindermodel, maar wel een echte. Inmiddels is de hele familie uitgestorven – ik ben de laatste der Mohikanen – maar toen ze nog leefden, kreeg ik altijd van iedereen te ­horen hoe ik als jongetje alles wat ik op de radio hoorde meteen kon naspelen op mijn accordeon, met bassen en al. Later kwam de gitaar, ook al moesten mijn ouders daar niets van hebben. Weer speelde ik na wat ik op de radio hoorde.”

“Rock-n’-roll had je voor 1958 nog niet op de Belgische radio. Ze draaiden klassiek, schlager en jazz. Dus dat werd jazz voor mij. Kenny Burrell en Wes Montgomery waren mijn helden. Popmuziek kwam pas later. Elvis vond ik maar raar. Die vroege rock-’n-roll van hem was tof, maar daarna werd zijn muziek toch al snel zoetsappig. Ik hield van Cliff Richard. Die was ook zoetsappig, ja, maar hij had wel The Shadows. Door hen werd ik een popgitarist.”

Saturday Night

“Groningen, 1977. In een kraakpand repeteerden we het repertoire voor het album Shpritsz. Stroom pikten we van het café ernaast. Het was er smerig – echt, het stonk er naar stront – en koud. Dus we hadden haast. In maar twee weken schreven we alle songs.”

“Over Saturday Night deden we zelfs hooguit vijf minuten. Ik was mijn gitaar aan het stemmen en schoof wat met een D-akkoordje. Klang-Klang. Klang-klaaang. Herman hoorde er meteen iets in. Op een toilet­rol schreef hij in één keer de tekst. We hadden geen idee dat we goud in handen hadden.”

“We hadden sowieso geen idee waar we mee ­bezig waren. Het is ons echt overkomen: toen Shpritsz eenmaal uit was, groeide ons publiek in twee weken tijd uit van hooguit 25 man tot duizenden, even later zelfs honderdduizenden. De klim naar de top ging echt razendsnel.”

11-7-2001

“Rampzalig, een van de zwartste dagen in mijn leven. Ik had vakantie van de muziek, zoals ik dat altijd noem, wel zes jaar lang. Ik was sinds mijn zeventiende muzikant geweest, had nooit een dag vrij gehad. Ik had een overdosis muziek, moest een tijdje iets anders.”

“En zo was ik als souschef komen te werken in de keuken van een restaurant op de De Boelelaan. Daar hoorde ik dat Herman van het Hilton was gesprongen – een collega had het met eigen ogen zien gebeuren.”

“Het was zo heavy, ik raak meteen ontroerd als ik eraan denk. Ik was totaal verbijsterd. ­Terwijl hij het toch vaak over zelfmoord had gehad. Hij zong het letterlijk in Rock & Roll Junkie: ‘When I do my suicide for you I hope you miss me too.’ Maar ook in andere songs waren er aanwijzingen. Ik denk dat Herman al heel vroeg wist dat hij ooit uit het leven zou stappen.”

Verlegen

“Herman? Extreem verlegen zelfs. Mensenschuw. Het verklaart ook veel van zijn manier van leven: hij had die roes nodig om te kunnen dealen met zijn verlegenheid. Maar hij was zo'n leuke en lieve man. Mijn beste herinneringen aan hem stammen uit de beginjaren van de Wild Romance.”

“Ik had een tijd in Londen gewoond en gewerkt en toen ik weer in België was, werd ik gebeld door Cees Meerman, een bevriende drummer uit Vlissingen: Herman Brood wilde een band formeren, was het niet iets voor mij? Ik had nog nooit van die hele Brood gehoord, maar toen ik zijn debuutalbum Street beluisterde, was mijn interesse gewekt.”

“Naar Groningen dus. Ik wist niet wat ik ­meemaakte. De muzikanten met wie Brood toen werkte, waren allemaal aan de heroïne. De drummer stond met een mes op de keel van de bassist te brullen dat hij zijn pakje terug moest hebben. Ik wilde meteen weer naar ­België, maar tussen Herman en mij klikte het. Hij heeft toen een grote clean out gehouden.”

“Zo ontstond de klassieke versie van de Wild ­Romance: ik op gitaar, Cees op drums en in een jazzclub in de Groningse Peperstraat vonden we bassist Fred van Kampen alias Freddie ­Cavalli. ‘Maar ik houd helemaal niet van rock-’n-roll,’ sputterde die nog. Twee dagen later kende hij niets anders.”

Jan ’t Hoen

“De man die ervoor heeft gezorgd dat er weer een Wild Romance is. Ik was hem al weleens ­tegengekomen, maar in 2011 hadden we een hernieuwde kennismaking in het Spaanse Cadaqués, waar hij een huis heeft. Herman kwam daar aan het einde van zijn leven ook vaak. Jan vroeg me naar Spanje te komen voor een sessie met allemaal jongens die bij Herman hadden gespeeld, hijzelf op drums.”

“Leuk, die ouwe club weer bij elkaar. En Jan bleek er serieus mee ­verder te willen. Ik had mijn twijfels. Kon hij de Wild Romance combineren met zijn drukke werk als zakenman? Ik had ook geen zin te gaan optreden voor twee kippen en een kat. Maar zie waar we nu zijn: overal volle zalen, huilende mannen in het publiek. We zijn weer helemaal terug.”

Buying the Band

“Niet gezien. Ik kijk niet graag naar mezelf. Wat mensen niet lijken te beseffen is dat die docu al vijf jaar oud is. Wat je ziet, heeft niets maar dan ook helemaal niets met vandaag te maken.”

“Ik had toen al door waar regisseur Teus van Sintmaartensdijk op uit was: de ellende benadrukken, leuke dingen weglaten. Het is zíjn visie op de band. Of ik alsnog ga kijken? Ik heb gehoord dat Nina Hagen er inmiddels is uitgeknipt, dus misschien dat ik het nu eens ga doen.”

Nina Hagen

“Nina is Nina. Mijn type is het niet. Kan fantastisch zingen, maar ze heeft zo'n dikke nek. Echt een ego van hier tot Tokio. Bijna ziekelijk. Ik vind het niet erg dat die tour van de Wild Romance met Nina niet doorgaat. Ik heb dat nooit een goed idee gevonden. Wat Herman in haar zag? Een neukertje, denk ik. En ze was heel groot in Duitsland, waar wij ook naartoe wilden, dus dat was handig. Maar misschien zit ik er helemaal naast.”

Dire Straits

“O, mijn vader was kwáád, toen hij hoorde dat ik daar nee tegen had gezegd. Nooit naar een concert van me geweest, maar opeens had hij er ook verstand van. Pa rook geld. Vroeg in de jaren tachtig was het, Mark Knopfler wilde met me eten. In een tent op het Spui vroeg hij of ik zijn broer David wilde opvolgen in Dire Straits. Ik voelde me vereerd, maar heb meteen nee gezegd. Ik had geen zin om half verscholen achter een Marshall de tweede gitarist te zijn. Ik wilde eerste gitarist zijn. En dat begreep Mark.”

David Hollestelle

“Ah, David. Helemaal hersteld is hij. Van de drank en de drugs af en voorzien van twee kunstkleppen. Sinds een jaar of twee gaat het uitstekend met hem. Daarvoor was het erg, hoor. Hij viel soms het podium af. Wat niemand wist, was dat hij behalve zijn verslavingen ook een heel serieus hartprobleem had.”

“Het is heerlijk om samen met David te spelen. We zitten ­elkaar als gitaristen nooit in de weg. Twee handen op een buik. Het is ook niet de eerste keer dat we samen spelen, hè. Aanvankelijk was ik de gitarist van de Wild Romance. Later volgde David mij op. Maar in de laatste jaren van Broods leven zaten we samen in de band.”

No Time To Lose

“De nieuwe single. Waarop ik debuteer als mondharmonicaspeler. Ik heb die mondharmonica van mijn dochter gekregen voor mijn verjaardag. Ik had er nooit serieus op gespeeld. Bij de opnames van No Time To Lose zag ik dat ding liggen. Hij was toevallig in de juiste toonsoort, dus ik begon te blazen en dat ging best goed. Nou ja, zo'n moeilijk instrument is het niet, hè.”

Koken

“Mijn andere grote liefde. Meteen na de muziek komt het koken. Het is hier thuis een beetje een restaurant, ik heb ook allemaal professionele spullen. Vrienden bellen: wat eten we vanavond? Ik vind het heerlijk om vrienden te verwennen. Ik maak alles zelf: van garnalenkroketten tot ijs. Ik ben ook een echte saucier.”

“Die sauzen die iedereen altijd zo ingewikkeld vindt om te maken: ik snap echt niet wat daar moeilijk aan is. Er was een tijd dat mijn vrouw en ik zo 400 kilometer reden voor een goed restaurant. Ook in de hoogtijdagen van Brood at ik ­altijd goed. Dan zat ik wel alleen in een restaurant. De anderen interesseerde het niet. Je kon ze ook onmogelijk meenemen naar een chique zaak, dat stelletje piraten.”

Elfie Tromp

“Schrijfster? Ik ben geen lezer. Mijn vrouw leest alles, van Dostojevski tot alle Nederlandse schrijvers. Als iets echt interessant is, krijg ik een resumeetje. Ik had wel een enorme bibliotheek kookboeken, maar die heb ik uitgedund. Lezen in de tourbus? Haha, niet bij ons. Op onze leeftijd wordt in de bus vooral geslapen.”

Naschrift: Na publicatie van dit interview werd bekend dat Dany Lademacher is opgenomen in het ziekenhuis na een hartinfarct. “We gaan ervan uit dat hij hij snel weer kan aansluiten,” aldus drummer Jan ’t Hoen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden