Danny Vera.

PlusKlapstoel

Danny Vera: ‘Ik heb het de hard way gedaan, vanuit de stront omhoog’

Danny Vera.Beeld Harmen De Jong

Danny Vera (1977) is muzikant. Hij kan terugkijken op een succesvol 2019, met als slotstuk oudejaarsavond, als zijn nummer Roller Coaster te horen is op de vierde plek van de Top 2000.

Middelburg

“Ik woon al mijn hele leven in het huis waar we nu zitten. Ik ben enig kind, ben om de hoek in het ziekenhuis geboren en ben op deze vloer opgegroeid. Eventjes heb ik met een inmiddels ex-vriendin een ander huisje gehad, maar ik was snel terug. Mijn moeder is in 2001 overleden. Daarna woonde ik met mijn huidige vrouw op de bovenste verdieping en pa in het appar­tement op de begane grond. Het was fijn om bij hem in de buurt te kunnen zijn. En dit huis bood mij ook onderdak in de tijd dat mijn mu­ziek nog helemaal ruk ging. Ik hoefde niet krom te liggen voor een hypotheek, dat hielp.”

“Natuurlijk is het een huis vol herinneringen. Mijn ouders zijn hier op de benedenverdieping doodgegaan. Het ziekenhuisbed van mijn moeder stond bij die pilaar en dat van mijn vader, die drie jaar terug overleed, daar bij het raam. Nee, die gedachte is niet naar. Dit huis voelt nog steeds als thuis. Alleen hebben we het wel flink laten verbouwen. Een maand na zijn dood vond ik mijn vaders schoenen nog onder de kapstok. Toen heb ik gezegd: nu gaat alles eruit.”

Nummer 4

“Dat is toch gewoon heel raar? Eerst had je de Evergreen top-zoveel op Radio 5. Daar kwam Roller Coaster op 16 binnen. Meteen allemaal mensen boos, want mijn liedje was toch geen evergreen? Toen kwam de Top 4000 van Radio 10, daar was het nummer 8. En nu in de Top 2000 dus op 4. Hoger dan Elvis. Belachelijk, toch? Terwijl dat liedje in de Top 40 nooit hoger is gekomen dan 21. Vond ik al hartstikke prima, want het was voor het eerst van mijn leven dat ik er in stond.”

“Ook nu kreeg ik trouwens weer boze reacties: ‘Je hoort niet op 4!’ Ja hallo, alsof ik er wat aan kan doen. Ik heb niemand iets gevraagd, hoor. Aan dat oproepen tot stemmen doe ik niet mee. Zo raar vind ik dat, dat gebedel. Als er zoiets met een liedje gebeurt, moet het toch natuurlijk gaan? Als mensen het liedje leuk vinden, stemmen ze er vanzelf wel op. Of niet. Mij boeit het werkelijk waar geen ene reet. Maar ik ben wel dankbaar, hè. Het is mooi dat een liedje zo veel mensen kan raken.”

Magnolia

“Die uit de tekst van Roller Coaster? Kijk, achter je in de tuin, daar staat ie. Kaal nu, want hij houdt niet van de winter. Maar je kunt gelukkig de knopjes alweer zien. Eind maart begint hij te bloeien. Mijn vader plantte hem voor mijn moeder, zodat hij altijd bloemen zou hebben op haar verjaardag op 9 april.”

“Typisch, wel dat precies Roller Coaster zo veel reacties bij het publiek oproept. Mijn pa en ma zijn er allebei niet meer. Ik schrijf over die boom die hen verbindt en raak blijkbaar een emotie die universeel is. Eigenlijk is het een vrij eenvoudige tekst. Misschien daardoor ook herkenbaar: ieders leven is op een bepaalde manier een achtbaan natuurlijk. In mijn geval overleed mijn vader en moest ik de dag erna optreden in Breda. Ik ben gewoon gegaan, ja. Doorgaan met je leven is voor mij het beste bij zo’n groot verdriet.”

Bloemenkiosk

“Die van mijn ouders heette Vera, de voornaam van mijn moeder. Ik heb me daarom Danny Vera genoemd. Ze lag in het ziekenhuis, we ­wisten dat het afliep. Ik wist ineens zeker dat die naam bij me hoorde.”

“Mijn vader heeft de kiosk nog een half jaar alleen gedraaid, maar wilde ervan af. De laatste vijf jaar stond hij leeg. Totdat hij dit jaar werd weggehaald. Ik zag die hijskranen toevallig aan het werk gaan. Ik snapte het wel, het was een baggerding geworden, maar vond het toch een beladen moment. Ik heb daar mijn jeugd doorgebracht, hielp in december mee met kerststukjes verkopen. Ik besloot op die plek een ­gratis concertje te geven, als een soort straatmuzikant. Dat liep dus anders. Er stond ineens 2500 man. De stadsbussen konden er niet meer door. Emotioneel? Ik heb het expres zakelijk gehouden. Anders had ik de hele tijd staan ­janken.”

Muziekfeest op het Plein

“Heb ik vier keer opgetreden, schaam ik me totaal niet voor. Ik had een plaat die niet verkocht en was er uitgebonjourd bij de platenmaatschappij. Ik dacht: de volgende betaal ik zelf wel. Gelukkig wilde muziekwinkelketen Van Leest er wel drieduizend van me afnemen. Na een paar weken belden ze weer: ‘Danny, ­niemand koopt die cd van jou.’ Moest ik die hele handel terugkopen. M’n hele kelder lag vol. Toen meldde de Tros zich met dat Muziekfeest. Ik twijfelde. Ik tussen die Hollandse hits? En ik moest nog playbacken ook. Maar na een tijdje dacht ik: wat kan mij het eigenlijk verrotten? Ik zit hier met drieduizend plaatjes. Ik ga gewoon. En ik moet zeggen: ontzettend aardige mensen. Een warme familie. Ik heb zelfs nog op Curaçao aan de pina colada gezeten met Dennie Christian. Die van hoeba hoeba hop, ja. Ook al zo’n goede vent! Maar inderdaad: mijn muziek paste er totaal niet.”

Ploeteren

“Ik heb het de hard way gedaan, ja. Vanuit de stront omhoog. Eerst voor twintig man in de kroeg en dan de keer erna voor dertig. Soms weer terug naar twintig. Ik werkte erbij als airbrusher van auto’s. Op zich is zo’n geleidelijk traject niet zo bijzonder, hoor. Zo ging het vroeger altijd. Nu stappen artiesten vaak op het hoogste niveau in. Die winnen iets, scoren meteen een hit of komen in een populair programma. Leuk voor ze natuurlijk, maar wat als ze bijna twee uur moeten optreden? Wat spelen ze als iedereen voor dat ene liedje komt? Ik heb tien albums gemaakt. Als er op elke plaat anderhalf liedje staat dat een beetje te pruimen is, heb ik al anderhalf uur muziek bij elkaar. Maar als je met één plaat in de Ziggo Dome gaat staan, kan het daarna alleen maar minder worden.”

“Volgend jaar doe ik dus de Afas live, was binnen vier dagen uitverkocht. Ik dacht: wat ge­beurt hier, joh? Maar het is fijn, hoe het nu gaat. Ook qua financiën. Niet dat ik als Dagobert op het podium sta, hè. Ik investeer veel in de shows. Goed licht, topgeluid. Het geeft zo’n heerlijk gerust gevoel dat dat nu kan.”

Escha

“Sinds zij er is, gaat het goed. Zo simpel is het. We zijn nu vijftien jaar samen. Ik kende haar moeder, die werkte bij Omroep Zeeland. Ik kwam er vaak mijn plaatjes brengen. Escha en ik doen alles met z’n tweeën. Samen vormen we de vof ­Danny Vera. Zie het als kok Jonnie Boer en zijn vrouw Thérèse, die kunnen ook niet zonder elkaar. Es doet mijn tourmanagement, maar eigenlijk beslissen we alles samen. We zijn 365 dagen per jaar bij elkaar. Dat het fijn is om elke dag op elkaars lip te zitten had ik niet verwacht, maar het is dus wel zo. Zaken en privé gaan bij ons per ongeluk heel goed samen.”

Turkije

“Drie dagen ben ik daar popster geweest. Het was 2003 en ik had helemaal geen carrière hier. Ineens bleek mijn nummer My Confession in Turkije terecht te zijn gekomen. Het was er de best gedraaide plaat op de radio. Ik erheen, samen met m’n neefje. Allemaal radio-optredens, interviews en een paar televisieprogramma’s. Uit elke winkel waar ik langs liep, leek mijn liedje te komen. Wat ik eraan heb overgehouden? Alleen een paar mooie herinneringen. De auteursrechten zijn daar een stuk minder goed geregeld dan hier.”

Johan Derksen

“In 2009 zat er nog steeds heel weinig schot in de zaak. Ik zei tegen m’n vriendin: ‘Ik wil het nog één keer proberen. Ik wil die plaat in Amerika gaan maken. Als die niets doet, zoek ik een echte baan.’ Van ons laatste spaargeld zijn we naar Nashville gegaan. Mooie plaat gemaakt, Pink Flamingo, maar echt geweldig verkocht ie niet. Toen belde Johan Derksen. Ik had hem gevraagd voor een tekstje in mijn cd-boekje, maar hij begon over hun voetbaltalkshow op tv. ‘Ze willen een bandje bij ons neerzetten. Wordt vast vreselijk. Kun jij het niet doen?’ Dat bracht een vast inkomentje en wat aandacht op tv, een fijne basis om te blijven doorgaan. En het kwam goed uit, want mijn oude baas in de autogarage bleek geen werk meer voor me te hebben.”

“Ik speel dus nu al tien jaar lang de herkenningsmuziek van VI, tegenwoordig alleen nog op de maandag, en dat is in deze drukte al passen en meten. Vooral met dat rijden. Het is toch ruim twee uur van Middelburg naar Hilversum. Elk jaar denk ik: misschien moet ik komend jaar stoppen. En dat denk ik dit jaar weer.”

Kostuums

“Ik begon in pakken die mijn moeder voor me naaide. Gingen we samen naar de gordijnwinkel om stof uit te zoeken. Wat ik droeg, was een beetje geïnspireerd op de brokaten pakken van die ouwe cowboys. Er zat dus wel een idee achter, maar het kwam er in de uitvoering toch niet helemaal uit. Maar ja, toentertijd kon je nergens getailleerde pakken kopen. Alles was modelletje hobbezak. Nu is dat heel anders. Ik houd nog steeds van die klassieke stijl, hoewel ik nu liever een colletje dan een stropdas draag. Blijkbaar valt het op wat ik aantrek, in 2014 werd ik ge­kozen als best geklede man van Nederland. Niet slecht, toch?”

Goede voornemens

“Die heb ik nog nooit van m’n leven gehad. Ik bekijk alles per dag. Ik vier oud en nieuw ook nauwelijks. Ik ga liever op vakantie. Dit jaar ­vertrekken we pas begin januari, dus ben ik gewoon thuis op oudjaarsavond. Beetje terugblikken en vooruitkijken naar 2020 misschien. Wordt een mooi jaar. Ik sta op Pinkpop en in oktober komt m’n nieuwe plaat uit. Zo, heb je ook nog een primeurtje in dat stuk van je. Ik heb de liedjes al af, ga ze van de zomer opnemen.”

Famke Louise

“Ik ken haar muziek niet echt. Ik behoor niet helemaal tot haar doelgroep, denk ik. Ik zag haar een keer bij Jeroen Pauw vertellen over die bak ellende die ze op dat internet soms over zich heen krijgt. Vind ik knap voor zo’n jong meisje, hoe nuchter ze daarmee omgaat.”

Top 2000, NPO 1 extra, zie npo.nl/extra

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden