PlusInterview

Danny de Munk: ‘Als je creatief bent, dan ben je een mafketel’

Danny de Munk: ‘Niemand die zei: Danny, als je een interview doet op tv, praat dan ge­woon zoals je privé ook doet.’ Beeld Erik Smits

Danny de Munk heeft zijn missie gevonden: het levenslied nieuw leven inblazen. ‘En het mooie is: als je mijn nieuwe liedje hoort, denk je dat je het al kent.’

‘Danny de Munk,” zei een producer onlangs tegen hem, “jij bent een potje Nutella.” Hij bedoelde: een ijzersterk merk, maar een beetje diffuus. Want wie is Danny de Munk? Is dat het straatschoffie van Ciske de Rat? Jezus op de Erasmusbrug tijdens The Passion? De musicalster? Die man van de Nederdancehit Toch ff lekker zo? “Danny,” concludeerde de producer, “je bent een jukebox gewor­den.” “Ik kende die man helemaal niet, maar het was alsof hij zo in mijn ziel keek. Hij zei wat ik voelde. Hij leek wel een paragnost.”

“Mijn dna,” zegt De Munk – en in zijn stem klinkt emotie – “is het levenslied. Willy Alberti, Johnny Jordaan, senior André Hazes, opa en oma, duo De Munk, dat is het rijtje waarin ik thuishoor. Ik ga terug naar mijn roots. Zingen met die lange uithalen. Die bógen. Dat méé­galmen.” Hij neemt een flinke teug lucht:

“Had ik mááár iemand om van te hóóóuwe… Hoor je?”

Hij moest er 50 voor worden (aanstaande maandag is hij jarig), maar nu heeft hij zijn missie gevonden: het levenslied nieuw leven inblazen. Terug naar vroeger, naar hoe het allemaal begon, naar wie hij is, diep vanbinnen. Het ­eerste plaatje van de ‘nieuwe ouwe’ Danny verschijnt donderdag, Bij elke slok. Een ­nummer in de beste traditie van het klassieke levenslied, al zegt hij het zelf, een feestnummer, met een tekst die dicht bij hem ligt. Eenvoudig, rechtdoorzee.

Emile Hartkamp schreef het, de man die 1600 Nederlands­talige liedjes op zijn naam heeft staan. “Ik sta het in te zingen en in ene denk ik: wat gebeurt hier nou? Ik moest huilen, ik was zeker tien minuten van slag. Het raakte iets waar ik zo lang naar op zoek ben geweest en wat ik heb weggemoffeld. En het mooie is: als je het hoort, denk je dat je het liedje al kent.”

Algemeen beschaafd Nederlands

Hij schiet weer vol nu hij erover praat. Dat gevoel dat hij gaandeweg iets is kwijtgeraakt, tussen Ciske de Rat en nu. Van dat straatschoffie uit de Staatsliedenbuurt naar de ‘artiest’ die hij nu is, en dan ‘artiest’ tussen aanhalings­tekens hè, want hij houdt niet van dat woord. En dat hij zichzelf nu terugvindt.

Niemand zal Danny de Munk kunnen verwijten dat hij het hoog in zijn bol heeft gekregen, na 38 jaar in het vak. Bezoek ontvangt hij thuis, in zijn rijtjeswoning in Purmerend, zo’n buurt van met z’n allen barbecueën en darten in de tuin. Aan de overkant wonen zijn schoonzus en zwager. Hij heeft ze wel gehad, het boerderijtje en de villa aan het water, maar hij vond het drie keer niks. Insluipers, griezels in de tuin, bekakte buren. Geen gezelligheid, geen sociale controle. Toen er in deze straat een huis vrijkwam, heeft hij het blind gekocht.

Hij is gestopt met algemeen beschaafd Nederlands spreken. Hij moest het leren toen hij via Joop van den Ende bij de theatermusicals terechtkwam. Voor zijn rol in Les Misérables moest zijn Am­sterdamse accent ervanaf. “Ik werd klaargestoomd om vriend en vijand te verrassen. Ik was bloednerveus, voor mijn gevoel was het erop of eronder. Dat is Danny hè, die doet alles 100 procent. Dus kéurig Nederlands. Maar als ik het nu terugzie… Ik zat bij Klasgenoten. Iedereen praat plat, kom ik binnen (doet een Herman van Veen­imitatie): ‘Een goede goedenavond allemaal…’ Totaal níet Danny. Mijn cd’s uit die tijd zijn ook heel netjes. Wat ik nu wel begrijp, is dat het publiek dat niet begreep.”

U vond dat vervelend.

“Ja, dat heeft me pijn gedaan, omdat het vertaald wordt in arrogantie.”

Alsof u verraad pleegde.

“Nou, verraad vind ik een zwaar woord. Maar kapsones: ja. Wat is hij in ene hautain. Ik zou ook denken: wat doet hij nou? Is het naar zijn bol gestegen?! Maar niemand die zei: ‘Danny, als je een interview doet op tv, praat dan ge­woon zoals je privé ook doet’.”

Was het anders geweest als iemand u en uw ouders destijds had begeleid?

“Achteraf denk ik soms wel: kut. Ook vanwege gemiste kansen. Hazes senior is een deel van mijn jeugd geweest. We gingen privé met elkaar om, we zaten samen in een tv-show, Een avondje André. Toen bood hij mij een contract aan bij zijn Melvinproducties. Mijn moeder heeft mij beschermd en ‘nee’ gezegd. Mijn ouders hadden een bepaalde visie, ik had een bepaalde visie. Achteraf denk ik: hadden we maar een album gemaakt, met duetten. Dat is jammer. Maar ik begrijp mijn moeder, iedereen wilde geld verdienen aan Danny.”

U heeft grote successen gehad maar ook dingen die niet goed uitpakten.

“Zeg maar flops, hoor. Flops horen erbij.”

Hoe gaat u daarmee om?

“Laat ik zeggen dat ik dingen accepteer. Ik heb altijd zelf moeten knokken. Ik heb geen marketingapparaat, bedrijf, manager achter me waar belangen verstrengelen. Tegenwoordig zitten overal bedrijven achter, die nummers groot maken. Een hit is geen hit meer zoals vroeger.”

“Ik heb vaak moeten accepteren dat ik er niet tussenkom. Voorbeeldje. Ik ga al vijftien jaar naar dance-events. Toen dacht ik: ik ga een Nederlandstalig nummer maken. Nederdance, dat bestaat nog niet. Jaar mee lopen klooien om de juiste sound te krijgen. Lang verhaal kort: dat werd Toch ff lekker zo, in 2018. Ruud de Wild pikte het op, hij maakte ’m topsong op Radio 2. Dat was ge­spreksstof, mensen hadden het erover. Bij 538 werd ie gedraaid. Toen dacht ik: ik ga een tweede danceplaat maken, ’n Gouwe Ouwe. Toen zeiden ze: ‘Alweer een dancetrack?’ Níemand wil ’m hebben!”

Er werd meesmuilend gedaan over zijn experiment met Nederdance, zegt hij. Vroegen mensen of hij in een midlifecrisis zat. “Zit David Guetta in een midlifecrisis? Die is net zo oud als ik! Als je de eerste met iets bent, creatief bent, dan ben je voor sommigen een mafketel. Maar nu zijn er collega’s die ook Nederdance maken.”

Niet getreurd, hij heeft zijn nieuwe missie gevonden, het levenslied. Daarmee kan hij zeker een kwart eeuw vooruit. Toch? “Vijfentwintig jaar is wel lang hoor, schat,” lacht hij.

“Ik heb nooit ver vooruit gekeken, dat vind ik doodeng.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden