Plus

Dankzij sociale media zijn musea altijd in contact met het publiek

Cultuurinstellingen hebben dankzij Facebook, Twitter en Instagram toegang tot talloze (potentiële) bezoekers. 'We bereikten zo 40 miljoen fans.'

Het Van Gogh Museum heeft meer dan 4,5 miljoen fans op Facebook en bijna 800.000 volgers op Instagram Beeld Ted Struwer

Wie tot een paar jaar geleden een concert, expositie of theatervoorstelling aan de man wilde brengen, had voor de marketing een paar overzichtelijke opties.

Je kon een advertentie in een tijdschrift of krant plaatsen, een tv- of radioreclame laten maken of posters in de stad hangen, en daar hield het wel zo'n beetje mee op. Met de komst van sociale media is er een belangrijk instrument bijgekomen, waar culturele instellingen massaal de voordelen van hebben ontdekt.

Het Van Gogh Museum heeft bijvoorbeeld drie mensen fulltime in dienst om de sociale media bij te houden. Ze beheren een Twitter- en Instagramaccount, een You­Tubekanaal en twee Facebookpagina's. Het zijn er twee, omdat het 'Vincent van Gogh'-account al in gebruik was bij een fan uit Los Angeles, die het museum overnam omdat het account bijna meer volgers wist te vergaren.

Met meer dan 4,5 miljoen fans op Facebook en bijna 800.000 volgers op Instagram is het Van Gogh een van de grootste musea online. Ter vergelijking: het Centre Pompidou in Parijs heeft 700.000 Instagramvolgers. Het MoMA in New York spant de kroon met 3,7 miljoen stuks.

Virtuele galerij
De drie medewerkers van het Van Gogh zijn een substantieel gedeelte van hun dag bezig met het beantwoorden van vragen. Volgers willen bijvoorbeeld meer weten over Van Goghs dood, of tot hoe laat het museum geopend is. "We proberen zo veel mogelijk op iedereen te reageren omdat we merken dat dat weer nieuwe volgers en likes oplevert," zegt Martijn Pronk, hoofd digitale communicatie.

"We doen ook ons best om online te vernieuwen. Met de actie #Sunflowerslive brachten we met de National Gallery in Londen, de Neue Pinakothek in München, het Philadelphia Museum of Art en het Museum of Art in Tokio de vijf versies van het schilderij Zonnebloemen bij elkaar in één virtuele galerij op Facebook. Daarmee bereikten we 40 miljoen fans."

Ook Nationale Opera & Ballet steekt veel tijd in sociale media, vooral in het maken van backstagemateriaal. "We maken veel foto's en video's achter de schermen," zegt online marketingmanager Harm-Jan Keizer. "We gaan kijken bij de kostuumafdeling, de stoffenververij, het decor-atelier of zijn bij een repetitie van de dansers van Het Nationale Ballet. We merken dat onze volgers dat erg interessant vinden."

Uitverkocht
Komende maand wordt een speciale voorstelling van de opera Die Zauberflöte opgevoerd, alleen bij te wonen als je tussen de 16 en 35 bent. "De voorstelling is alleen op sociale media aangekondigd en was in no time uitverkocht."

Het Moco Museum gaat een stapje verder. Het particuliere museum voor moderne kunst huist sinds april 2016 op het Museumplein en heeft sinds het begin veel aandacht besteed aan sociale media, zegt Walther Bakker, de marketing- en salesmanager.

Werken van kunstenaar Roy Lichtenstein tijdens de 'Rockstars of Art' tentoonstelling in het MOCO museum Beeld anp

"In tegenstelling tot andere musea hebben wij wat jongere bezoekers, gemiddeld tussen de 18 en 35 jaar. Dat komt waarschijnlijk door ons aanbod, er zit veel streetart van bijvoorbeeld Banksy bij. Dat is populair bij jongeren. Die bereiken we het beste online."

In het schilderij gestapt

Op het Instagramaccount van Moco (ruim 45.000 volgers) plaatst hij regelmatig foto's en filmpjes van de eigen exposities, of werk dat gelinkt is aan kunst die in Moco is te zien. De huiskleur van het Moco is het hippe roze, erg favo­riet on­line. Influencers worden uitgenodigd voor een borrel en een privérondleiding, in de hoop dat ze dat delen met hun volgers.

Niet geheel toevallig zijn er in het Moco vaak kunstwerken te zien die zelf ook erg prettig op beeld te vangen zijn. Nu is bijvoorbeeld een 3D-installatie van Irma de Vries te zien, naar het schilderij Slaapkamer in Arles (1992) van Roy Lichtenstein (dat hij weer baseerde op het beroemde werk van Van Gogh). In een kamertje in Lichtensteinstijl kunnen bezoekers op het bed gaan liggen of op de stoel gaan zitten - alsof ze pardoes in een schilderij zijn gestapt.

Bakker: "We proberen ook andere items in het museum interessant te maken voor Instagram. We hebben de trap die naar het souterrain loopt expres helemaal roze geverfd en verlicht. We wisten gewoon: dat gaat het lekker doen op Instagram. Die trap wordt constant gefotografeerd, er zijn regelmatig opstoppingen voor die trap."

Stedelijk Museum (@blikopeners, 3900 volgers)
Het Stedelijk Museum heeft drie Instagramaccounts. Die van Blik­openers, werknemers tussen de 15 en 19 jaar, is op de jongeren gericht en stelt volgers voor grappige dilemma's. Op de vraag 'Zou je liever de persoon zijn die de Jeff Koonsbal in de Nieuwe Kerk omstoot of altijd Malevitsj over zijn eigen werk moeten horen pochen als je ernaar kijkt' koos 73 procent van de volgers voor het laatste.

Eye (@eye_film, 13.800 volgers)
Eye wil volgers informeren over filmonderwerpen. Voor een themaweek over nitraatfilms gebruikte het museum Instagram Stories, een compilatie van losse foto's en video's. In het verhaal ga je naar een bunker in Overveen, waar het museum duizenden blikken met nitraatfilms heeft opgeslagen. Om te demonstreren hoe licht ontvlambaar het materiaal is, steekt een medewerker een stukje nitraat in de fik.

OBA (@obamsterdam, 3300 volgers)
De Openbare Bibliotheek Amsterdam probeert meer interactie met volgers te krijgen door elke zondag detailfoto's van een bibliotheekvestiging te delen, waarna volgers moeten raden in welk filiaal de foto genomen is. De winnaar mag een OBA-goodiebag ophalen. Op 5 augustus toonde de bibliotheek een foto van een tekst van Harry Mulisch, geschreven op een raam. Een oplettende volger zag direct dat het ging om de voorkant van de ronde zaal op de tweede etage van de centrale bibliotheek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden