PlusInterview

Dan Penn: de man van de klassieke soulnummers doet het nu zelf

Dan Penn: ‘Waarom zou je naar die slappe filmliedjes van Elvis luisteren als je ook naar Ray Charles kon luisteren?’ Beeld Foto Ed McNees

Dan Penn schreef in de jaren zestig en zeventig klassieke soulnummers. De 78-jarige Amerikaan brengt nu zelf het album Living on Mercy uit.

Dan Penn was er in de jaren zestig bij toen Aretha Franklin in het zuidelijke gehucht Muscle Shoals haar mooiste muziek opnam. Sterker nog, het nummer Do Right Woman, Do Right Man, in 1967 een grote hit voor de zangeres, werd door hem geschreven. “Als Aretha kwam opnemen, gedroeg ik me meestal als een fly on the wall. Ik had niet altijd een duidelijke taak, maar ik wilde er wel bij zijn. Ze was heel verlegen, maar als ze achter de piano ging zitten, was dat voorbij. Ze was een van de grootste zangeressen aller tijden, maar mensen vergeten wel eens dat ze ook een heel goede pianist was.”

Aretha Franklin schreef muziekgeschiedenis in Muscle Shoals in de staat Alabama. Voelde dat op het moment ook zo? De verbazing aan de andere kant van de lijn, ver weg in de Verenigde Staten, is voelbaar. “Geschiedenis? Dat weet ik niet, hoor. Laten we het erop houden dat het behoorlijk opwindend was, dat lijkt me genoeg.”

Zo down to earth als Penn kom je ze niet vaak tegen in de muziekwereld. Hij hielp als songschrijver de soulmuziek aan enkele van haar mooiste nummers, maar hij kijkt erop terug als ‘just work’.

In 1966 had het duo James & Bobby Purify een grote hit met het door Penn geschreven nummer I’m Your Puppet. Lou Reed, niet iemand die erg complimenteus is, zei ooit tegen Penn dat als hij het nummer zou hebben geschreven, hij daarna nooit meer iets zou hebben gedaan, zo goed vond hij het.

Penn schreef na I’m Your Puppet gewoon door. Zijn allerbekendste song is waarschijnlijk The Dark End of the Street dat in 1967 als eerste werd opgenomen door James Carr. Andere soulartiesten als Percy Sledge, Clarence Carter, The Sweet Inspirations, Wilson Pickett, Sam & Dave en Otis Redding namen in de jaren zestig en zeventig eveneens werk van hem op.

Geen behoefte aan spotlights

Nu loopt hij tegen de tachtig en tobt hij wat met zijn gezondheid. “There’s good days and there’s bad days,” zegt hij met een zo vet zuidelijk accent dat het bijna een parodie lijkt. Hij is nog niet uitgesproken of hij barst los in een enorme hoestbui. Even zijn we bang dat dit het allerlaatste interview met Penn was, maar nadat mevrouw Penn hem een glaasje water heeft aangereikt, gaat het weer.

De gezondheid mag broos zijn, er is wel een nieuw soloalbum van Penn. Het met heerlijk ouderwetse southern soul gevulde Living on Mercy is zijn eerste plaat in 26 jaar. Waarom duurde het zo lang? “Te druk met andere dingen. Luiheid speelde ook een rol. Maar het belangrijkste is dat ik mezelf nooit als artiest heb gezien. Ik ben songschrijver en producer, niet iemand die zelf in de spotlights wil staan.”

In 1960 trad hij, een tiener nog, als songschrijver in dienst bij de Fame Studios in Muscle Shoals. Dat songschrijven ging hem goed af, maar als de studio niet in gebruik was, nam hij zelf ook wel eens wat op. Het afgelopen decennium bracht het Britse liefhebberslabel Ace Records twee cd’s uit met door Penn in de sixties gezongen muziek. En die cd’s waren verbluffend goed: de jonge Penn had een stem die in de buurt kwam van die van Otis Redding.

Zo klinkt hij al die jaren later natuurlijk niet meer, maar soulvol is zijn zang nog altijd. Hoe kwam hij als jongen in het toen nog volledig gesegregeerde zuiden van de VS in aanraking met zwarte muziek? “Ik luisterde graag naar WLAC, een radiostation in Nashville dat ’s avonds zwarte muziek draaide. Ik hield in de jaren vijftig ook wel van de rock-’n-roll van Elvis en Jerry Lee Lewis. Maar bij Elvis ben ik afgehaakt toen hij van die slappe filmliedjes ging zingen. Waarom zou je daarnaar luisteren als je ook naar Ray Charles kon luisteren?”

Samenwerking met pianist

Penn nam zijn nieuwe album op in Muscle Shoals. In de soulmuziek is het plaatsje zo ongeveer heilige grond. Vrijwel alle grote zuidelijke soulzangers namen er op, later volgden pop­artiesten als de Rolling Stones, Bob Dylan en Paul Simon. Penn weet ook niet precies wat Muscle ­Shoals muzikaal zo vruchtbaar maakt. “Maar dat al die soulzangers zo graag opnamen bij Fame, had aanvankelijk vooral met de huisband te maken. Eerst had je een groep die zich de Muscle Shoals Rhythm Section noemde, later kreeg je The Swampers, allemaal geweldige muzikanten.”

De meeste songs op Living on Mercy schreef Penn in samenwerking met een collega-songschrijver, precies zoals hij dat deed in de jaren zestig en zeventig. “Ik heb ook wel eens alleen geschreven, met een gitaar op schoot, maar ik doe het veel liever samen met een ander, en dan graag iemand die piano speelt. Ik loop dan te ijsberen, schreeuw zinnen, zing af en toe eens een stukje en die pianist zoekt daar de akkoorden bij.”

Weet hij nog hoe hij The Dark End of the Street schreef? “Dat deed ik samen met collega Chips Moman. Soms waren we best lang bezig met een song, maar deze was zo gepiept. We waren op een dj-conventie in Nashville al een hele dag serieus aan het pokeren. In een pauze schreven we tussendoor even The Dark End of the Street; in een half uurtje waren we klaar.”

Dan Penn: Living on Mercy (The Last Music Company)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden