PlusInterview

Cultuurwethouder Touria Meliani: ‘Er is in Amsterdam ruimte voor nog veel meer kunst en cultuur’

Nu de (eerste) termijn van cultuurwethouder Touria Meliani er bijna op zit, kijkt ze terug en blikt ze vooruit. In vier jaar tijd ontwikkelde ze zich van een onervaren bestuurder tot een bevlogen en geliefde wethouder. ‘Cultuur moet toegankelijk zijn voor iedereen, gewoon om de hoek.’

Jan Pieter Ekker en Lorianne van Gelder
Touria Melianii. Beeld Sophie Saddington
Touria Melianii.Beeld Sophie Saddington

“Ik was in de buurt en dit is toch een veel leukere plek om af te spreken dan de Stopera?” zegt Touria Meliani, die de afgelopen vier jaar namens GroenLinks wethouder Kunst en Cultuur was, waarvan twee jaar in coronatijd. Ze zit aan de thee in Nowhere, het productiehuis aan de Madurastraat in Oost. Het lijkt misschien niet zo, maar het zijn drukke dagen, zegt ze, half verontschuldigend.

Ze speechte bij het afscheid van De Kleine Komedie-directeur Vivienne Ypma (‘Een bruisende, volle zaal; heerlijk!’), ze was in het Stedelijk Museum voor de overdracht van Wassily Kandinsky’s schilderij Bild mit Häusern aan de erven van de Joodse voormalige eigenaren, en ze heeft uitgebreid contact gehad met de Hermitage Amsterdam, die de zorgvuldig opgebouwde banden met het State Hermitage Museum in Sint-Petersburg heeft verbroken.

Ze zucht diep. “Ik sta achter de keuze die zij hebben gemaakt. Het is een enorm ingrijpende stap, want je hebt het bijvoorbeeld over het gebruikmaken van de omvangrijke collectie in Rusland voor tentoonstellingen, maar ook over naamsbekendheid. Ik kan nu ook nog niet inschatten wat de langetermijngevolgen zijn. Maar de Hermitage is een belangrijk museum voor Amsterdam, en ook al hebben we als gemeente geen formele subsidierelatie, we zullen ze bij de volgende stappen steunen waar we kunnen.”

“De dag voor de Russische inval in Oekraïne had ik een gesprek met directeur Annabelle Birnie. Daarbij spraken we over de verbindende factor die cultuur kan hebben, als plek om met elkaar in gesprek te blijven, om een platform te bieden voor tegenstemmen, dissidenten en kunstenaars met een stem. Het is heel goed dat ze het voornemen hebben om die rol te blijven vervullen.”

Is het een hoofdpijndossier?

“In deze baan heb je altijd iets op te lossen. Je hebt permanente hoofdpijn.” Met een lach: “Nee hoor, er is weleens druk, en daarna is er weer verlichting. Als je ziet wat voor effect je werk op andere mensen heeft is dat fijn. Dat zag je ook bij het geschil over Kandinsky’s Bild mit Häusern. Voor de erven was het een proces van acht jaar, ze waren heel erg blij. Voor mij was het ook een bijzonder moment. We waren al eerder overtuigd dat het terug moest, het is belangrijk dat het nu is gebeurd.”

Het begin van uw politieke carrière was moeizaam; in een van uw eerste raadsdebatten, over de financiering van OBA Next aan de Zuidas, kreeg u de hele raad over u heen.

“Voor mij was het een nieuwe wereld. Ik kende de stad, ik kende de cultuursector, ik wist hoe het Kunstenplan werkte en hoe je een instelling moet runnen, maar het politieke spel kende ik niet. Ik kende de instrumenten niet; moest ze leren kennen en mijn gereedschapskist vullen. Ik ken de politiek niet anders dan deze, maar ik hoor vaak dat die behoorlijk verhard is; als je nieuw bent, is dat extra ingewikkeld. Ik dacht: o mijn god, waar ben ik in terecht gekomen? Ga ik dit onder de knie krijgen?”

Hoe heeft u het onder de knie gekregen?

“Het raakte me, dat zal ik niet ontkennen, maar ik begreep vrij snel dat het niet om mij gaat. Als je tegen de raad praat, praat je ook tegen de stad; tegen de mensen voor wie je het doet. Ik keek al snel niet meer alleen naar mijn briefje en naar de raadsleden, ik zag iets anders. Ik zag de stad.”

Een ander dossier dat direct op uw bordje kwam te liggen, was de kwestie tussen directeur Beatrix Ruf en het Stedelijk Museum, waarbij Ruf uiteindelijk vertrok.

“Ik had het voordat ik wethouder werd natuurlijk ook gevolgd, maar ik kende de details niet. Het was superpijnlijk, want ik heb Beatrix Ruf leren kennen als iemand die veel kennis en passie heeft. Ook met de raad van bestuur, er moest echt een frisse wind doorheen, en ik kwam net aanwaaien, dus het was spannend. Jullie noemen het hoofdpijndossiers, ik noem het kerntaken en daar moet je doorheen om het vak onder de knie te krijgen. En dat kan eigenlijk niet zonder vallen en opstaan, omdat er zoveel verschillende belangen en perspectieven zijn. En dan komt daar iets uit waarvan je weet dat een deel het er niet mee eens zal zijn.”

U klinkt nu wel heel erg als een politicus.

“Dat ben ik ook geworden. Ik heb het me nooit gerealiseerd hoe bijzonder dit is. Ik zie het nu ook door de aanval op Oekraïne: je kunt het niet eens zijn met elkaar, maar het is zo belangrijk dat je in vrijheid met elkaar van mening kunt verschillen.”

Neemt u makkelijk beslissingen?

“Meestal wel. Toen de cultuursector door corona op slot ging, lag er binnen de kortste keren bij alle instellingen een brief op de mat met de vraag: hoe kan ik jullie helpen? Daardoor konden we gelukkig snel handelen. We hebben al snel 17 miljoen euro extra aan steun geregeld. Later kwamen daar nog diverse steunpakketten bij, aangevuld met geld vanuit het rijk, ter waarde van ruim 15 miljoen euro.”

Een ander in het oog springend wapenfeit is uw actieplan Diversiteit en Inclusie. Maar is er door corona op dat terrein niet veel minder bereikt dan uw bedoeling was?

“Ik denk dat er veel is gerealiseerd. Neem deze plek; Nowhere is nu opgenomen in de Amsterdamse Basisinfrastructuur. Dit is een belangrijk podium, waar nieuwe verhalen worden verteld en waar je voor 5 euro een zaal kunt huren. Als je het hebt over diversiteit en inclusie, heb je het ook over mogelijkheden en kansen. Podia en plekken die vroeger geen aandacht kregen, hebben van mij de aandacht gekregen die ze verdienen. Ook tijdens corona hebben we geïnvesteerd om podia te creëren op plekken waar maar weinig voorzieningen waren. Ik wil dat er toegang is tot kunst en cultuur in je eigen buurt, in dat theater om de hoek, voor iedereen. Er zijn belangrijke stappen gezet, maar er moet nog veel meer.”

Wat kunt u daar nog aan doen? Uw termijn is bijna afgelopen.

“Als ik niet verder mag, of niet kan omdat GroenLinks onverhoopt niet meer de grootste partij is, zal ik het nieuwe college zeker vragen hier nog meer op in te zetten. En ik denk dat de stad ook gaat duwen om hier nog meer op in te zetten. Er zijn al zoveel stappen gezet, we kunnen niet eens meer terug.”

U heeft veel kleine broedplaatsen en cultuurplekken in de buurt gesteund. Zijn de subsidies straks niet zo dun gesmeerd dat niemand echt meer het hoofd boven water weet te houden?

“Als je een stad bouwt, moet je er ook voorzieningen maken. De stad groeit, er is ruimte voor extra filmhuizen, theaters, tentoonstellingsplekken. Je moet breed investeren, anders ga je verstoffen.”

Uw voorganger Kajsa Ollongren zette in op topinstellingen; bent u niet bang dat uw opvolger ook weer andere prioriteiten stelt dan diversiteit en inclusie?

“Ik ga daar niet over; maar ik zou dat niet wijs vinden. Ik vind de topinstellingen overigens ook belangrijk. Die moeten bruisend blijven, en juist daarom moet je ervoor zorgen dat er een aanvoer van talent is. Alleen op die manier blijf je die vernieuwende stad waarnaar vanuit de hele wereld jaloers wordt gekeken.”

Wat gaat u direct doen als u een tweede termijn krijgt?

“We hebben de afgelopen jaren al veel nieuwe plekken gecreëerd, maar er moeten er de komende jaren nog veel meer bij komen, met name in Noord, Zuidoost en Nieuw-West. En dat gaat ook gebeuren. Het Museum of Contemporary Art komt er ook; dat is net als de bibliotheek een mooie toevoeging voor de Zuidas. We hebben een haalbaarheidsonderzoek laten uitvoeren voor een nieuw Bijlmer Parktheater. Die zitten in een gebouw dat niet meer voldoet en Zuidoost verdient een goed geoutilleerd theater. Sexyland World krijgt een permanente plek bij het Buikslotermeerplein en de raad heeft een locatie aangewezen voor de nieuwe Meervaart: prachtig toch? Ja, er is protest maar het overgrote deel van de mensen vindt het mooi dat het er komt, en dat is toch hoe politiek werkt volgens mij.”

Na een slok van haar thee. “Of neem het Slavernijmuseum; er is geld voor beschikbaar gesteld in het regeerakkoord, dus mijn vingers jeuken; ik wil dat voor elkaar krijgen. Er moet echt wat gebeuren voor de zzp’ers en makers – daar moet goed naar gekeken worden bij het maken van een nieuw coalitieakkoord. En we moeten ervoor zorgen dat het publiek terugkomt, dat is op dit moment niet vanzelfsprekend.”

Heeft u al enig idee wat u gaat doen als u niet kan terugkeren?

“Dat weet ik nog niet, maar als het moet kan het zijn dat ik gewoon in een restaurant ga werken. Daar ben ik niet bang voor. Volgens mij hebben we als mens de taak iets goeds te doen voor onszelf en onze omgeving en het maakt niet uit in welke rol.”

Dinsdagavond was Touria Meliani aandachtig toehoorder bij het Lijsttrekkersdebat Kunst en Cultuur in Boom Chicago. In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart spraken Rutger Groot Wassink (GL), Reinier van Dantzig (D66), Claire Martens (VVD), Marjolein Moorman (PvdA), Diederik Boomsma (CDA), Jazie Veldhuyzen (BIJ1) en Bart Hartog (DSA) aan de hand van vier stellingen, zoals ‘door corona is de sector extreem kwetsbaar; om het publiek snel terug te brengen is er nu actie nodig, juist van de nieuwe gemeenteraad’. Vuurwerk bleef uit, alle partijen – links, het midden én rechts – waren het min of meer eens, en waren ook eensgezind in hun lof voor Meliani, omdat ze zich de afgelopen vier jaar zo sterk heeft gemaakt voor de kunst- en cultuursector. Alleen Boomsma herhaalde zijn standpunt nog maar eens dat subsidie niet afhankelijk mag worden gesteld van ‘pigmentgeneuzel’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden