PlusAchtergrond

Criticus Bart van der Put blikt terug op 25 jaar films kijken voor Het Parool

Samantha Morton en Philip Seymour Hoffman in ­Synecdoche, New York, 2008.Beeld Everett Collection, Inc.

Het leven is geen film, het duurt meestal wat langer. Criticus Bart van der Put kijkt woensdag 25 jaar voor Het Parool naar het doek.

Als je lang in een afgrond kijkt, kijkt de afgrond ook bij jou naar binnen. Aldus Friedrich Nietzsche. De filosoof was geen vrolijke Frans, eerder een ernstige Frederik, maar hij had gelijk met de constatering dat langdurig naar iets kijken voor de kijker niet zonder gevolgen blijft. Als beroepskijker moet ik dat beamen. Film geeft soms af als chocolade, het hecht zich aan je zonder dat je het meteen beseft. Soms duurt het jaren voor je begrijpt dat je toch meer op Caden Cotard lijkt dan op Anton Ego.

Maar laten we bij het begin beginnen.

Op 24 juni 1995 publiceerde Het Parool een achtergrondartikel over een escalerende mediarel, die in een videotheek in Nijmegen was begonnen en tot het Nederlandse parlement was doorgedrongen. Een Nijmeegse jongerenwerker had alarm geslagen over videobanden vol dood en verderf, die het welzijn en de ontwikkeling van de Nederlandse jeugd zouden bedreigen. De noodkreet kreeg bijval, er werd opgeroepen tot overheidsingrijpen en censuur.

Tot mijn ontsteltenis zag ik in de berichtgeving films voorbijkomen waar ik dol op was, zoals Peter Jacksons zombiekomedie Braindead en het surrealistische kermisritje Evil Dead 2 van Sam Raimi. Het achtergrondartikel in deze krant was door mij geschreven met de intentie de censuur te stuiten. Ik wilde de goede films van de bagger scheiden en filmgenres met een kwalijke reputatie uit het verdomhoekje halen. De pen is machtiger dan het zwaard.

Een krantenartikel zet nog geen zoden aan de dijk, maar het liep goed af. De Nederlandse videojeugd trok niet moordend door de straten. Het censuurspook werd verdreven met de ontwikkeling en invoering van een classificatiesysteem, de Kijkwijzer. En ik mocht mijn strijd voor de emancipatie van genrefilms in deze krant als criticus voortzetten.

Radicale diversiteit

Een kwart eeuw later zitten genrefilms allang niet meer in het verdomhoekje, of op de beklaagdenbank. Ze worden omarmd, bejubeld en bekroond, zie Get Out, Mad Max: Fury Road en The Shape of Water. In uitzonderlijk getalenteerde handen schrijven ze zelfs geschiedenis en slechten ze grenzen, zoals in het afgelopen jaar met het allesomvattende Koreaanse fenomeen Parasite gebeurde. Maker Bong Joon-ho laat zich nooit op een genre vastpinnen, zelfs niet binnen het kader van een enkele film. Het maakt hem tot een uitstekende vaandeldrager voor een radicale diversiteit in het filmmaken.

Het idee dat een filmgenre of de nationaliteit en identiteit van de maker bij voorbaat tot een afwijzing kan leiden, is volstrekt achterhaald. Het zou niets uit moeten maken in welk vakje of algoritme een film kan worden gerangschikt. Het gaat erom of we er als kijker iets in herkennen en er daarom door geraakt worden. Dat maakt filmkritiek tot een verkapte vorm van autobiografie.

Ik zag mezelf in Pixars Ratatouille, een geanimeerde ­komedie over een culinair begaafde rat in Parijs, waar de pen van criticus Anton Ego een restaurant kan maken of breken. Het heerschap wordt als een norse vampier geïntroduceerd, waarmee alle clichés over verzuurde critici bevestigd worden. Maar Anton herkent de uitgebalanceerde smaak van een door de rat bereide dis en legt er zijn eigen hoofd en reputatie voor op het hakblok. Het ontroerde me: iemand had begrepen waar ik mee bezig was.

De waarheid

Ik heb Anton Ego lang niet meer gezien, maar hij is me bijgebleven. Caden Cotard zag ik vorige week terug, omdat de kalender een jubileum aankondigde en zoiets tot introspectie noopt. Cotard is de spil van Synecdoche, New York van Charlie Kaufman, waarin de ­toneelregisseur een grote geldprijs benut om de waarheid op de planken te brengen. Die waarheid is het leven zelf, dat Cotard hoopt te vangen in reconstructies van vervlogen momenten uit een leven dat hem steeds meer ontglipt. Dat komt ervan.

Het is een vreemde wrangkomische film, waarin geleden en gestorven wordt. Ik zag hem na een rouwperiode waarin ik niet kon werken, omdat alle films me als banaal ­bedrog voorkwamen. De film van Kaufman verbrak de ban omdat hij daar nou net over ging.

Het was een bijzonder weerzien met Cotard, tijdens een pandemie die me het werken opnieuw belemmert en na de dood van hoofdrolspeler Philip Seymour Hoffman (1967-2014). Hoffman was een acteur uit de buitencategorie, die ik vaak kon bewieroken: subtiel, oprecht, toegewijd en onbevreesd. En toen was hij ineens dood. Dat was schrikken, maar het hoort bij het leven. De een lazert in de ­afgrond. De ander wandelt ervan weg, beschrijft het ­gevoel dat de afgrond opriep en prijst zichzelf gelukkig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden