PlusInterview

Cor Schlösser, medeoprichter van de Melkweg: ‘Begin jaren 80 is het roer echt om­gegaan’

Vrijdag vijftig jaar geleden ging de Melkweg open. Medeoprichter Cor Schlösser bleef er tot 2011 directeur. ‘Midden in de woestijn zei iemand: Ah Holland, very good. Johan Cruyff and Milky Way!’

Cor Schlösser.Beeld Marie Wanders

Op 17 juli 1970 ging de Melkweg van start met een concert van Group 1850. Wat herinnert u zich ervan?

Cor Schlösser (74): “Ik weet niet meer precies waarom, maar halverwege het optreden moest ik even naar buiten, iets regelen ofzo. Toen ik terugkwam, hoorde ik op het Leidseplein al de muziek en dacht ik: yes, we zijn nu echt open!”

Hoe zag het gebouw eruit toen jullie erin trokken?

“Het was volledig gestript. Alle machines van de melkfabriek die er had gezeten, waren weg, er stond nog geen stoel. Maar er was ook geen licht en water. Ik heb toen mijn eerste beleidsplan en subsidieaanvraag geschreven. De gemeente en het toenmalige ministerie van CRM zagen de plannen voor een cultureel jongerencentrum wel zitten, maar het duurde lang voor we het toegezegde bedrag van 25.000 ­gulden ontvingen.”

“Elke dag belde ik hoe het ervoor stond. Halverwege juni kreeg ik in een telefooncel op de Dam het verlossende woord. We hadden nog niet eens een eigen rekeningnummer en lieten het geld overmaken naar de AMVJ, de Algemene Maatschappij Voor Jongeren, die toen een kantoor aan het Leidsebosje had.”

“Daar haalde iemand uit de kluis 25.000 ­gulden, die ik in een plastic zak meekreeg. We wisten precies hoe we het geld wilden besteden en zijn als een gek aan het werk gegaan om De Melkweg te kunnen openen. We kregen het geld in de week van popfestival Kralingen. We hebben geloot wie van ons daar naartoe kon. Ik mocht de laatste anderhalve dag.”

De hippietijd heeft lang geduurd in de Melkweg. Wanneer kwam de omslag?

“De hele jaren zeventig stonden bij ons in het teken van de alternatieve cultuur. We waren een non-profitorganisatie, aan het opstellen van een businessplan dacht je niet eens. De bezoeker kocht voor 2 of 3 gulden een kaartje dat toegang bood tot alles wat er in het gebouw te doen was: concerten, maar ook filmvoorstellingen en theater.”

“Sommige mensen kwamen wel vijf keer per week, de Melkweg was voor hen echt een thuis waar ze konden kletsen en blowen. Je had ook mensen die speciaal voor een bepaald concert kwamen. Toen ik me eind jaren zeventig realiseerde dat de balans tussen die twee bezoekersgroepen niet meer klopte, hebben we de toegangsprijzen aangepast. Trad er een bekende band op, dan kostte een kaartje 7 gulden. Daar was enorm veel commotie over. Vaste bezoekers zeiden: je neemt ons de Melkweg af.”

“Begin jaren tachtig is het roer echt om­gegaan. Alles wat bruin en oker was, werd witgeschilderd. En we kregen een nieuwe voordeur met glas erin, wat de uitstraling veel opener maakte.”

Er hebben nogal wat bekende bands in de Melkweg gestaan, vaak aan het begin van hun carrière: Nirvana, Pearl Jam, Prince, Smashing Pumpkins, Lady Gaga… Was u er altijd bij?

“Bij die concerten toevallig allemaal wel. Ik werkte overdag. ’s Avonds was ik er niet altijd, maar wel vaak. Zeker bij van die bands die op doorbreken stonden en waar veel om was te doen, ging ik wel even kijken.”

U bent 41 jaar directeur geweest. Mogen we de Melkweg uw levenswerk noemen?

“Ik hoorde in de jaren zeventig een mooi verhaal van iemand die in Egypte was geweest. Midden in de woestijn was hem gevraagd waar hij vandaan kwam. De reactie op het antwoord was: ‘Ah Holland, very good: Johan Cruyff and Milky Way!’ De Melkweg was en is wereld­beroemd en ja, daar ben ik trots op. Dat ik zo lang directeur ben geweest, is toevallig zo gelopen.”

“In 1995 werd de Melkweg uitgebreid met The Max, waardoor onze capaciteit verdubbelde. Ik ben er absurd lang mee bezig geweest dat voor elkaar te krijgen, al vanaf 1985. En in 2005 kwam de Rabozaal erbij, die we delen met de schouwburg. Ook daar ging een lang traject aan vooraf. Zo werd mijn werkende leven in de Melkweg steeds verlengd. Ik bleef directeur, maar het voelde door die grote projecten of ik elke keer een nieuwe baan kreeg.”

U woont tegenwoordig in Hongarije.

“Mijn Hongaarse vrouw is programmeur bij de Melkweg van Boedapest: het in een schip op de Donau gevestigde A38. Ik leid een dubbelleven: ik woon in Boedapest, maar ben elke maand ook tien dagen in Amsterdam. Mijn roots liggen daar en ik ben in Nederland ook nog altijd actief. Ik zit in het bestuur van Into The ­Great Wide Open en ben voorzitter van het Amsterdams Bevrijdings­festival.”

En de Melkweg volgt u vanzelfsprekend op de voet.

“Ja, ik had de afgelopen tien jaar ook altijd contact met mijn opvolger, Geert van Itallie, die nu naar Paradiso gaat. Wat ik daarvan vind? Het is een persoonlijk besluit. Hij had het erg naar zijn zin bij de Melkweg, weet ik. Ergens anders gaan werken, dat mag natuurlijk, maar het komt wel op een rotmoment, midden in de coronacrisis.”

Het Financieele Dagblad meldde dat Van Itallie zijn resterende tijd bij de Melkweg niet uitzit; hij is op staande voet ontslagen.

“De raad van toezicht en het personeel zijn begrijpelijkerwijs verontwaardigd over het ­handelen van zowel Paradiso als Van Itallie en hebben hem op non-actief gezet. Ik heb geprobeerd daarin te bemiddelen, maar dat is niet gelukt.”

De Melkweg viert zijn gouden jubileum met de online manifestatie De Melkweg 50 Jaar Marathon; zie www.melkweg/marathon

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden