Constantijn Huygensprijs naar Guus Kuijer

De Constantijn Huygensprijs 2020 is toegekend aan schrijver Guus Kuijer (1942) voor zijn gehele oeuvre, zo werd donderdagavond bekend in het radioprogramma Kunststof.

Guus Kuijer.Beeld Stefan Tell/Singel Uitgeverijen

Na de Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur (in 1979, als jongste schrijver ooit) en de Astrid Lindgren Memorial Award (2012, als eerste Nederlandse auteur) is het de derde keer dat Kuijers oeuvre wordt bekroond.

Veel lezers zullen hem kennen van zijn kinderboeken. Als enige schrijver won hij vier keer de Gouden Griffel voor het mooiste kinderboek van het jaar. Maar toen Kuijer in 1971 debuteerde met de verhalenbundel Rose, met vrome wimpers was dat voor volwassenen. Pas vier jaar later zou hij met Met de poppen gooien, over het tegendraadse meisje Madelief, zijn intrede doen in de jeugdliteratuur.

Met levensechte kinderdialogen en milde ironie manifesteerde Kuijer zich als rechtgeaarde nazaat van Annie M.G. Schmidts anti-mevrouwen- en -menerenmentaliteit. In een tijd dat het maatschappelijk geëngageerde jeugdboek hoogtij vierde, onderscheidde hij zich met speelsheid en oorspronkelijkheid. Niet dat de verhalen over de vaderloze Madelief niet óók een exponent van hun tijd waren, maar Kuijer bezondigde zich nooit aan het dogmatisme waaraan veel van zijn collega’s zich schuldig maakten. 

Kijkend door de ogen van een kind neem je op een directe, eenvoudige manier waar, meent hij. ‘Zo dringt beter tot je door hoe absurd de dingen zijn en hoe raar mensen zich gedragen. Door je voor te stellen hoe het als kind zou zijn, kun je soms iets verhelderen zonder het te simplificeren.’

Onbevangen blik

Kuijers verhalen worden bevolkt door ondernemende, eigenwijze kinderen. Liefdevol en met een fijn laagje humor beschrijft hij hun ruzies en verliefdheden. Zijn werk is succesvol bewerkt voor toneel en film en de personages Madelief en Polleke hebben een klassieke status verworven. Tot ver over de landsgrenzen worden hun avonturen gelezen.

Nieuwe generaties kinderboekenschrijvers zijn schatplichtig aan Kuijers lichtvoetige stijl, maar ook aan de manier waarop hij grote problemen terugbrengt tot kinderhoogte. In zijn verhalen kiest hij onvoorwaardelijk de kant van het kind. Het is hun onbevangen blik waarmee hij het menselijk bedrijf observeert.

Kuijeriaanse nuchterheid

Guus Kuijer werd als vijfde van zes kinderen geboren in een streng christelijk Amsterdams gezin. Het kostte hem naar eigen zeggen meer dan dertig jaar om zich van het geloof te bevrijden. De jaren vijftig van zijn jeugd herleven in Het boek van alle dingen (2004), zijn ‘meest dierbare boek’ en vierde Gouden Griffel.

Buiten de kinderboeken baarde Kuijer opzien met Het geminachte kind (1980), een essaybundel waarin hij fel, en tegelijk met zijn kenmerkende nuchterheid ageerde tegen volwassenen die de kindertijd afdoen als een periode die zo snel mogelijk moet worden afgerond.

Pas veel later zou hij zich weer op het schrijven voor volwassenen toeleggen. In zijn reeks De Bijbel voor ongelovigen vertelt hij de verhalen uit het Oude Testament na met hoofdrollen voor de bijfiguren. Zelf schijnt Kuijer over die carrièreswitch te hebben gezegd: ‘Kinderboeken schrijven is moeilijk, dus toen ik 65 werd dacht ik: nu ga ik voor grote mensen schrijven.’

De Constantijn Huygensprijs is een van de literaire prijzen van de Haagse Jan Campert-Stichting. De prijsuitreiking vindt plaats in januari 2021.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden