Plus

Conflict over censureren foto's Auschwitz in Holocaust Museum

Vier gruwelijke foto's zijn niet te zien op een expositie over vervolging van Nederlandse Joden. Ze zijn hier niet functioneel, vindt het Holocaust Museum. De samenstellers zijn teleurgesteld over de beslissing.

De foto van Sieg Maandag in Bergen-Belsen Beeld NIOD/George Rodger

Het Nationaal Holocaust Museum in Amsterdam heeft voor de expositie De Jodenvervolging in foto's, Nederland 1940-1945 vier gruwelijke foto's uit Auschwitz geweigerd. De vier foto's, die nu niet te zien zijn, tonen ontklede mensen die naar de gaskamers lopen en de lijkverbrandingen in Auschwitz. Ze waren in het geheim geschoten door de Griekse gevangene Alberto Errera. Het Poolse verzet smokkelde het filmpje in een tube tandpasta het kamp uit.

Het Holocaust Museum besloot deze vier heftige foto's niet in de tentoonstelling te laten zien. De Niod-medewerkers Erik Somers en René de Kok, die de tentoonstelling naar aanleiding van hun boek De Jodenvervolging in foto's hadden ingericht, betreuren de beslissing.

Hun boek met 400 oorlogsfoto's toont de intimidatie, het isolement en de vervolging tot aan de deportatie naar de vernietigingskampen. Het verbeeldt het genadeloze optreden van de bezetter, de medewerking van Nederland aan de deportaties en de hulp aan onderduikers.

De foto's voor dit boek zijn gekozen uit enkele tienduizenden foto's. 'Een afbeelding moet aanspreken, emoties oproepen, verontrusten, bewust maken en het geweten in beroering brengen,' schreven ze in hun inleiding. De vier foto's uit Auschwitz maken daar deel van uit en vormen het 'logische sluitstuk' van het verhaal van de vernietiging van de Joden, zegt Somers.

Vergrootglas
Somers: "Maar we moesten van hen deze vier foto's die samen met andere foto's op de panelen staan, afplakken. Dat had volgens het museum te maken met de gruwelijkheid ervan, de manier waarop de lichamen werden getoond, het respectloos omgaan met lijken en de ethische-religieuze waarden van het joodse geloof. Wij vinden het belangrijk dat ze wel getoond worden. Het is een schreeuw naar de buitenwereld. Dat weegt zwaarder dan welk argument ook."

Een van de afgeplakte foto's die de gruwelen uit Auschwitz tonen Beeld Alberto Errera

De overigens bekende foto's zijn zeer functioneel en vertelleneen verhaal, zegt Somers. "Ze laten de feitelijke vernietiging zien: de lijk­verbrandingen en de ontklede mensen. Ze zijn op het formaat van A4 afgedrukt. Kleiner dan de andere foto's op de panelen. Je moet er bijna met een vergrootglas naar kijken."

'Inhoudelijk verschil'
De foto's zijn al sinds de opening van de expositie in januari van dit jaar afgeplakt. Eergisteren werden op het Niod-symposium The Camera as a Witness: Photography and Memory de vier foto's van Errera wel getoond. "Hetty Berg, hoofdconservator van het Joods Cultureel Kwartier, zwengelde toen zelf aan waarom ze niet zijn meegenomen op de expositie. Zo ging het balletje rollen."

Maar Emile Schrijver, directeur van het Joods Cultureel Kwartier, zegt dat de zaak heel anders ligt. "We plegen absoluut geen censuur. Dat het hier om religieuze argumenten zou gaan, is ook onzin. We hebben het over een inhoudelijk verschil. De expositie gaat over de Jodenvervolging in Nederland. Deze vier foto's in Auschwitz gaan niet over Nederlandse Joden."

Dat het museum niet schuwt om gruwelijk­heden van de Jodenvervolging te laten zien, bewijst een andere, heftige foto op de expositie, zegt Schrijver. Die foto toont het 7-jarige Amsterdamse jongetje Sieg Maandag dat langs de lijken loopt in het zojuist bevrijde kamp Bergen-Belsen in april 1945.

Maar er is nog een tweede argument waarom de vier foto's niet zijn opgenomen, zegt Schrijver: "Wij hebben sinds eind december in de Hollandsche Schouwburg een installatie staan waarin bezoekers kunnen aangeven welke foto's ze wel en welke ze niet willen zien in het Holocaust Museum. De meeste mensen vinden dat je ook de gruwelijkheden moet tonen. En dat doen we dus ook met die foto van Sieg Maandag."

De tentoonstelling in het Holocaust Museum eindigt in oktober en gaat dan naar het museum Topographie des Terrors in Berlijn. Volgens Erik Somers worden daar de vier foto's wel getoond.

Schrijver: "Maar dat museum heeft voor zijn expositie een heel andere context."

'Steeds discussie'

Nederlandse musea zijn terughoudender in het tonen van gruwelijke foto's dan musea in veel andere landen. Discussies over wat wel en niet door de beugel kan, worden dus ook aan de lopende band ­gevoerd, zegt Rob van der Laarse, hoog­leraar erfgoed van de oorlog aan de VU en aan de UvA.

"Esthetiek en ethiek zijn belangrijk voor Nederlandse musea. Het ligt ingewikkeld omdat mensen heel emotioneel reageren. De foto's moeten iets teweegbrengen. Een museum wil dat de bezoeker de foto ziet, begrijpt, maar niet dat hij er geschokt door raakt. Al zijn er ook curatoren die zeggen: het is helemaal niet erg als de bezoeker een beetje getraumatiseerd uit het museum komt."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden