Plus

Concertmarathon: Iván Fischer dirigeert alle pianoconcerten van Bártok op één avond – een primeur

De Hongaarse dirigent Iván Fischer doet donderdag en vrijdag met het Concertgebouworkest iets wat nog nooit eerder is gedaan: alle drie de pianoconcerten van Béla Bartók op één avond, met drie verschillende pianisten. ‘In Hongarije is Bartók bijna een heilige.’

Erik Voermans
Dirigent Iván Fischer: ‘Men moet voorzichtig zijn altijd het persoonlijke te horen in een stuk.’ Beeld Ivo van der Bent
Dirigent Iván Fischer: ‘Men moet voorzichtig zijn altijd het persoonlijke te horen in een stuk.’Beeld Ivo van der Bent

Dit leek mij nou een typisch Schnappsidee.

Iván Fischer: “Schnappsidee is een mooi woord. Een plannetje dat is ingegeven door iets te overvloedige inname van sterke drank. Maar zo is het niet. Het idee is afkomstig van Joel Fried, de inmiddels gepensioneerde artistiek directeur van het Concertgebouworkest, en ik was onmiddellijk zeer enthousiast toen hij het voorstelde.”

Hebben Hongaren aan aangeboren voordeel bij het uitvoeren van Bartók?

“Als de muziek folkloristische elementen heeft wel. Daar is in de pianoconcerten soms zeker sprake van. Blauwbaard en De houten prins, dat kunnen alleen de Hongaren echt begrijpen. Maar er zijn ook kosmopolitische stukken, zoals De wonderbaarlijke mandarijn of het Concert voor orkest – die hebben niets Hongaars.”

U werkt met drie Hongaarse pianisten.

“Ja, Zoltán Fejérvári, János Balász en Dénes Várjon. Drie grote talenten. De eerste twee nog jong; de laatste is voor mij de nieuwe András Schiff. Alle drie zijn ze zeer vertrouwd met Bartók, die in Hongarije bijna een heilige en een godheid is. Zijn muziek wordt in Hongarije zeer serieus gestudeerd en uitgevoerd. Bartók is een volksheld. Hij is niet alleen als componist heel belangrijk, hij is ook een moreel kompas, een voorbeeld, vanwege zijn anti-fascistische houding in de jaren dertig en veertig. Iedereen weet dat hij volksmuziek heeft verzameld en kent in elk geval de titels van zijn belangrijkste werken.”

De drie concerten geven een mooi beeld van Bartóks ontwikkeling.

“Ja. Tijdens het eerste was hij nog streng voor zichzelf en met het publiek. Bij het tweede realiseerde hij zich dat hij iets genereuzer moest zijn. En in het derde is hij heel veel meer genereus geworden. Ik vind dat mooi. Je begint met jezelf een last op te leggen door iets heel moeilijks te schrijven, want hij heeft zelf de première gespeeld, onder leiding van Wilhelm Furtwängler nota bene, een combinatie waar ik nog altijd niets van begrijp. Ook Willem Mengelberg heeft het op het programma gezet, in 1927, maar hij bestempelde het als ‘onuitvoerbaar’. Hij vond het te moeilijk.”

Het eerste concert klinkt voor mij agressief, jeugdig druistig, meedogenloos.

“Ik zou het anders willen formuleren. Ik vind eerder dat hij oerkrachten ontketent, met heel primitieve melodieën, net zoals Stravinsky dat deed in zijn Russische balletten. Het is zoals de natuur werkt. In het tweede deel hoor je zijn grote natuurliefde. Wat in het eerste concert ontbreekt, is een glimlach, lichtheid. Die zitten wel in het tweede concert.”

Ik hoor in het tweede concert sterk een onderlaag van onheil.

“Ik zou het eerder speels willen noemen. Het tweede deel, met de nachtmuziek, is teder, bijna religieus. Dat idee wordt in het derde concert nog veel verder doorgevoerd in het Adagio religioso.”

In dat derde concert hoor ik vooral wanhoop. Bartók was toen al terminaal ziek. Je hoort hem aan het leven hangen.

“Ik hoor dit soort pessimisme nooit in zijn muziek. Ik hoor in het Adagio vooral lyriek en overgave.”

Misschien psychologiseer ik ook te veel.

“Je kunt in muziek altijd van alles horen. Meestal reflecteert dat dan je eigen stemming. Muziek is subjectief. Ze neemt jou mee naar een andere dimensie, als je echt goed luistert. Die ervaring in woorden vangen is met onze beperkte woordenschat niet te doen. Maar over dat derde concert – Bartók was inderdaad ziek, maar je moet je afvragen wat de muziek met zijn lijden te maken heeft. Toen Mahler zijn Zesde symfonie schreef, die zijn meest tragische is, bevond hij zich in de gelukkigste fase van zijn leven. De ellende met zijn hart, de dood van zijn kind kwamen pas later, terwijl de Zevende symfonie die daarna kwam voor ons juist weer veel optimistischer klinkt. Ik leg dat zo uit: een componist heeft een artistiek plan, en dat volvoert hij, ongeacht of in die periode het noodlot toeslaat. Men moet voorzichtig zijn altijd het persoonlijke te horen in een stuk.”

Welk concert is voor de dirigent het moeilijkste?

“Ach, dirigeren is helemaal niet moeilijk. Je moet alleen de maat slaan en een beetje controleren wat er gebeurt. Voor het orkest is het wel moeilijk. Er zijn veel gevaarlijke plekken. Vooral in het Tweede pianoconcert. Dat heb ik opgelost door de koperblazers rond te piano te plaatsen, waardoor ze samen bijna kamermuziek kunnen maken. Zo zijn alle balans- en coördinatieproblemen weg.”

Hoe moeten we naar de pianoconcerten luisteren om ervan te gaan houden?

“Je moet altijd bedenken dat Bartóks muziek heel persoonlijk is. Mijn vader kende hem goed. Ik heb hem zelf nooit ontmoet, want Bartók is al in 1945 overleden. Mijn vader vertelde dat Bartók iets ongemakkelijks had. Als je hem ontmoette, wachtte hij altijd met een trillende rechterarm totdat de ander zijn hand uitstak. Hij had de wens tot contact, tot communicatie, maar die kon alleen ontstaan als de ander het initiatief nam. Een ander verhaal is dat Bartók bij mijn vader thuis een keer vierhandig piano speelde met Ernst von Dohnányi, ook een grootheid. Er was een uitgelaten sfeer. Ze speelden Wagners Tannhäuser-ouverture. Op het moment van de hoge dwarrelende figuurtjes in de violen, vroeg Dohnányi om een borstel, waarmee hij vervolgens die figuurtjes speelde. Een grap, maar mijn vader zag Bartók verstijven. Met muziek mocht je niet oppervlakkig omgaan.”

Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer met de drie pianoconcerten van Bartók, op 21 en 22 april in het Concertgebouw om 20.15 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden