Plus Interview

Concertgebouw-directeur Simon Reinink: 'Optimisme is mijn plicht'

Simon Reinink (49) is op 2 juni precies tien jaar directeur van het Koninklijk Concertgebouw, dat er volgens hem mooier bij staat dan ooit. "Ik heb nog steeds de smoor in als ik hier een concert moet missen."

Koninklijk Concertgebouw-directeur Simon Reinink Beeld Mark van der Zouw

"Soms moet je het onmogelijke toch mogelijk maken," zegt Simon Reinink, directeur van het Concertgebouw. Hij spreekt over dirigent Ivan Fischer, die met zijn Boedapest Festival Orkest vorige week twee concerten kwam geven, waaronder een 'fully staged' Die Zauberflöte van Mozart. "De Grote Zaal moest er nogal drastisch voor worden aangepast, maar voor Ivan Fischer doe je dat, omdat hij zo'n oprechte, vaste overtuigde kunstenaar is. Dat soort geesten moet je hier ruim baan bieden. En dan moet je krachten als geld, moeilijk en lastig weghouden. Dat voel ik intuïtief zo."

Dat is waar het om draait?
"Eigenlijk wel ja. Hoe langer ik hier werk, hoe meer ik tot het inzicht kom: het gaat voor alles om de kunst. Al het andere is randvoorwaardelijk. Maar kunst is meer dan alleen wat je op het podium ziet en hoort. Het is ook hoe het gebouw eruitziet, hoe de medewerkers het publiek bejegenen, hoe de service en de kwaliteit van de logistiek zijn..."

...hoe de koffie smaakt.
"Zeker. Die koffie is hier trouwens tegenwoordig zeer drinkbaar. Dat was tien jaar geleden, toen ik hier begon, écht niet zo. Maar wat ik wil zeggen is dat het geheel moet kloppen. Het Concertgebouw is als een enorm Zwitsers uurwerk, dat perfect moet zijn afgesteld voor het concert. En als alles lukt, kan dat een sublieme ervaring opleveren."

Hoe vaak lukt dat?
"Verrassend vaak. Vind ik. Die Mahler Negen van Fischer met Boedapest, daar ben ik nog steeds stil van. Ik had het ook met Wenen, de Wiener Philharmoniker met Gustavo Dudamel, een paar weken geleden. Die klank van het orkest!"

Was het niet enorm leuk en goed geweest als onze minister-president, gesecondeerd door meneer Zijlstra, dáárbij aanwezig waren geweest en waren gekiekt, in plaats van bij dat concert van de Toppers?
"De minister-president is er voor alle ­Nederlanders, dus daar hoort bij dat hij zich ook bij de Toppers laat zien. Maar ik denk dat het heel belangrijk is dat bewindspersonen dat ook bij andere gelegenheden doen. Hier, of bij de opera, of bij Toneelgroep ­Amsterdam."

Ziet u Rutte hier vaak?
"Ik heb hem hier geloof ik twee keer ­gezien."

Twee keer in tien jaar. Da's niet veel.
"Nee. Minister Bussemaker is hier daarentegen bijna kind aan huis."

Dat mag ik hopen. Zij beheert de post cultuur. Maar het gaat mij even om de signaalwerking. Rutte en Zijlstra bij De Toppers.
"De Toppers trekken ongelooflijk veel mensen. Ik was vorige week in de buurt van de Arena en het was daar één groot carnaval. Ook dat is Nederland. Daar moet je je neus niet voor ophalen."

Zegt het iets, over de tijd waarin we leven?
"Natuurlijk. Wat mij afgelopen week vooral in het oog sprong, was het stopzetten van de subsidie voor het European Union Youth Orchestra. Dat vind ik een heel serieus en heel negatief signaal van Europa. Wat ons is toevertrouwd aan cultureel erfgoed, en dan bedoel ik de klassieke muziek, is iets ongelooflijks. Dat brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Wat Europa nu als signaal afgeeft door het EUYO niet meer te steunen, is dat ze niet langer pal staan voor ons Europees erfgoed. Eigenlijk keert Europa zichzelf de rug toe."

"Die ontwikkeling speelt overigens niet alleen in Europa. Toen wij hier een groot India Festival organiseerden, viel me op hoe weinig de Indiërs in India echt geïnteresseerd waren in hun eigen muzikale rijkdom. In Hongarije speelt de zigeunermuziek, die ik in de jaren tachtig daar nog zag bloeien, een steeds marginalere rol. Het zijn grappig genoeg ogen van buiten die ons daarop wijzen. Klassieke muziek is nu bijvoorbeeld enorm aan het opbloeien in Zuid-Korea, Taiwan, China, Japan."

Het eerste kabinet-Rutte heeft aan dat besef weinig bijgedragen. En dan druk ik me nog voorzichtig uit.
"Nou ja, kabinetten komen en gaan. We moeten kijken over perioden van vijfentwintig, vijftig jaar. Dan moet je je de vraag stellen: hoe liggen de fundamenten erbij? Zorgen zalen, orkesten, ensembles en solisten er ­gezamenlijk voor dat we een publiek op de been blijven houden? Daarom zijn de educatieprogramma's en de familieconcerten ook zo belangrijk. We zijn nu bezig met de ontwikkeling het digitale lesprogramma Kazoo om te zorgen dat ieder kind in Nederland op de basisschool weer wekelijks muziekles kan krijgen zodat er ook in de toekomst nog ­publiek is."

Maar de kabinetten, die komen en gaan, moeten de grote lijnen neerzetten en de kunsten waarborgen.
"En respecteren. Zeker. Maar ik wil het graag nuanceren. Het Concertgebouw heeft alleen van doen met de stad, die ons directe subsidie geeft. In de tien jaar dat ik hier nu zit, heb ik groot respect gekregen voor de wijze waarop de stad ons altijd heeft bejegend. We hadden betrouwbare en consistente bestuurders en dat is met wethouder Kajsa Ollongren, de opvolger van Gehrels, ook niet veranderd."

Reinink: 'Het is een misverstand te denken dat jonge mensen niet van klassieke muziek houden' Beeld Mark van der Zouw

Maar in een gebouw zonder musici hoor je alleen stilte.
"Precies. En de orkesten die hier spelen, krijgen hun geld ook van het rijk. En er is ­natuurlijk wel iets gebeurd. Op Twitter lees je dan over 'die elite', die 'van onze belastingcenten...', enzovoorts. Dat is een tendens in de samenleving waar je doodgewoon mee te maken hebt. Dat kun je heel erg vinden, maar het is wél zo."

Ja, fijn, maar ik zeg dan altijd: met voetbalwedstrijden is ook veel overheidsgeld gemoeid en daar hoor je die elitebashers niet over. Solidariteit lijkt me het sleutelwoord.
"Solidariteit is inderdaad iets wat nu heel erg onder spanning staat. Kijk naar het vraagstuk van de vluchtelingen. Naar groepen die tegen elkaar worden uitgespeeld. Het lijkt me een voorbeeld van een golfbeweging. Eerst moet een ramp gebeuren en dan komen we weer bij elkaar, maar de mens heeft de natuurlijke eigenschap dat te vergeten. ­Oblivion, zeggen de Engelsen. Prachtig woord voor een treurigstemmend verschijnsel."

"Ik wil niet naar Rutte of Zijlstra wijzen. Je moet vooral proberen te beïnvloeden wat je kunt beïnvloeden. Klagen heeft geen zin. Dus niet met doodskisten door de zaal lopen omdat je subsidie is opgehouden. De mensen komen niet omdat ze je zielig vinden, maar omdat ze van je houden. Onze taak is te zorgen dat er heel relevante, urgente kunst bestaat, die maakt dat mensen willen komen."

Mijn punt is dat Rutte en Zijlstra een katalyserende rol ten goede hadden kunnen spelen. Maar als je ergens niet van houdt, kun je je er niet druk om maken.
"Gelukkig ligt die tijd alweer een paar jaar achter ons. Het was een vreselijk zware periode. De wijze en de tone of voice vond ik toen verschrikkelijk. Maar dat is nu veranderd."

Het Concertgebouw is jaarlijks goed voor de helft van het aantal mensen dat in heel Nederland een bezoek brengt aan een klassiek concert.
"Dat geldt voor de zalen die zijn aangesloten bij de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties, de VSCD, ja. Dat is natuurlijk ongelooflijk scheef. That worries me. Het is heel belangrijk dat er in de rest van het land goede voorzieningen zijn voor vooral het symfonische repertoire. En dat kinderen gedurende hun schooltijd minstens één keer een echt orkest hebben gehoord. Dat kan al heel veel uitmaken. Onderschat de kracht van klassieke muziek niet."

"Kijk naar de jaarlijkse Matthäus-gekte. Of, aan de andere kant van het spectrum, de muziek van Einaudi. Dat zat hier weer mudvol, met een concertformat dat we als achterhaald beschouwen. De mensen zitten doodstil twee en een half uur naar de rug van Einaudi te kijken. Het is bijna een ritueel. Net als de Matthäus trouwens. En er is niet één publiek. High-end hedendaagse muziek is niet voor iedereen. Net zo min als renaissancemuziek van Josquin Desprez. "

U bent geen mineurmens, merk ik.
"Nee. Onze vorige voorzitter, Alexander Rinnooy Kan, zei altijd: optimisme is een plicht. En zeker de directeur van het Concertgebouw past het niet te somberen. Je kunt namelijk alleen vanuit oprecht enthousiasme en liefde mensen voor de kunst mobiliseren. En dat lukt. Bij Fischer en Boedapest zat het weer vol. Jeminee, mensen houden echt van wat we hier doen. Het gáát ook echt ergens over."

Uw voorganger, Martijn Sanders, trok in zijn laatste jaar in functie nog 800.000 mensen per jaar. U hebt er sinds de economische crisis 720.000.
"In 2009 hebben we bewust proactief ­ingegrepen, omdat we toen zagen dat de economie op rood ging. Dat merk je namelijk meteen aan de sponsoring. Het eerste wat bij een bedrijf wordt afgeknepen zodra het wat minder gaat, zijn de marketing en de sponsoringevents. Daar kwam bij dat vooral de financiële sector hard werd getroffen. Daar konden ze het zich uit imago-overwegingen niet meer permitteren het breed te laten hangen. Dus ze schroefden hun klantenprogramma's terug. We moesten ingrijpen. Concerten die 'meer van hetzelfde' waren, of concerten waar we echt te grote verliezen op leden, hebben we in de ijskast moeten zetten. De serie Tijdgenoten in de Grote Zaal bijvoorbeeld. Daar komt bij dat het landschap van de eigentijdse muziek met de komst van het Muziekgebouw aan 't IJ ook drastisch is veranderd."

Toch is uw bezettingsgraad nog steeds boven de tachtig procent, net als in de dagen van Sanders.
"Ja, daar ben ik trots op."

Er is niets veranderd.
"Veel wel, maar niet alles. De pyramidale structuur van de kunsten bijvoorbeeld. Van de Toppers naar hele elitaire, of zelfs esoterische muziek. Dat is altijd zo geweest. Het Concertgebouw is er voor die hele pyramide. Iedereen is hier welkom. Ook als je helemaal niks van klassieke muziek weet."

Dan krijg je dus publiek binnen dat in het Klarinetconcert van Mozart tussen de delen klapt, zoals bij Fischer en zijn orkest uit Boedapest gebeurde.
"Ja! Leuk! Ik moest erom lachen. Ik zat naast leden van het Concertgebouworkest en ik zei tegen ze: 'Ja joh, dat is nou nieuw publiek.' En so what? Laat iedereen alsjeblieft enthousiast zijn. Dat is toch heerlijk! Het is bovendien de essentie van een live-uitvoering. Het is een gedeelde ervaring tussen ­musici en publiek."

Ik zag Ivan Fischer zelfs meeklappen, met een grote grijns op zijn gezicht.
"Als íemand openstaat voor dit soort verrassingen, is hij het. Ik zag veel jonge mensen in de zaal. Dat zal hebben meegespeeld. Die zullen zijn afgekomen op de stukken - grote meesterwerken van Mozart. Want het is een misverstand te denken dat jonge mensen vooral van de hedendaagse muziek zijn en ouderen van de klassieken. Het is eerder andersom. Kijk eens op zaterdagmiddag bij de ZaterdagMatinee bij een modern programma: daar zit een ouder, geïnformeerd publiek. Terwijl de yuppen eerder denken: ik wil dat Forellenkwintet, of die Mondscheinsonate, of die Veertigste van Mozart nou weleens een keer live horen."

Wat is u in die tien jaar nou enorm meegevallen en tegengevallen?
"Ik ben nog steeds onder de indruk van de ongelooflijke goede wijze waarop de overgang van de oude naar de nieuwe directie is gemanaged. Met de vorige directie, Martijn Sanders, Anneke Hogenstijn, Erik Gerritsen en Jan Deiters, en de commissarissen onder leiding van Rinnooy Kan, gesecondeerd door Victor Halberstadt, had ik dagelijks contact en van hen kreeg ik volledige steun. Voordat het tot een benoeming kwam, heb ik veel gesprekken gehad, die allemaal heel open waren, omdat wij van elkaar leken te begrijpen dat het in niemands belang was als het niet goed zou gaan. Er waren dus geen lijken in de kast."

"Wat niet meeviel, was dat de bezettingsgraden al een neergaande lijn lieten zien, die in 2008/2009 uitmondde in een enorm lange winter. Dat was een superheftige periode. Toen hebben we zelfs mensen moeten ontslaan. Dat was sinds mensenheugnis niet ­gebeurd hier. Maar uiteindelijk zijn we er goed uitgekomen. Het gebouw staat er mooier bij dan ooit."

Dat is makkelijk praten aan het einde van een renovatie die door uw voorganger is ingezet.
"Ja, maar die renovatie hebben we wel ­afgemaakt en gefinancierd. En we werken nu aan verduurzaming. We zijn er echt sterk uitgekomen. En dat heeft ons weer met de neus op de vraag gedrukt van onze relevantie. Wat betekenen wij in onze samenleving? Hoe kunnen we de mensen mobiliseren om te komen?"

'Nou, ik heb anders nog steeds ongelooflijk de smoor in als ik hier een bijzonder concert moet missen' Beeld Mark van der Zouw

U moet sinds tien jaar ook zo'n beetje elke avond naar een concert. Dat lijkt me ook geen pretje.
"Nou, ik heb anders nog steeds ongelooflijk de smoor in als ik hier een bijzonder concert moet missen. Maar ja, ik heb ook een gezin en een privéleven, en ik ben één keer per maand een paar dagen in het buitenland. Dat moet ook, want wij zijn onderdeel van een internationaal speelveld. Twee keer per jaar is er een bespreking met de ECHO, de ­European Concert Hall Organisation. In ­januari is er standaard een vergadering van de ISPA, de International Society for the Performing Arts, waar ik tegenwoordig in het ­bestuur zit. Daar word je voor gevraagd, dus dan zeg je geen nee."

"Je moet je netwerk en je expertise delen, ook in het belang van het Concertgebouw. Ik vind namelijk dat in het buitenland nog steeds veel te weinig bekend is hoe rijk het muziekleven, of het culturele leven in het algemeen, in Amsterdam is. Cultuur is de kurk waar de stad op drijft. In september gaat ­Ollongren met een cultuurmissie naar New York. Dus ik heb meteen mijn hulp aangeboden. Dit is het moment om Amsterdam als podiumkunststad veel meer op de kaart te zetten. We hebben nog heel veel ongemunte successen in het vooruitzicht. "

Gaan uw kinderen vaak mee naar concerten in het Concertgebouw?
"Niet zo heel vaak, nee. Ze zijn toch veel meer op populaire muziek geënt, net als de meeste van hun leeftijdsgenoten. Ze zijn nu 14 en 17. Toen ik jong was, luisterde ik veel naar klassieke muziek, maar op een gegeven moment werd ik fan van Queen en dat overspoelde al het andere. Pas in de bovenbouw van de middelbare school kwam de klassieke muziek weer terug. De kiem kwam tot bloei. Maar die kiem was wél ooit gelegd."

Dus er is nog hoop voor uw kinderen.
"De tijden zijn echt veranderd, hoor. Vroeger, in de tijd van de verzuiling, was het allemaal heel duidelijk. Als je bij die of die zuil hoorde, las je de bijbehorende krant, ging je naar de bijbehorende clubs of podia. Maar nu loopt alles compleet door elkaar. De hoogleraar filosofie gaat de ene dag op zijn sneakertjes naar Paradiso en op de andere naar een Nexuslezing, of met een pilletje naar een dancefeest. Of hij zit in het Concertgebouw bij Mahler Drie. Ik zie bijna alleen maar voordelen. Je wilt toch niet terug naar de beklemmende wereld van De Avonden?"

Jeugdfoto Beeld -

Rent u nog steeds zo veel?
"Ik sport nog steeds veel, maar ik ben op het fietsen overgestapt. Ik heb een racefiets gekocht en ik ga volgende maand met een groep van Toulouse naar Nice fietsen. Urenlang door een schitterend landschap rijden. Heerlijk. In Nederland kan het ook. Als je via de Schellingwouderbrug het IJ over gaat, ben je meteen met vakantie. Fiets eens naar Alkmaar. Een ritje van negentig kilometer. Ongelooflijk mooi. Ik ben hard aan het trainen."

Hebt u dat nodig voor uw welzijn?
"Buiten zijn is voor mij onmisbaar. Urenlang offline zijn, met de frisse wind in je gezicht en de zon op je kop, maakt je hoofd schoon. Dat is voor mij noodzaak. Als je mijn baan, die geen baan is maar een way of life, met Leidenschaft wilt kunnen uitoefenen, moet je fit zijn."

Zit u hier over tien jaar nog?
"Ik heb geen plannen. Toen niet en nu nog steeds niet. Maar ik weet wel: op het ­moment dat ik er niet meer van baal dat ik een bepaald orkest of een solist in het Concertgebouw niet kan horen omdat ik bijvoorbeeld in het buitenland ben, wordt het misschien tijd om een iets anders te gaan doen. Dat blijft de lakmoesproef."



CV

Simon Reinink
27 juni 1966, Wassenaar

1985-1991
Nederlands Recht, Universiteit Utrecht (bijvak muziekwetenschap)

1993-1994
Beroepsopleiding Nederlandse Orde van Advocaten

1992-1996
Advocaat-stagiair bij De Brauw Blackstone Westbroek, Amsterdam

1996-2004
Diverse managementfuncties bij Wolters Kluwer

2005-2006
Directeur-­uitgever bij ThiemeMeulenhoff

2006-heden
Algemeen directeur Koninklijk Concertgebouw

Reinink woont samen met Miriam Fris en heeft twee kinderen (Jurriaan en Tessel).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden