PlusTen slotte

Componist Penderecki (1933-2020) ging grote onderwerpen nooit uit de weg

Krzysztof Penderecki was de beroemdste naoorlogse componist van Polen, al was het maar omdat zijn muziek is gebruikt in films en series die iedereen heeft gezien, zoals The Exorcist, Stanley Kubricks The Shining , Martin Scorsese’s Shutter Island en Twin Peaks van David Lynch. 

Beeld EPA

Mede daardoor werd hij ook de rijkste naoorlogse componist van Polen. Hij woonde op een groot landgoed in Luslawice, waarop in 2013 met geld van de EU het European Krzysztof Penderecki Centre for Music verrees, een van alle gemakken voorziene accommodatie voor jong muziektalent, inclusief een concertzaal met 650 stoelen.

Zondag is Penderecki, wiens naam bij een correcte uitspraak rijmt op Radetzky, overleden in een ziekenhuis in Krakau. Hij was 86 jaar.

Penderecki groeide op in een Polen dat zuchtte onder het juk van het stalinisme, waar na de dood van de Grote Leider en Leraar een kunstklimaat ontstond waarin opeens alles mogelijk was. Dat leidde in 1956 tot de oprichting van het muziekfestival Warschauer Herfst, waar eindelijk muziek klonk van componisten die voordien niet mocht worden gespeeld (Schönberg, Webern), maar die in het vrije Westen al ruim een decennium bepalend waren voor de nieuwste ontwikkelingen. 

Avant-garde

Dit leidde tot de opbloei van een Poolse avant-garde, waarvan Penderecki een van de voormannen was. In 1960 maakte hij indruk met Anaklasis voor strijkorkest en slagwerk, waarin hij op een vrije manier klankonderzoek pleegde, veel met clusters werkte en met name veel nieuwe strijktechnieken bedacht (hij was zelf violist). De Vlaamse musicoloog Herman Sabbe bedacht er een term voor: sonorisch colorisme.

In deze stijl schreef Penderecki in 1960 een stuk voor 52 strijkers, vol angstaanjagende clusters en glissandi, dat hem wereldberoemd maakte: Tren Ofiarom Hiroszimy (Klaagzang voor de slachtoffers van Hiroshima), een werk dat aanvankelijk 8’37’’ heette, totdat zijn uitgever met een aansprekender titel kwam.

In deze stijl schreef Penderecki ook nog Polymorphia, dat eindigde met een onironisch C-grootakkoord en de Lukaspassie (1965), waarin zich de eerste tekenen van een radicale stilistische koerswijziging openbaarden. De tonale harmonieën aan het slot van de Lukaspassie waren nog Fremdkörper, maar al gauw daarna gooide Penderecki voorgoed het roer om. 

Grote onderwerpen

Hij keerde zich af van het modernisme, omdat hij die weg ‘destructief’ vond en omarmde de in zijn ogen ‘constructieve’ tonale, romantische traditie, als eerste in het Vioolconcert dat hij schreef voor Isaac Stern en vervolgens in een lange reeks religieuze werken, waaronder het Te Deum (opgedragen aan de Poolse paus Johannes Paulus II) en het requiem-oratorium Dies Irae, dat hij schreef hij ter nagedachtenis van de slachtoffers van Auschwitz. Nog steeds meed hij grote onderwerpen niet.

Hij schreef uiteindelijk acht symfonieën, alle gekenmerkt door een zeker Pools pathos en soloconcerten voor uiteenlopende instrumenten, van viool, altviool en cello tot fluit, hobo, klarinet, hoorn en trompet. Ook componeerde hij vier opera’s, die geen van alle zeer succesvol waren. De laatste jaren werkte hij aan een vijfde opera (naar Phèdre van Jean Racine), een negende symfonie en een koorstuk ter herdenking van de Armeense genocide.

Tot op het laatst ging hij grote onderwerpen niet uit de weg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden