Uit het archief

Componist Ennio Morricone in 2016: ‘Filmmuziek maak je niet met een computer’

Ennio Morricone. Beeld EPA

De Italiaanse filmcomponist Ennio Morricone is maandag op 91-jarige leeftijd overleden. Paroolverslaggever Peter van Brummelen sprak Il Maestro in 2016 naar aanleiding van zijn muziek voor de film The hateful eight. Lees hieronder het interview terug. 

Op audiëntie in Rome bij de grootste filmcomponist aller tijden.

Italië is het land waar je je als Nederlander doorlopend underdressed voelt. Zelfs de conciërge van het appartementengebouw waar Ennio Morricone woont, ziet eruit alsof hij door Giorgio Armani zelf in het pak is gestoken. Morricone woont helemaal boven in het gebouw. Daar kun je met zo’n ouderwetse lift naartoe, maar te voet is wel zo leuk. Op marmer is niet bezuinigd in het trappenhuis en om de zoveel treden staat een kopie van een klassiek beeld. La grande bellezza, maar dan echt.

Wachtend tot Morricone een interview met een Duitse journalist heeft afgerond (hij geeft niet graag interviews en propt er dus maar zo veel mogelijk in één dag), zien we vanuit het raam van de hal toeristen samendrommen voor een Romeinse bezienswaardigheid. Welke bezienswaardigheid dat is, mag hier niet worden gemeld, want Morricone is gesteld op zijn privacy.

Maestro

Het komt vaker voor dat een interview met een grootheid gepaard gaat met bepaalde voorschriften, maar voorafgaand aan het gesprek met Morricone ontvangen we wel twee A4'tje met guidelines. Er wordt dus discretie verlangd over de exacte locatie van zijn woning, maar ook is het bijvoorbeeld verboden vragen te stellen over zijn privéleven of hem te herinneren aan de oorlog.

En Morricone mag dan vooral bekend zijn van de muziek die hij in de jaren zeventig schreef voor spaghettiwesterns, laat die volgens hem beledigende term vooral niet in zijn bijzijn vallen, want dat is het meteen gedaan met het interview. Ook taboe: de term soundtrack. Gesproken dient te worden van filmmuziek.

En o ja, de componist (Rome, 1928) wenst te worden aangesproken met maestro.

Dat laatste wil niet helemaal lukken. Echt, we proberen het, maar tijdens het gesprek wordt het toch vanzelf m-m-m-eneer Morricone. Hij merkt er niets van, want de tolk die bij het gesprek maakt er gewoon maestro van. Die tolk is altijd aanwezig bij ontmoetingen met niet-Italiaanse journalisten. Mogelijk dat Morricone best Engels spreekt, maar hij doet het niet. Zelfs bij het in ontvangst nemen van de ere-Oscar die hij in 2007 kreeg, hield hij zijn dankwoord in het Italiaans.

Beeld EPA

Toen Ennio Morricone een jaar geleden in de Ziggo Dome optrad met koor en orkest, maakte hij een uitermate kwieke indruk. Tijdens het interview is hij in mindere conditie. Als gevolg van een nogal uit de hand gelopen val hangt hij als een patiënt onderuit op de bank. De priemende ogen achter zijn dikke brillenglazen laten er geen misverstand over bestaan dat er geestelijk niets mis is.

Half toneelstuk

Tijden meed hij het publiek, nu staat hij later deze maand alweer in de Ziggo, nauwelijks een jaar na zijn vorige optreden daar. Waar hebben we dat aan te danken? (Opvallend hoe zo’n korte, in het Nederlands heel simpel klinkende vraag in het Italiaans een half toneelstuk lijkt te zijn).

Het sonoor gebromde antwoord wordt vertaald als: “Ik bepaal niet waar ik optreed, dat doet de organisator van de concerten. Ik kan nee zeggen tegen een bepaalde locatie natuurlijk, maar verder heb ik er niets over te zeggen. Van de vorige keer in Amsterdam herinner ik me een geestdriftig publiek, ik neem aan dat dat een rol heeft gespeeld in het besluit er terug te keren.”

Bij die vorige keer heette het programma 50 years of music, nu heet het opvallend genoeg 60 years of music. Waarom dat is weet Morricone niet. Wat ziet hij als het beginpunt van zijn carrière? “Il federale was in 1961 de eerste film waarvoor ik muziek schreef, maar daarvoor was ik als actief als muzikant, arrangeur en orkestleider. Ik schreef voor radio, tv en het theater. Ik zou niet weten wat het officiële startpunt van mijn carrière is. Ik ben mijn hele leven al met muziek bezig.”

In sommige levensbeschrijvingen wordt beweerd dat Ennio Morricone al op zesjarige leeftijd zijn eerste composities op papier zette. Hier moet hij even hartelijk om lachen. Hij was er muzikaal vroeg bij, maar zó vroeg nou ook weer niet. Wanneer dan wel? Doodserieus: “Rond mijn tiende pas.”

Hoe moeten we zijn composities van toen voorstellen? “Ik was als jongetje gek van Der Freischütz. Kent u die?” Hij neuriet een stukje voor uit de ouverture van de opera van Carl Maria von Weber. “Ik vond vooral de hoorns zo mooi. Zo’n soort melodie probeerde ik dan ook te bedenken. Maar stelt u zich er niet te veel van voor. Het was het spelen van een kind.”

Die spielerei vormde wel de inleiding tot een zeer vruchtbaar muzikaal leven. Ennio Morricone de grootste filmcomponist aller tijd noemen is geenszins overdreven. Voor meer dan vijfhonderd films schreef hij de muziek. De muziek voor de westerns van Sergio Leone (een oud-klasgenoot van hem) is daarbij verreweg het bekendst. En dat stoort hem nogal, zo bleek vorige keer in de Ziggo Dome. Ze kwamen voorbij, die overbekende stukken uit films als The good, the bad and the ugly en Once upon a time in the West, maar de nadruk lag op minder gangbaar werk. Bij de komende show in Amsterdam zal het niet anders zijn.

Pen en papier

Meer dan tweehonderd muzikanten en zangers zijn er nodig voor de live-uitvoering van zijn muziek. Tegenwoordig zijn er ook veel makers van filmmuziek die genoeg hebben aan een computer. Morricone trekt een heel vies gezicht als die manier van werken ter sprake komt. “De opkomst van de elektronische muziek is een van de belangrijkste muzikale ontwikkelingen van de twintigste eeuw. Maar dan heb ik het over de serieuze muziek. De computer heeft in de populaire muziek de weg vrijgemaakt voor een verwerpelijk soort dilettantisme.”

Het gebruik van samplers in de popmuziek is hem bekend. “Maar dat gaat mij niets aan, ik heb er geen enkele affiniteit mee. Heel kwalijk vind ik het wel dat zulke praktijken ook opgang maken in de filmwereld. Filmmuziek is voor mij muziek die wordt gemaakt met pen en papier, niet met een computer. Met zo’n apparaat maak je hooguit geluidjes; alleen wie op de traditionele manier componeert overziet het geheel.”

In die eerder genoemde twee A4'tje met guidelines voor het gesprek werd ook al gehamerd op die traditionele manier van werken. Lekker streng staat er: ‘Maestro Morricone is een componist. Componisten gebruiken geen piano om op te componeren, zij noteren in muziekschrift zonder tussenkomst van een muziekinstrument.’

Op papier zetten

Vragen wij ons toch af hoe hij op papier zette wat hij verwachtte van de popinstrumenten die vooral in de jaren zestig nogal eens opdoken in zijn filmmuziek. Dat lekker ‘twangende’ gitaargeluid van een Fendergitaar in bijvoorbeeld The good, the bad and the ugly liet zich toch onmogelijk vangen in een partituur? Vooruit, zo’n sound valt nauwelijks te noteren, geeft Morricone toe.

“De noten stonden vast, maar om daar een passend geluidseffect bij te vinden, ging ik met een gitarist de studio in. We draaiden aan knoppen tot we hadden wat ik in mijn hoofd had. Maar die sound was verder niet mijn verdienste. Ik had die gitaar niet uitgevonden, ik maakte alleen gebruik van de mogelijkheden van het instrument. Later zijn er genoeg gitaren bij gekomen die ook goed waren, maar toen was Fender dé elektrische gitaar.”

Op hoge leeftijd is Ennio Morricone onverminderd actief als filmcomponist, met zijn muziek voor Quentin Tarantino’s The hateful eight als meest sprekende recente voorbeeld. Waar heeft het componeren plaats? “In principe kan ik het overal, maar meestal gebeurt het daar,” zegt hij, wijzend op een deur die vanuit de woonkamer toegang biedt tot zijn werkruimte. “Vaste werktijden heb ik niet. Ik werk net zo makkelijk om acht uur ‘s ochtends als om acht uur ‘s avonds.”

Heeft hij wel eens contact met andere filmcomponisten? “Maar natuurlijk,” zegt hij. “Met zo’n vier, vijf collega’s. We ontmoeten elkaar, spreken elkaar ook telefonisch. Soms belt er een om me een compliment te geven over iets wat hij van me heeft gehoord.”

Gevraagd naar de namen van bevriende filmcomponisten noemt hij alleen landgenoten: Luis Bacalov (vooruit, die is Argentijns-Italiaans), Franco Micalizzi, Nicola Piovani. Met collega’s uit Amerika en Engeland heeft hij blijkbaar geen contact.

Opvallend in de ruim bemeten woonkamer is de grote hoeveelheid kunstwerken. De wanden hangen vol schilderijen, her en der staan beelden opgesteld. Een televisietoestel staat er ook. Als Morricone op tv naar een speelfilm kijkt, kan hij zich daar dan door laten meeslepen, of zit zijn vak hem daarbij in de weg?

“Ik kan echt genieten van een film. Als hij spannend is, ga ik daar in pricipe evenzeer in mee als ieder ander. Maar onvermijdelijk let ik ook goed op wat er muzikaal gebeurt. En als me dat niet bevalt, stoort dat me zeer. Dan kan ik eigenlijk niet verder kijken.”

Ennio Morricone in 1988.Beeld ANP Kippa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden