Plus Column

Componist en muziekpionier Varèse woonde gewoon in Eindhoven

Eerste hulp bij klassieke muziek van Erik Voermans, met deze week: Edgard Varèse.

Erik Voermans Beeld Linda Stulic

In een klein huisje in de Gagelstraat 38 te Eindhoven woonde van september 1957 tot juni 1958 de radicaalste avant-gardist in de muziekgeschiedenis.

Eindhoven heeft nog geen straat naar hem vernoemd, noch steeg, of plein, maar aan de gevel in de Gagelstraat hangt wel een keurig bordje, of een plakwette, om met Jacobse en Van Es te spreken, waarop de aanwezigheid van de Frans-Amerikaanse 'Stratospheric colossus of sound' (Henry Miller) wordt herdacht.

Varèses geboortestad Parijs heeft wél een straat naar hem vernoemd. Daar heb je in het 19e arrondissement de Rue-Edgar-Varèse. Ja, u ziet het goed. Edgar, zonder d. Die was na zijn emigratie naar New York van zijn voornaam afgevallen en Parijs heeft hem die d niet teruggegeven.

Varèse was in Eindhoven op uitnodiging van dr. ir. Frits Philips, die op de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel een moderne toepassing van beeld en geluid wilde demonstreren. Voor de vormgeving van het Philipspaviljoen tekende de wereldberoemde architect Le Corbusier. En die zei tegen Frits Philips: "Voor modern geluid moet u zijn bij mijn vriend Varèse."

Dat vonden ze bij Philips niet meteen een goed idee. Ze dachten eerder aan de wat minder woeste Benjamin Britten. Maar toen Le Corbusier ze een eenvoudige rekensom voorlegde (geen Varèse = geen Le Corbusier) gingen ze overstag.

Varèse maakte in 1957 in het NatLab, het natuurkundig laboratorium van Philips, zijn Poème électronique: een elektronische compositie annex klankcollage van acht minuten, die in Brussel tot klinken kwam via 475 over het gehele paviljoen verspreid opgehangen luidsprekers, aangevuld met beeld- en kleurprojecties.

Het ­publiek was verbaasd bij het horen van de kerkklokken, piepjes en bliepjes, slagwerk- en koorklanken en zelfs een zeer hoog zingende sopraan.

Die sopraan was Cristina Deutekom (toen nog Stientje Engel geheten), die zich op haar tachtigste desgevraagd nog heel goed kon herinneren hoe verbaasd de dirigent had gereageerd toen ze die hoge F moeiteloos uit haar keel liet floepen. "Hij keek me aan alsof ik ze uit m'n bloes had hangen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.