Plus

Componist Bernard van Beurden (1933-2016) maakte muziek over wat híj wilde

Componist, muziekdocent en inspirator Bernard van Beurden laat een omvangrijk oeuvre achter. Zijn doel in het lesgeven was mensen gefascineerd te maken voor wat hem zo fascineerde. Zondag is hij overleden.

Bernard van Beurden overleed afgelopen zondag. Beeld Jan van Breda

Voor de huidige tijd, waarin de kunsten aan strenge economische wetten moeten gehoorzamen, had componist en inspirator Bernard van Beurden geen goed woord over. Zijn angst was dat 'de spiritualiteit in de samenleving erdoor werd uitgehold'.

"Wat sommige mensen niet goed begrijpen, is dat kunst niet buiten de economie kán, want kunst verdient zichzelf niet terug. Althans niet in geld. Dat is ook nooit zo geweest. Maar wat zegt Rutte? 'Kunst moet zichzelf bedruipen.' Dan vraag ik me af: zou die meneer nooit hebben geluisterd naar wat Jacques Lang zei, toen hij lid was van de regering Mitterand: 'Een land dat z'n kunstenaars verwaarloost, met dat land gaat het slecht.'"

Dat zei Van Beurden in 2013 in deze krant, toen hij tachtig werd, en hij terugkeek op een buitengewoon rijk muzikaal leven. Hij woonde grote delen van het jaar in Frankrijk, waar hij in stilte kon werken, maar keerde altijd met plezier terug naar zijn huis in de Jordaan, want hij voelde zich nog altijd 'een rasechte Amsterdammer'.

Volstrekt oninteressant
Bernard van Beurden was een hartstochtelijk componist. Op z'n achtste was hij begonnen op de viool. Later switchte hij naar de altviool, waarop hij zich bekwaamde aan het Amsterdams Conservatorium. Maar het toekomstperspectief, altviolist worden in een orkest, sprak hem in het geheel niet aan.

"Dat leek me heel vervelend. Je krijgt dan te maken met mensen die ik volstrekt oninteressant vind. Je hebt zelf geen inbreng en daar gaat mijn muziekmaken niet over. Dat gaat over wat ík wil." En dus wendde hij de steven in de richting van het componeren en ging studeren bij Rudolf Escher en Ton de Leeuw. Dat verbaasde niemand, hemzelf het allerminst. Op zijn elfde schreef hij zijn eerste compositie, voor viool en cello, en tijdens zijn altvioolstudie was hij 'altijd bezig met projecten waarvoor muziek moest worden bewerkt en gecomponeerd'.

Kinderkoren
Minstens zo belangrijk was dat hij ontdekte dat hij een bijzondere gave had om kinderen te enthousiasmeren voor muziek, en vooral eigentijdse muziek. Hij ontwikkelde zich tot de gedroomde muziekonderwijzer. "Al in mijn derde jaar aan het conservatorium ging ik werken met kinderkoren en amateurs. Ik werd ontzettend gefascineerd door wat je met muziek bij mensen teweeg kunt brengen. Met kinderen ging dat makkelijk, omdat die nog open zijn, minder geconditioneerd, minder vergiftigd. Toen werd ik opeens benoemd als leraar ensembles en algemeen vormend muziekonderwijs."

Daarnaast kwam hij terecht in de werelden van de koren en de harmonie en fanfare, 'met als enige doel mensen gefascineerd te maken voor wat mij zo ongelofelijk fascineerde'. Dat resulteerde in 1974 in het boek Werkboek voor muziek van nu. Daarin schreef hij in het voorwoord dat hij kort na de Tweede Wereldoorlog Paul van Kempen Stravinsky's Vuurvogel had zien dirigeren. "Door die Vuurvogel was het me als een donderslag bij heldere hemel duidelijk dat muziek m'n leven was en altijd zou blijven."

Actie Notenkraker
Van Beurden, generatiegenoot van Louis Andriessen, Peter Schat en Otto Ketting, was erbij toen jonge musici en componisten onder het motto Actie Notenkraker op 17 november 1969 een concert van het Concertgebouworkest verstoorden met knijpkikkertjes als protest tegen het artistieke beleid.

"Het mooiste geluid dat ik ooit in het Concertgebouw heb gehoord. Ons punt was dat de hele subsidiestroom naar de symfonieorkesten en naar die keurige kamermuziekconcerten ging. Wij wilden de nieuwe, geïmproviseerde muziek, de jazz. Dat resulteerde in een kwalitatief zeer hoogstaand Nederlands muziekleven."

Van Beurden heeft een omvangrijk oeuvre op zijn naam staan, met daarin muziek voor talloze toneelstukken, zeven muziektheaterstukken waarvan vier voor de jeugd, tientallen stukken voor harmonie- en fanfareorkesten, koorwerken en instrumentale stukken voor uiteenlopende bezettingen. Voor het 'radiofonies oratorium' Bajesmaf, op een libretto van J. Bernlef, kreeg hij de Prix d'Italia.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden