Plus

Cinéma Arabe: de westerse leek moet er ook van kunnen genieten

Adel Salem begon 15 jaar geleden filmfestival Cinéma Arabe om het achtergestelde beeld van de Arabische cultuur bij te stellen. Hij waakt voor films die onbegrijpelijk zijn voor de westerse leek.

Ghalia Benali als Loubna, de ex-vrouw van hoofdpersoon Brahim Nadhour in Fatwa. Beeld Cinema Arabe

Eind jaren negentig merkte Adel Salem (52), directeur van filmfestival Cinéma Arabe, dat het integratiedebat verruwde. “Rechtse politici als Pim Fortuyn zagen de Arabische cultuur als achterlijk, met alleen maar kamelendrijvers. Dat is helemaal niet zo; ik kom uit Egypte, een beschaving van 7000 jaar voor Christus.”

Salem ziet het sindsdien als zijn taak het achtergestelde beeld van de Arabische cultuur bij te stellen door nieuwe verhalen naar Nederland te halen. Dat doet hij onder meer met Cinéma Arabe. Vijftien jaar geleden begon hij het meerdaagse festival, waar veel niet eerder vertoonde films van jonge cineasten met een Arabische achtergrond draaien.

Universele verhalen

“Het idee was de westerse en Arabische werelden te verbinden door het vertonen van films en documentaires.” Salem waakt voor films die onbegrijpelijk zijn voor de westerse leek. “Er moeten geen grappen gemaakt worden die je alleen begrijpt als je uit Egypte komt. Dan komt de boodschap niet over. Je moet samen lachen en samen huilen.”

Vaak zijn de geselecteerde werken daarom universele verhalen. Films over liefde, familietragedies of het verlies van een dierbare, die zich afspelen in een Arabische context. Zoals de openingsfilm van deze editie, Fatwa (2018), van Mahmoud Ben Mahmoud uit Tunesië. Fatwa is het verhaal van Marouane, een jongen die omgekomen is bij een motorongeluk in Tunesië. Zijn vader Brahim Nadhour vliegt vanuit zijn woonplaats Parijs naar Tunis om hem te begraven. Hij ontdekt dat Marouane een trouwe moskeeganger was en militant van een salafistische organisatie.

Nieuwe tendens

“Fatwa sluit aan op de actualiteit van radicaliserende islamitische jongeren. Wat doe je met islamitische jongeren die afreisden naar Syrië om te vechten en nu terugkeren? De kracht van de film is echter dat dit vraagstuk niet de hoofdlijn is. Het gaat uiteindelijk over een familietragedie, een ouder die een kind verliest.”

Deze editie, die dinsdag begint, blikt Salem terug op vijftien jaar Cinéma Arabe. Salem ziet een nieuwe tendens bij films en filmmakers in landen als Algerije, Sudan en zijn geboorteland, Egypte. “De censuur in veel Arabische landen is strenger dan ooit. Officieren controleren pagina per pagina het filmscript en dwingen zelfs een lieve en brave legerofficier erin te schrijven, die nooit zou schreeuwen of martelen.

Zulke propagandafilms vertoont Salem niet. Er is maar één regel: films moeten kwalitatief goed zijn. “Je moet ook geen Amnesty International worden met strijdfilms en heftige oorlogsverhalen. Luchtigere komedies horen er ook bij, zoals Tel Aviv On Fire. Maar je moet je ogen niet sluiten voor de waarheid. Ik wil niet een somber beeld scheppen, maar helaas is het wel zo.”

Cinéma Arabe, Rialto, 7 t/m 12/5

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.