PlusInterview

Charles Lewinsky: ‘Wij schrijvers zijn ook leugenaars’

‘De stotteraar’ van Charles Lewinsky is in essentie een roman óver schrijven. Over de liefde voor taal, de liefde voor lezen en de macht van woorden. ‘Het schrijven van een roman is als een ontdekkingsreis.’

De Stotteraar - Charles LewinskyBeeld Getty Images/iStockphoto

‘Als ik schrijf, stotter ik niet. Win-win’, schrijft gevangene Johannes Hosea Stärckle in zijn bijdragen ‘voor de padre’. De gevangenispastoor heeft hem een baantje in de gevangenisbibliotheek beloofd in ruil voor verhalen over zijn leven, omdat hij volgens de pastoor een begaafdheid voor schrijven heeft en dat talent niet mag verspillen. ‘Geloof me padre, ik heb mijn talenten tot nu toe ook niet verspild. Dat ik een keer pech heb gehad en daarom hier ben beland, was een ongelukkig toeval.’

Stärckle, die al sinds zijn vierde ernstig stottert, heeft zijn hele leven het geschreven woord gebruikt voor zijn manipulaties –als noodweer tegen onrecht en voor financieel gewin. Gedrild in een religieuze sekte en door een vader die zijn opvoedmethoden kracht bijzette met een bamboestok, riem en tennisracket, heeft hij zich afgekeerd van de Bijbel, die hij uit zijn hoofd kent, en van moreel besef. ‘Bij mijn geweten gaat het net als met mezelf: het stottert.’

Naast de verhalen aan de padre verlustigt Stärckle zich in De stotteraar van de Zwitserse schrijver Charles Lewinsky (74) in toenemende mate aan ‘vingeroefeningen’, korte verhalen en een dagboek. We volgen het ontbottende – en verre van betrouwbare – schrijverschap van een even erudiete als geslepen en sardonische verteller.

Zeg ik het juist als ik veronderstel dat u met enorme verrukking in het hoofd van deze hoofdpersoon bent gekropen? U goochelt, in de setting van dat corrupte gevangenisleven, met taal, literatuur, filosofie en religie.

“Ik ben altijd in een staat van verrukking als ik schrijf – terwijl het tegelijkertijd ook hard werken is. Je kunt het vergelijken met een bergbeklimmer die uitgeput raakt als hij zijn eerste berg beklimt. Maar wanneer hij de top bereikt, is zijn beloning een ongekend uitzicht. Op mijn leeftijd ga je door met je werk omdat je houdt van wat je doet – en ik hou enorm van het verzinnen van verhalen.”

U hebt De stotteraar opgedragen aan Thomas, ‘die liever een heel ander boek had gezien’. Kunt u dat toelichten?

“Voor het boek dat er nu ligt heb ik een behoorlijke omweg genomen. Thomas is mijn beste vriend. Hij houdt van historische romans en zit me al jaren op de huid met een verhaal waarvan hij wil dat ik het schrijf. Het is gesitueerd in de middeleeuwen en moeten gaan over twee monniken die naar China reizen om zijderupsen te halen voor de keizer – een gevaarlijke onderneming omdat op het exporteren van zijderupsen in het oude China de doodstraf stond.”

“Het is niet het soort verhaal dat mij per se ligt, maar toen we samen op een korte vakantie waren, hebben we erover gepraat bij een goede maaltijd overgoten met ettelijke glazen bier; we bedachten personages, hoofdstukken. Een van de personages was een man die de keizer zijderupsen had beloofd maar die belofte had verbroken. Voor straf werd zijn tong uitgerukt.”

“Die historische roman heb ik nooit geschreven, maar de man die niet kon spreken bleef me bij – en een paar jaar later transformeerde die in een man die niet kan praten omdat hij ernstig stottert.”

Uw roman gaat over een jongen die opgroeit in een streng-religieuze gemeenschap en daar de rest van zijn leven de consequenties van ondervindt, maar misschien is het nog wel veel meer een boek over het schrijven zelf.

“Dat klopt, absoluut: het ís een boek over schrijven. De hoofdpersoon is meer een leugenaar dan een schrijver – maar wij schrijvers zijn ook leugenaars. Het is de lezer die besluit terzijde te schuiven dat wij verzonnen verhalen vertellen. Overigens: bijna al mijn boeken gaan over het thema hoe we onszelf proberen te verzinnen door verhalen over ons leven te vertellen.”

Uitgangspunt zijn de notities die hij maakt voor de padre, maar gaandeweg verliest hij zich in zijn dagboek en de korte verhalen die hij begint te schrijven en die zogenaamd niet over hem gaan. Hoe kwam u op die hybride vorm?

“Vanzelf, heel gemakkelijk. Een man die niet kan spreken, moet schrijven. Dát was het uitgangspunt. Maar ik had nog geen idee wat voor soort verhalen hij zou gaan schrijven in zijn brieven of anderszins. Ik beschouw het schrijven van een roman als een ontdekkingsreis.”

Uw hoofdpersoon refereert veelvuldig naar zijn geliefde literatuur, helden als Schopenhauer, Süsskind. In de bibliotheek die hij beheert, moet hij het stellen met Dan Brown.

“Hij houdt evenzeer van Schopenhauer als hij de Bijbel haat, die hij in zijn jeugd door de strot geduwd heeft gekregen. Geen van de boeken in de bibliotheek is zijn eigen keuze. Süsskind is en schrijver die hij als tiener heeft gelezen, toen hij alles wat naar literatuur zweemde verslond. Maar ik denk niet dat hij nog veel leest op het moment dat we hem leren kennen.”

Hij gaat prat op de manier waarop hij zijn schrijftalent heeft ingezet om zijn bedrog te perfectioneren; maar als er een uitgever interesse toont voor zijn schrijven ziet hij de keerzijde: literatuur belegt geen boterhammen.

“Hij heeft zijn krachten zijn hele leven lang aangewend om mensen te manipuleren – zonder er zelfs maar een seconde aan te denken van schrijven zijn beroep te maken. Maar dan doet hij op aandringen van de pastoor mee aan een verhalenwedstrijd en wordt hij bij toeval ontdekt door een uitgever. Ik denk niet dat hij zichzelf dan als schrijver ziet. Een boek schrijven is voor hem gewoon een andere manier om mensen naar zijn pijpen te laten dansen.”

“Ik krijg vaak van lezers de vraag welke versies van de verhalen die de stotteraar schrijft de waarheid zijn. Het antwoord: dat weet ik niet. Hij is zo’n goede leugenaar dat ik er zelf ook telkens weer intrap.”

Het lijkt of u een ultiem onaangenaam heerschap heeft neergezet, maar de combinatie van eigendunk en zelfspot en zijn vileine humor namen me toch voor hem in. Of bent u hier de poppenspeler en ik de marionet?

“Het is als bij die oude tekening waarin je een jong meisje kunt zien, maar ook een oude heks (een kantelfiguur van W.E. Hill uit 1915, red.). Ik mag hem wel. En ik vind hem een verschrikkelijk sujet. Het klinkt misschien raar of flauw, maar ik geloof echt dat verzonnen personages behoorlijk onafhankelijk kunnen worden van de schrijver – mist ze goed zijn uitgedacht. Dus dat maakt mij waarschijnlijk tot zowel de poppenspeler als de marionet.”

Epos over familie Meijer

Charles Lewinsky (Zürich, 1946) is een Zwitserse schrijver van literaire romans, toneelstukken, televisieseries, hoorspelen en liederen. Zijn internationale doorbraak kwam in 2006 met het epos Het lot van de familie Meijer. De roman wordt volgend jaar ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van de schrijver heruitgegeven bij Meridiaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden