PlusAchtergrond

Chantal Akerman in Eye: uren gissen naar de betekenis

Chantal Akerman was een voorloper met filmische installaties. Toch duurde het jaren voor haar werk naar Eye kwam. Nu speelt de expositie met de tijd van de toeschouwer.

Akermans laatste installatie Now telt vijf schermen; er wordt ook op de vloer geprojecteerd. Beeld Rebecca Fanuele

Een tentoonstelling van Chantal Akerman stond al op de planning kort na de opening van Eye in 2012. Dat is logisch; de Belgische arthousefilmmaker was in de jaren negentig een van de eersten die de overstap maakte naar de beeldende kunst – Eye opereert op het snijvlak van kunst en cinema.

Het kwam er destijds niet van, omdat op dat moment al een overzichtstentoonstelling van Akerman liep in het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen: Too Far, Too Close.

Eye bleef in gesprek met de kunstenares, maar een expositie werd opnieuw op de lange baan geschoven nadat Akerman op 5 oktober 2015 op 65-jarige leeftijd een einde aan haar leven had gemaakt. Nu is haar werk er dan toch, in de eerste solo-expositie van een vrouw in Eye; dat werd tijd. Eigenlijk had die alweer voorbij moeten zijn, maar een week voor de op 20 maart geplande opening gingen ook de deuren van Eye op slot om Covid-19 in te dammen.

Deze aanhoudende aanslag op het geduld van de kijker past wel bij Akerman, in wier oeuvre een belangrijke rol is weggelegd voor (het verstrijken van) de tijd. “Ik wil dat mijn kijkers het verstrijken van de tijd echt voelen,” zegt Akerman in I Don’t Belong Anywhere, het portret dat Marianne Lambert in 2015 van haar maakte. “Ik pak niet twee uur van hun leven af, ze ervaren die uren juist.”

Passages, zoals de tentoonstelling in Eye heet, speelt ook een schrander spel met de tijd. Je kunt er snel doorheen – acht installaties en films is een overzichtelijk aantal – maar bij sommige kun je zonder overdrijven ook een paar uur doorbrengen.

Manische energie

De tentoonstelling opent met Saute ma ville, Akermans allereerste, 13 minuten durende zwart-witfilmpje uit 1968 – ze was destijds 18 jaar en had op straat aandelen verkocht om de film te financieren. Ze speelt zelf de hoofdrol, het filmpje is opgenomen in de keuken van haar moeder, die Auschwitz overleefde. De band met haar moeder heeft een zware stempel op Akermans leven gedrukt.

In de keuken stort de hoofdrolspeelster zich met manische energie op huishoudelijke activiteiten. Steeds driester gaat ze tekeer, de keuken van haar moeder verandert in een gigantische puinhoop. Tot slot legt ze haar hoofd op het gasfornuis. De gaskraan staat open, er klinkt een luide knal. Het beeld is zwart. Einde film.

Vervolgens beland je in de eerste echte installatie, D’Est, au bord de la fiction, gemaakt in 1995 op basis van haar documentaire D’Est uit 1993. De tergend langzaam bewegende beelden die ze schoot in Oost-Duitsland, Polen, Litouwen, Oekraïne en Moskou, van de lente en de winter, zijn te zien op 24 televisieschermen. Op een 25ste scherm reflecteert Akerman op het maakproces en deelt ze haar herinneringen aan het filmen.

In de volgende ruimte zijn drie werken samengebracht: de experimentele film Hotel Monterey, in 1972 opgenomen in het gelijknamige budgethotel in New York. Als tweede draait de korte ‘loop’ In the Mirror (2007), waarin een jonge vrouw, slechts gekleed in een onderbroek, zichzelf kritisch de maat neemt voor de spiegel.

Als derde is hier de installatie Woman Sitting after Killing (2001) te zien, gebaseerd op Akermans magnum opus Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles (1975, volledig te zien binnen het bijhorende bioscoopprogramma). In de bijna vier uur lange film is te zien hoe een alleenstaande moeder en gelegenheidsprostituee haar huishouden drijft; de Franse vedette Delphine Seyrig moest voor haar rol aardappels leren schillen. Akerman toont vaak minutenlange, statische shots, die door hun consequente focus op het alledaagse steeds hypnotiserender gaan werken.

Het ontluisterende slot, waarin Jeanne Dielman minutenlang voor zich uit staart nadat ze een klant heeft vermoord, staat in Woman Sitting after Killing op zeven schermen. Op tafel de soepterrine met het geld dat ze van haar klanten krijgt. Haar blik is neutraal, het enige wat verandert is de lichtinval op de achtergrond.

Dagboek

Het ontroerendste werk is de installatie Marcher à côté de ses lacets dans un frigidaire vide (2004). Daarin vraagt Akerman haar moeder voor te lezen uit het dagboek van haar grootmoeder, dat werd teruggevonden nadat zij in Auschwitz om het leven was gekomen. Op een spiraalvormig doek wordt de tekst van het dagboek geprojecteerd, het is een doolhof waarin de kijker zich letterlijk kan onderdompelen.

Ook in Now (2015), Akermans laatste videowerk (een tweeluik met de film No Home Movie, eveneens uit 2015) is haar moeder hoorbaar – als je goed luistert, tussen het geluid van mitrailleurvuur, sirenes en gebedsoproepen door. De indringende geluidsband vormt een prikkelend contrast met de lange, vanuit een rijdende auto geschoten woestijnbeelden. Én met de twee kitscherige Chinese aquariumlampen, die helemaal achterin de ruimte op de grond liggen.

Daarvan liggen er nóg twee onder het grote scherm waarop Tombée de nuit sur Shanghai (2009) te zien is. Alleen al naar de betekenis van die lampen kan je uren gissen.

Passages, Eye, t/m 30/08

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden