PlusInterview

Cesar Zuiderwijk: ‘Golden Earring is helemaal niet belangrijk meer’

Cesar Zuiderwijk was een halve eeuw drummer in de Golden Earring. Nu de band door de ziekte van gitarist George Kooymans is gestopt, blikt hij terug.

Cesar Zuiderwijk Beeld Hilde Harshagen
Cesar ZuiderwijkBeeld Hilde Harshagen

Twee jaar geleden wist hij nog niet dat het einde van Golden Earring nabij was. Toch voelde Cesar Zuiderwijk (72) het aan. In 1970 begon hij bij de Haagse rockband met een goudkleurig drumstel. Om de paar jaar verving hij het door een nieuw exemplaar, met steeds een andere kleur. “Rood, blauw, wit, geel, op een gegeven moment had ik alles gehad. Toen besloot ik de volgorde om te draaien. In 2019 belandde ik weer bij goud en had ik sterk het gevoel dat dit mijn laatste drumstel zou zijn bij de Earring. Dat was vlak voor de show in Ahoy, het laatste concert dat we gaven.”

Het is een zonnige, frisse lentedag op het Brabantse platteland waar Cesar Zuiderwijk al ruim twintig jaar een huisje bezit. Tien minuten verderop, in België, woont George Kooymans. De gitarist en medeoprichter van Golden Earring lijdt aan de spierziekte ALS. Hoewel Zuiderwijk zelf enig kind is, voelen de mannen van Golden Earring aan als broers. “Het liefst reed ik naar George toe om hem een knuffel te geven en bij hem aan de keukentafel te zitten. Maar hij is heel voorzichtig, je begrijpt wel waarom.”

Zuiderwijk zag Kooymans slechts één keer sinds in december de onheilstijding kwam over diens gezondheid. “Maar ja, stonden we daar op twee meter van elkaar. ‘Hoe is het?’ Wat moet je zeggen?”

Een halve eeuw speelde de Earring stad en land plat, sinds 1970 altijd in dezelfde samenstelling. Kooymans had de band in 1961 opgericht met bassist Rinus Gerritsen, zijn buurjongen en later zwager, toen Kooymans trouwde met Milly Gerritsen. In 1970, zanger Barry Hay was net bij de band, zochten ze een nieuwe drummer. “Rinus vroeg of ik een bakkie koffie met hem wilde drinken. Bij George thuis. Voor het eerst zaten we daar met zijn vieren bij elkaar. En toen kwam al snel de vraag: wil je bij ons komen spelen? Ja hoor, natuurlijk. Ik moest het alleen nog wel vertellen aan de band waarin ik toen speelde, Livin’ Blues. Dat lag gevoelig, want zij vonden de Earring maar niks.”

Trommelaars

Cor Zuiderwijk – zijn echte naam – was 13 toen hij zeker wist dat hij drummer wilde worden. Nadat zijn ouders tevergeefs hadden geprobeerd hem gitaar te laten spelen (‘ik was er niet goed in, hoorde niet goed wanneer iets vals was’), bleek een lidmaatschap van een turnvereniging de sleutel. “Die gymclub had zo’n marsband met trommelaars. Dat vond ik als jochie van een jaar of 11, 12 wel interessant. Je leerde er één vast roffeltje dat je eindeloos bleef herhalen. Meer had je ook niet nodig, want als het roffeltje opnieuw begon, was je alweer 50 meter verderop in de straat.”

Echt spelen leerde hij zichzelf. “Na schooltijd, urenlang. Op mijn kamertje, op een zelfgebouwd drumstel van mayonaise-emmers en augurkenblikken. Een deksel van de wastobbe was mijn bekken, ik had een oud pedaal opgeduikeld, gebruikte pollepels als drumstokken en speelde alles na wat ik op de radio hoorde. The Beatles, The Rolling Stones, The Kinks.”

Golden Earring in 1972. Beeld ANP
Golden Earring in 1972.Beeld ANP

Golden Earring is zijn levenswerk. Anekdotes over ‘de Earring’ vertelt hij tijdens het gesprek om de haverklap, maar wat het einde van de band nu echt met hem doet? Hij zegt er weinig over. Niet omdat het een gevoelig onderwerp is, eerder omdat het hem oprecht niet veel lijkt te deren. “Weet je waarom? Het gaat niet om die band, het gaat om George. Als ik verdriet heb, is het om hem. Ik weet zeker dat Rinus en Barry dat ook zo voelen; die band is helemaal niet belangrijk meer.”

Broederschap

De waarde van de broederschap overstijgt moeiteloos die van het succes. “We deden alles met elkaar. We traden in die beginjaren misschien wel 250 keer per jaar op. Als we een avond vrij hadden, ging ik met George of Barry naar de bioscoop. Of we gingen met z’n allen naar een concert. We zaten samen in hotels, limousines, vliegtuigen, restaurants. We zaten soms weken met de hele band bij George en zijn vrouw Milly thuis. Stond hij ’s ochtends voor de hele bende eitjes te bakken, ’s avonds maakte Milly dan weer soep.”

In 1978, toen Golden Earring in New York voor Aerosmith speelde in Madison Square Garden, maakte Zuiderwijk een keuze voor het leven. The Who wilde hem als opvolger voor drummer Keith Moon, die dat jaar was overleden. “Ik ben drie hotelkamers langsgegaan om dat aanbod met de jongens te bespreken. Alle drie zeiden ze: te gekke kans, dat gunnen we je. En ik dacht alleen maar: kom op, zulke goede vrienden, die zo mooi reageren. Weet je wat? Ik blijf. Bovendien kende ik de sfeer bij The Who wel een beetje, Pete Townshend en Roger Daltrey sloegen elkaar door de kleedkamer heen. Ik had best met The Who willen spelen, maar ik hoefde niet met ze aan tafel te zitten.”

Tot op de dag van vandaag heeft hij geen spijt van die keuze. Hij paste bij de Earring en de Earring paste bij hem. “Wij zijn met z’n vieren zo hecht, er is zoveel respect voor elkaar. Toen George zei dat hij door zijn ziekte niet meer zo kon spelen als hij wilde, accepteerden we dat alle drie meteen. Er is niemand van ons geweest die heeft gezegd: maar je kunt toch nog wel een keertje proberen of het lukt om je plectrum goed vast te houden? Als een van ons niet meer wil of kan, dan houdt het op.”

Sloper

Dat moment is nu. Zuiderwijk gaat verder met Sloper, het bandje dat hij voor de lol oprichtte met Triggerfinger-drummer Mario Goossens. Terugkijkend op vijftig jaar Earring is het eerste woord dat bij hem opkomt ‘dankbaar’. “Voor ons waren er geen bands die het zo lang op dat niveau volhielden. Met de Stones zijn wij een van de weinige bands die hebben laten zien dat je vijftig, zestig jaar kunt spelen zonder dat het armoedig wordt. Ik weet nog goed hoe we na ons laatste concert in Ahoy in de kleedkamer zaten en elkaar aankeken van: wat hebben we nou weer gedaan? Het klonk zo goed die avond, dat hadden we als oude lullen maar mooi geflikt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden