PlusGrachtenfestival 2022 interview

Cellist Alexander Warenberg is artist in residence van het Grachtenfestival: ‘Ik vind het altijd moeilijk om naar mezelf te luisteren’

Artist in residence Alexander Warenberg. ‘Soms denk je dat je matig speelde en hoor je later dat iemand toch ontroerd was. Dat geeft een boost.’ Beeld Marjolein van Damme
Artist in residence Alexander Warenberg. ‘Soms denk je dat je matig speelde en hoor je later dat iemand toch ontroerd was. Dat geeft een boost.’Beeld Marjolein van Damme

Alexander Warenberg (23) is dit jaar de artist in residence van het Grachtenfestival. De cellist mocht vijf programma’s bedenken die op verschillende locaties te horen zijn. ‘Ik ben heel competitief.’

Erik Voermans

Schrijven dat Alexander Warenberg uit een muzikaal gezin komt, is een understatement. Zijn moeder is pianiste, zijn vader, afkomstig uit Rusland, is violist. Ook zijn vaders ouders zijn beiden violist. Een van zijn vaders broers, Wladislav Warenberg, is cellist. Hij was Alexanders eerste leraar. Dan zijn er nog neven en hun zoons – allemaal cellisten. Logisch dat thuis alles om klassieke muziek draaide, al klonk er op gezette tijden ook jazz, Earth, Wind & Fire, Al Jarreau en Russische kinderliedjes.

“Mijn vader speelt in het Residentie Orkest. Ik ging al van jongs af aan naar repetities, toen nog in de Dr. Anton Philipszaal.” Daar heeft Warenberg goede, zintuigelijke herinneringen aan – de klank van het orkest, maar ook de geur van het hout van de instrumenten. “Als kind al keek ik vooral naar de cellogroep. De mooiste klank in het orkest toch?” En dus was het een natuurlijke keuze dat ook zijn instrument de cello werd. “Ik was bijna zes toen ik met mijn oom, die in het Rotterdams Philharmonisch Orkest speelt, op pad ging om mijn eerste instrument te lenen. Hij kende in Rotterdam een bouwer. En zo begon het.”

C-snaar

Het verleidelijke van de cello is voor hem de klank, maar het is meer. “Mijn vader was op toernee door Luxemburg. Ik was vijf en ik mocht mee. In het hotel zat de solocellist van het orkest alleen aan tafel friet te eten. Ik liep naar zijn tafeltje en at mee van zijn bord. Hij vond dat niet erg, integendeel – hij schoof zijn bord zelfs naar me toe. Ik voelde een soort onuitsprekelijke verbondenheid, een warm thuisgevoel.”

Wat er zo mooi is aan de klank van de cello is nog niet zo gemakkelijk uit te leggen. “Er zitten alle denkbare paletten van kleur op. Zet vier cellisten bij elkaar en je hebt een strijkorkest. En het repertoire is natuurlijk groots.”

Hij voelt zich van jongs af aan al aangetrokken tot het lage register van het instrument. “Ik had een lesboek met eenvoudige duetjes, die bijvoorbeeld Dinosaurus heetten, of Olifant. Ik wilde dan altijd de lage partij spelen, op de C-snaar. En dan was de open C het mooiste, natuurlijk. Ik heb dat gevoel nog steeds. De Sonate van Prokofjev begint op de C-snaar: heerlijk.”

Zelfkritiek

Docenten. Hij had en heeft er drie. Eerst oom Wladislav, daarna, vanaf zijn achtste, Monique Bartels, en vanaf zijn achttiende Frans Helmerson, bij wie hij nu in Berlijn zijn master doet. “Van mijn oom krijg ik nog steeds commentaar en ook naar Monique ga ik nog vaak terug, want je bent nooit uitgeleerd. Ik hecht zeer aan de vertrouwdheid die we hebben opgebouwd.”

Inmiddels is hij zover dat er soms maanden voorbij gaan waarin hij niet terugkoppelt naar zijn leraren. “Dan moet je in feite jezelf lesgeven. Ik merk dat ik dan heel erg zelfkritisch ben, heel streng. Te streng soms. Ik vind het moeilijk naar mezelf te luisteren.”

Hij heeft inmiddels geleerd om te gaan met foute noten, black-outs, onrustig publiek of een cello die uit de pin slipt. “Op het moment dat zoiets gebeurt, en dat is echt hoogst zelden hoor, is dat vreselijk, maar je moet dat de seconde erna alweer buitensluiten, want je moet verder. Dat is een proces.”

Meestal gaat het allemaal goed. Een understatement. Hij zegt het met een grijns. Hij won in 2016 het Prinses Christina Concours en het concours van de Cello Biënnale. Soms is hij zowaar tevreden over zijn spel; meestal vindt hij dat het beter had gekund. “En soms denk je dat je matig hebt zitten spelen en hoor je later dat iemand toch ontroerd is geweest. Dat geeft een boost. Ik denk dat de meeste artiesten heel kritisch of zelfs onzeker zijn.”

Vorige maand deed hij mee aan de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel, een concours met groot prestige. Hij moest al na de kwartfinales naar huis. “Dat was balen, maar met concoursen weet je het nu eenmaal nooit. Voor mijn gevoel speelde ik goed en ik was goed voorbereid. Mijn docent was enthousiast. Toch kwam ik niet verder. Het frustrerende is dat je er nooit achter komt waar hem dat dan precies in zat, want de argumenten worden niet openbaar gemaakt. Ik heb vroeger veel getennist en ben heel competitief. Met spelletjes wil ik ook altijd winnen. Maar bij concoursen is het vaag wie wint en wie niet. Zelfs als je denkt super te hebben gespeeld, kun je toch de volgende ronde niet halen.”

Technomuziek

Hij speelt momenteel op een Jean Baptiste Vuillaume uit 1845, uitgeleend door het Nationaal Instrumentenfonds. “Ik speelde al snel op kwalitatief goede instrumenten. Dat is heel belangrijk, want een goede cello geeft je zelfvertrouwen en de motivatie er veel op te spelen. En daardoor word je vanzelf beter.”

Zijn langetermijndoel is het hele solorepertoire te leren kennen. “Ik wil de belangrijkste werken in mijn vingers hebben. Ongetwijfeld is dat een levensproject. En die dan presenteren voor een publiek. Ik ben nu gegrepen door de Russische Romantiek en door Prokofjev, omdat ik die nu speel.”

In Berlijn kwam elektronische muziek op zijn pad. Techno. “In het begin had ik er weinig mee, maar ik begin er steeds meer in te horen.” In de coronatijd ontdekte hij ook de schoonheid van koormuziek. “De oude renaissancecomponisten bijvoorbeeld. Prachtig! Maar ook de Noor Ola Gjeilo, die mooie dingen heeft geschreven voor koor en cello.”

Op het Grachtenfestival gaat hij ‘de mooiste stukken spelen met zijn beste vrienden op de mooiste plekken’. “In het Concertgebouw doen we het Strijkkwintet van Schubert, misschien wel hét stuk in de kamermuziek; in de doorgang van het Rijksmuseum spelen we mijn twee favoriete strijkkwartetten, Sjostakovitsj Acht en Mendelssohn in A en we spelen het Dubbelconcert van Vivaldi, dat heel stoer is, niet saai en niet lang. En ik speel een programma met werken van Ysaÿe, Boccherini en Beethoven, allemaal in c-klein, om af te sluiten met Weberns Langsamer Satz, die in Es-groot eindigt, de parallel van c-klein. Op het openingsconcert speel ik met mijn zus Maria en Nikola Meeuwsen, mijn neef, twee liederen van Brahms, briljanten in het repertoire, en op het slotconcert Haydns Celloconcert in C in Markt Centraal op zaterdag. Wat wil je nog meer?”

Openingsconcert Sloterplas, vrijdag 12/8, 18.00 uur, Sloterplas t.o. Meervaart

Alexander Warenberg in Residence: de magie van het strijkkwartet, zaterdag 13/8, 21.00 uur, Passage Rijksmuseum

Jubileumconcert: Alexander in Residence, zaterdag 13/8, 21.00 uur, Passage Rijksmuseum

Meesterlijk! Alexander Warenberg in Residence, dinsdag 16/8, 21.00 uur, Anantara Grand Hotel Krasnapolsky Amsterdam

Alexander Warenberg in Residence: Schubert’s magistrale strijkkwintet, donderdag 18/8, 20.00 uur, Concertgebouw

Alexander Warenberg in Residence & friends, zaterdag 20/8, 19.00 uur, Markt Centraal

Multitalent: composer in residence Tim Wes

Tim Wes (28), die opgroeide in een familie vol kunstzinnigheid, maakt al muziek vanaf zijn vierde en omschrijft zichzelf als multi-instrumentalist en multidisciplinaire kunstenaar. Wes, die dit jaar de compositieopdracht van Grachtenfestival 2022 kreeg, speelt onder meer gitaar en sax maar is ook actief als regisseur, schrijver, art director, producer en ontwerper. Voor Art Rotterdam maakte hij onlangs een installatie waarin behalve een eigen sculptuur ook zijn muziek een essentiële rol speelde.

Zijn compositie die in Paradiso zal klinken, Holding Hands, zal een ‘experience’ zijn waarin hij voor hem onbekende verten opzoekt, voortkomend uit dromen en visioenen, zoals altijd. “Ik wil eeuwig een student blijven en leren van het proces.”

Première: Holding Hands, a Tim Wes Experience, zaterdag 13/8, 19.00 uur, Paradiso

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden