Carine Crutzen: ‘Ik heb geprobeerd mijn herinneringen eerlijk en schaamteloos tegemoet te treden’.

Plus Interview

Carine Crutzen: ‘Zonder risico wacht je een saai bestaan’

Carine Crutzen: ‘Ik heb geprobeerd mijn herinneringen eerlijk en schaamteloos tegemoet te treden’. Beeld Erik Smits

Na het overlijden van haar ouders, zonderde actrice Carine Crutzen zich twee maanden af in het dorp van haar jeugd. Ze schreef er de roman Uit het Zuiden over, die dinsdag verschijnt. ‘De liefde voor Limburg zit diep.’

Daar zat ze dan, in een vakwerkhuisje in Vijlen. Alleen, in de herfst van 2015. Moeder dood, vader dood, hun as uitgestrooid in Limburgse beekjes. “Nadat mijn ouders waren gestorven, was het alsof mijn hele jeugd dood was. Er was iets wezenlijks weg. Ik had niet gedacht dat het zo’n impact zou hebben. Ik koos ervoor terug te keren naar de streek waar ik vandaan kwam, waar het is begonnen.”

Carine Crutzen (58) begon er te schrijven. Twee maanden verkeerde ze in afzondering. Herinneringen borrelden op, over haar jeugd in Heerlen, de ruzies met haar halfbroer, vriendjes, verlangens, de toneelschool in Maastricht, haar vertrek naar Amsterdam en de existentiële crisis die daarop volgde. Ze zette haar gedachten op papier; soms flarden, impressionistisch, vaak pijnlijk eerlijk.

“Ik was járen niet meer alleen geweest. Ik had altijd mijn man om mij heen, mijn kinderen, mijn ouders. Collega’s. Vrienden. Toen zat ik daar in Vijlen. Ontworteld. Wie was ik? Wat wilde ik nog? Die eerste dagen was ik me heel bewust van mijzelf. Ik voelde me een personage in mijn eigen leven. Dat is natuurlijk des acteurs, ook als je speelt is er altijd dat derde oog.”

Neelie en Beatrix

Nu ligt er een boek: Uit het Zuiden. De zielenroerselen uit de maanden in Vijlen zijn uitgewerkt tot een autobiografische roman. Een Limburgse familie, vader, moeder, de zoon die priester werd, de dochter actrice. Hun soms getroebleerde relatie, de onmacht om te communiceren. Ouderdom, ziekte en dood. “Mijn wezen zit erin, met hart en ziel. Misschien heeft niet elke dialoog zo plaatsgevonden, maar ik heb geprobeerd mijn herinneringen eerlijk en schaamteloos tegemoet te treden. Ik heb mezelf blootgegeven. Hoe persoonlijker het verhaal, hoe universeler, hoe meer mensen ik met mijn schrijven kan raken, hoop ik.”

Wie Carine Crutzen als Neelie Kroes op het toneel zag (in Neelie!), als koningin Beatrix in de film Majesteit, of in een van haar vele televisierollen (Pleidooi, Oud Geld), zou haar zuidelijke herkomst niet kunnen raden. Haar dictie is onberispelijk, accentloos. “Alleen als ik moe ben, willen de klinkers nog weleens langer worden, de oooo’s en de aaaa’s,” lacht ze. “Het Limburgs laat veel hangen. Och èèèrm, och neeeh. Als je bijvoorbeeld zegt: ik heb zin in een kopje koffie, dan klinkt dat: ich höb zin in ‘n tas koffíé. Dat klinkt weifelend, zangerig, zo van: ik weet niet hoor, of ik er wel zin in heb.”

Bleu in Amsterdam

Ze beschouwt zichzelf, hoewel al bijna 35 jaar wonend in het westen, ‘voor de volle 100 procent Limburgs’. Haar moeder kwam uit Nuth, haar vader uit Schin op Geul. Grootvader werkte in de steenkolenmijnen en hield er stoflongen aan over, bij grootmoeder stonden de Heilige Maria, Sint Franciscus en Sint Antonius “Het Limburgse land zit in mij. De taal, het landschap, de mensen. Ik heb twintig jaar in Haarlem gewoond, met veel plezier, en lange tijd in Amsterdam, maar de liefde voor Limburg zit diep.”

De eerste kennismaking met Amsterdam was geen onverdeeld genoegen. Stond ze daar, 23 jaar jong, bleu, als pas afgestudeerd actrice in het café aan het Leidseplein in Amsterdam waar het allemaal moest gebeuren. “Ik had het gevoel dat ik daar op mensen moest afstappen en zeggen ‘ik vind u gewéldig, mag ik auditie doen?’ Ik vond dat verschrikkelijk. Ik kon het niet. Aan de toneelacademie in Maastricht hadden ze gezegd dat ik talentvol was, maar ineens dacht ik: ik kan helemaal niet op tegen deze wereld. Waarom wil ik in godsnaam actrice worden? Alles begon te draaien. Ik kon me niet handhaven. Ik moest weg.”

Terug in Maastricht brak een zwarte periode aan. Ze schrijft er openhartig over in Uit het Zuiden. “Ik wist niks meer, ik wilde niet meer. Ik was zo depressief dat ik dacht: als ik nu onder een auto loop, ben ik blij dat het afgelopen is. De wereld stond scheef, letterlijk. Soms zat ik te huilen, bij repetities, in de spelersbus. Ik werkte met een regisseur die zei: gebruik die ellende in je spelen, doe er iets mee.”

Het kostte jaren om eroverheen te komen. Stapje voor stapje. Soms was er een goede dag, lukte er weer iets, schoot ze niet in paniek in een menigte. Haar geheim, haar angsten prijsgeven, bleek een wapen om de monsters te verslaan.

Ze heeft vermoedens over de oorzaken van de crisis, maar ze vindt het te makkelijk er etiketten op te plakken. “Als ik dat invul, krijg je bijvoorbeeld als antwoord: ik wilde de goede dochter zijn. Ik wilde niet falen. Terwijl het veel complexer was. Het is een samenspel van omstandigheden, dna en karakter. Ik ben ook behoorlijk perfectionistisch, ik wil alles in de hand houden. Dat kan niet altijd, soms moet je risico’s nemen.”

Acteren, zegt ze, is sowieso je begeven in een wereld die niet veilig is. Datzelfde geldt voor schrijven. Je moet jezelf blootgeven. “Op de toneelschool vonden ze dat het keurige van mij af moest, het provinciale, er moest vuil bij. Ik moest scènes spelen waarin ik schreeuwde: ‘Neuken godverdomme! Geil neuken!’ Godverdomme, dat woord gebruikten we thuis al niet, laat staan neuken. Een docente aan wie ik een hekel had, liet mij een striptease uitvoeren voor de klas. Ik haatte het, maar deed het wel. Met bluf. Je moet dingen aangaan, jezelf confronteren. Dat is noodzakelijk, je kunt niet veilig toneelspelen; dat leer ik de studenten ook nu ik lesgeef. Dan word je middelmatig; saai, bruikbaar.”

‘Dit mag de wereld in’

De depressieve periode was verschrikkelijk, maar ook leerzaam, zegt ze, het heeft haar gevormd. “Ik heb de bodem geraakt, en gevoeld dat de dood troost kon bieden. Omdat er dan een uitweg is. Ik heb daardoor ook leren leven met doodsverachting. Leven is dít. Nu. Meer is er niet. Voor wie zou je bang moeten zijn? Voor iets arbitrairs als de mening van anderen? En ik weet nu: zonder risico is er geen echt leven, dan wacht je een saai bestaan. Doe vooral de dingen die je eng vindt. Dat doe ik, bijvoorbeeld, door zo’n persoonlijk boek te maken. Of door weer stijf van de zenuwen in de coulissen te staan, wachtend om op te gaan voor een volle zaal, terwijl je weet dat je je weer moet overleveren aan de leeuwen.”

Ze heeft er iets onverschrokkens door gekregen. Kom maar op. Ook op papier. Carine Crutzen legt haar hand op het boek. “Dit mag de wereld in.” Haar moeder staat op het omslag, zwierig, dansend, vrij, tijdens een vakantie ergens aan het IJsselmeer. “Zo wilde ze graag zijn. Ze was een mooie vrouw, slim, ze had een mooie zangstem maar durfde niet op het podium te staan. Eigenlijk moest ik worden wie zij niet kon zijn. Mijn moeder ging ervan uit dat ik alles kon, en aankon. Als ik het niet zag zitten, moest ik het tóch zien zitten.”

Ze hééft het ook gedaan, zij durfde het podium wel op, ook al was het soms met pijn in haar buik. Zingen, acteren, en nu ook schrijven. Eerlijk en schaamteloos. “Mijn moeder zou hebben gezegd: kindj, móste dat noe allemoal opsjrieve? Nou, ja dus. Dat moest.”

Carine Crutzen, Uit het Zuiden, De Geus, €19,99, 232 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden