Captain Beefheart, een onimiteerbaar en origineel tripletalent

Jan van vliet (een foto uit 1988). Foto AP

AMSTERDAM - Hij was een van de origineelste geesten in de geschiedenis van de Amerikaanse muziek. Hij was een van de beste blanke blueszangers die er ooit zijn geweest. Hij was een van de indrukwekkendste bluesharmonicaspelers aller tijden. Hij was een dichter. Hij was een beeldend kunstenaar. En hij was een stapelaar van mystificaties. Vrijdag is hij overleden, Don Van Vliet, alias Captain Beefheart, op zijn 69ste aan de gevolgen van multiple sclerose, een ziekte die hem de laatste twintig jaar langzaam sloopte.

Hij laat een eindeloze reeks schilderijen, tekeningen en gedichten na en een oeuvre van twaalf albums, waarvan er één, de dubbelelpee Trout mask replica, het aangezicht van de popmuziek in 1969 voorgoed veranderde.

Een paar van die mystificaties. Hij beweerde een nazaat te zijn van de Delftse schilder Hendrick Cornelisz. van Vliet, een tijdgenoot van Rembrandt. Hij beweerde een stemomvang te hebben van zevenenhalf octaaf. Hij beweerde dat hij de muziek van Trout mask replica in acht uur achter een piano had gecomponeerd.

Allemaal kletskoek.

Captain Beefheart werd in een ziekenhuis in Los Angeles geboren als Donnie Vliet. Dat tussenvoegsel 'van' bedacht hij er later zelf bij, voornamelijk uit bewondering voor Vincent van Gogh. Hij had hoogstens vier octaven op zijn stembanden, die hij bewust beschadigde door chronische verkoudheden op te wekken en hard te zingen, net zolang totdat hij klonk als Howlin' Wolf. Misschien is ook dat een zwetsverhaal, maar feit is dat er weinig zangers, links van Wilson Pickett, zo'n fantastisch gruizig geluid uit hun keel konden laten ontsnappen.

En de muziek voor Trout mask replica kwam in werkelijkheid tot stand na een absurd intensieve voorbereiding van negen maanden onder armoedige omstandigheden in een huis aan de Entrada Drive in Woodland Hills, waar drummer John French en gitarist Bill Harkleroad (tien jaar jonger dan Vliet) muzikale vertalingen probeerden te vinden voor de piano-improvisaties van de dictatoriale, paranoïde Beefheart, of voor de melodieën die hij floot. Een gebed zonder eind. Credits kregen ze er niet voor. ''Hij kon zich een partij die hij zojuist had bedacht, tien minuten later al niet meer herinneren,'' schreef Harkleroad in zijn boek Lunar notes. Ook French rekende in een boek over zijn ervaringen met de Captain af met deze traumatische tijd (Through the eyes of magic).

Maar hoe traumatisch de totstandkoming ook was geweest, Trout mask replica was, en is nog steeds, een verbijsterende plaat. Geproduceerd door Beefhearts jeugdvriend Frank Zappa, die hem later zowel zou dwarszitten (door de release van de plaat Bat chain puller tegen te houden) als zou helpen (door hem mee te nemen op de Bongo fury-tournee). Ook zijn naam is niet van Zappa los te zien. Samen bedachten ze een scenario voor een film (Captain Beefheart vs the grunt people), die nooit van de grond kwam. Maar de naam bleef.

De abstracte mengeling van scherpe, hoekige blues, free jazz, sonante polyfonie en polyritmiek van drums, bas en gitaren (Fender!) en dichterlijke vocale erupties op Trout sloot aan bij het freakdom van de hippietijd, maar de plaat is goedbeschouwd tijdloos en nimmer geëvenaard. Ook niet door Beefheart zelf trouwens. Niet dat zijn latere werk inferieur is. Het onheilspellende gebruik van de mellotron op Doc at the radar station (1980) maakt nog steeds diepe indruk, en zijn allerlaatste album, Ice cream for crow (1982) is zelfs een van de sterkste, maar je kunt als artiest maar één keer uit het ei komen, en dat was op Trout mask replica.

Zijn sound werd geboren op Safe as milk, de debuutplaat van Captain Beefheart & his Magic Band, in het nummer Electricity. Maar met Ry Cooder op gitaar werd hier nog keurig binnen de lijntjes gekleurd. Pas op Trout werden alle spelregels losgelaten.

Het genoegen van commercieel succes heeft Beefheart nooit mogen smaken. Daarvoor was hij toch te veel een buitenstaander. Des te onvergetelijker was zijn optreden in Van Oekels Discohoek in 1974, toen hij zijn single Upon the my-oh-my stond te playbacken, terwijl hij als een doodenge slangenbezweerder in de cameralens staarde. Het nummer stond op Unconditionally guaranteed, samen met Bluejeans & moonbeams een halfslachtige poging van Beefheart om een groter publiek aan te boren met een compleet andere groep musici, die door de fans de Tragic Band werd gedoopt in plaats van de Magic Band.

In 1982 zei hij de muziek vaarwel, een beslissing gestimuleerd door de Duitse galeriehouder Michael Werner, die wel iets zag in Vliets schilderijen, maar het ongewenst vond als hij een schilderende rockster zou blijven. De stap naar een fulltime beeldend kunstenaarschap was voor 'Van Vliet' volkomen natuurlijk. Hij was als beeldend kunstenaar begonnen. Op zijn dertiende kreeg hij zelfs een beurs aangeboden om in Europa te gaan studeren (wat hij niet deed; hij mocht niet van zijn ouders) en als vijfjarige was hij wekelijks op de Amerikaanse schooltelevisie te zien als teken- en boetseerwonder.

Als schilder staat zijn werk stevig in de traditie van het abstract expressionisme à la Arshile Gorky en Willem De Kooning. Tien jaar geleden nog was in België een aan hem gewijde tentoonstelling te zien met kleurige olieverfschilderijen, waarop hij figuratie (meestal mensen of dieren) had gemengd met abstracte, explosieve beelden in een aan Cobra verwante stijl. De doeken droegen meestal opvallende titels. Meaty Blond People Danced at the End of the Hall Yellow and White - het zou zo een zin uit een van zijn nummers kunnen zijn. (ERIK VOERMANS)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden