PlusBlikvangers

Capriccio: patstelling van mensen in conflict met elkaar

De stad staat vol met kunst, van wereldvermaarde kunstenaars tot anonieme beeldhouwers. Wat zijn de verhalen achter deze beelden?

Oostenburgergracht / Oostenburgervoorstraat.Beeld Nosh Neneh

Sinds 1984
Kunstenaar Ronald Tolman
Waar hoek Oostenburgergracht / Oostenburgervoorstraat

Er staan twee beelden van de auto­didactische kunstenaar Ronald ­Tolman in zijn geboortestad Amsterdam. In 1985 maakte hij Man op kruk (ook wel De toeschouwer), een bronzen figuur die naar een abstract ornament van kunstenaar Liesbeth Pallesen kijkt (dat werd in 1996 overigens uit het Westerpark gestolen en een jaar later vervangen door een ander plastiek). En een jaar eerder had Tolman al een veel groter beeld gemaakt, dat een plek kreeg voor het pas geopende nieuwbouwblok voor dak- en thuislozen aan de Oosten­burgergracht.

Tolman, die inmiddels in het Gelderse Beuningen woont, herinnert zich de onthulling nog goed. “Destijds was kunst in de openbare ruimte een feest. Ter opluistering van de onthulling stond er een draaiorgel in de straat. De bewoners van het tehuis maakten een geweldige pestherrie, burgemeester Ed van Thijn hield een praatje en maakte een spontaan dansje met een van de bewoners. De bewoners zijn overigens altijd voor het beeld blijven zorgen. Als er iemand met een spuitbus in de buurt kwam, joegen ze hem weg. Er zit nooit graffiti op.”

Het beeld heet Capriccio en bestaat uit een zes meter hoge obelisk van cortenstaal waarop twee rudimentaire mensfiguren uit brons elkaar in evenwicht houden. Het beeld is bij toeval ontstaan. Er stond een figuurstudie van was in zijn atelier. En een van zijn kinderen – die waren toen nog klein – had over dat beeldje achteloos een zakje met lavendel gehangen, waardoor het letterlijk door de knieën was gegaan. “Al associërend kwam ik tot de slotsom dat de twee figuren een ultieme conflictsituatie verbeelden. Ze zijn tot elkaar veroordeeld; de minste beweging van de een veroorzaakt de val van de ander. Dat is de patstelling van mensen die met elkaar in conflict zijn.” De titel ontleende Tolman aan de muziek; een capriccio (uit het Italiaans: bokkig, springerig, grillig) is een muziekstuk dat vrij is in vorm en een levendig karakter heeft.

Behalve beeldhouwer is Tolman schilder, tekenaar, graficus en auteur. In 1984 schreef hij onder het pseudoniem B. Lemmering voor Hollands Maandblad een vileine parodie op Rudi Fuchs, die destijds directeur was van het Stedelijk Museum. “Naar aanleiding van dat verhaal heeft Fuchs me bezworen dat er in het Stedelijk nooit meer plek voor mij zou zijn. Maar toen koningin Beatrix in 2001 op zijn uitnodiging een keuze mocht maken uit de museumcollectie wilde zij per se ook een beeld van mij. Toen moest Fuchs me met hangende pootjes om toestemming vragen en belandde er een werk van mij in de Schatkamer, de zaal met Beatrix’ lievelingen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden