Cappella Amsterdam eert Arvo Pärt in het Muziekgebouw

Het Muziekgebouw viert zijn tienjarig bestaan, componist Arvo Pärt zijn tachtigste verjaardag en chef-dirigent Daniel Reuss zijn 25-jarig jubileum. Morgen zingt Cappella Amsterdam delen uit Pärts vierstemmige 'mantra van herhalingen', Kanon Pokajanen.

Cappella Amsterdam met dirigent Daniel Reuss Beeld Anne Bonthuis

Hij heeft de muziek van de Estse componist Arvo Pärt niet met de paplepel ingegeven gekregen, maar hij is er in Estland ernstig mee geïnfecteerd geraakt. Dirigent Daniel Reuss (54) lacht. Tot twee jaar geleden was hij, naast zijn chef-dirigentschap van Cappella Amsterdam, zesenhalf jaar verbonden aan het Estonian Phillharmonic Chamber Choir, het 'huiskoor' van Pärt.

Eerst vond Pärt dat Reuss zijn Kanon Pokajanen uit 1997 niet mocht uitvoeren in Tallinn. 'Dat liet hij de manager weten, dat hij vond dat ik er niks van kon. Maar de manager zei: 'Nou Arvo, kom eerst eens luisteren bij de repetities.' En toen vond hij het heel mooi. Bij het concert was hij ook heel aangedaan. Maar twee weken later vond hij weer dat ik er niks van kon. Een ingewikkelde man. Maar in Estland een soort heilige, onaantastbaar, hoog op zijn eigen Olympus.'

Orthodoxe hymne
Pärt wordt 11 september 80 jaar en Cappella Amsterdam viert dat in het feestweekend van het Muziekgebouw met een verkorte concertversie van de Kanon Pokajanen, de Boetepsalmen, het werk van Pärt dat Reuss ook het meest na aan het hart ligt. Het oorspronkelijke werk, gebaseerd op een orthodoxe hymne vol boetedoening, duurt anderhalf uur.

'Je doet de muziek wel iets aan door te couperen, maar deze verkorte versie wordt in Estland vaak zo uitgevoerd, met goedkeuring van Pärt. En zo is er meer evenwicht tussen het liturgische versus het concertante. Na een uur is iedereen echt wel klaar. De luisteraar hoop ik gevuld en verzadigd, de zangers uitgezongen. Het lijkt eenvoudig, maar het is heel moeilijk zingen.'

Vandaag klinkt de Kanon Pokajanen in de Remonstrantse Kerk in de Diepenbrockstraat waar Cappella Amsterdam sinds jaar en dag repeteert. In drie talen en met trefzekerheid en milde ironie voert Reuss de 32 zangers door Pärts zieleroerselen. 'Ik hoop dat de bassen samen vinden wat een d is voor de komende week, of voor de komende drie weken dus eigenlijk.' 'Ja, singen ist schwer.' 'Op deze overgang moet het persoonlijker worden. Eerst heb je die typisch abstractie van Avro Pärt, then you get closer to the heart.'

Spaarzaam werk
Puur muzikaal gezien is het een spaarzaam werk, vertelt Reuss. 'Het is een mantra van herhalingen en meditaties, een constante oproep tot ommekeer. Beter nu tot inkeer komen over onze zonden dan op clementie te rekenen bij het laatste oordeel. Niet zo'n heel populair thema in deze maatschappij, in dit snelle De Wereld Draait Door-bestel waarin we leven. Maar ik denk dat de muziek in een behoefte voorziet van verstilling en bezinning.'

Voor het koor wordt het hard werken in het Muziekgebouw aan 't IJ, zegt Reuss. 'We zingen er nu tien jaar, maar het heeft ons twee jaar en zo'n acht à negen concerten gekost voor we de juiste balans hadden. In de zaal is het klaterhelder en transparant, maar het wil wel eens een beetje afstandelijk klinken. Er blijft een grote afstand tot het publiek, dus je moet heel veel geven, heel intensief zingen. En dat zal bij Pärt sowieso moeten, anders gaat het stuk nergens over. Dat is natuurlijk ook geschreven om in kerken te worden uitgevoerd.'

Jubileum
Dit seizoen markeert Reuss' 25-jarig jubileum bij Cappella Amsterdam, waar hij in 1990 artistiek leider werd. Het koor werd in 1970 opgericht door Jan Boeke en zong voorheen vooral oude (kerk)muziek. Met Reuss kwam er een 'poot' nieuwe muziek bij, waarvan ook heel veel uit Nederland.

Maar vooral de 'spirit' in de groep is voor hem van belang. 'Ik ben altijd op zoek naar goede zangers, maar ze moeten ook het type persoonlijkheid zijn dat met z'n allen een mooi geluid wil maken. Al ben je misschien niet de allerbeste zanger, met enthousiasme voor het ensemble heb je betere kaarten dan solo-zangers die alleen voor zichzelf willen zingen. Het wezen van een koor is dat je sámen zingt.'

Zonder modegrillen
Het elan in de groep is niet onopgemerkt gebleven. Er ontstonden belangrijke samenwerkingen met onder meer Asko Schönberg en het Orkest van de Achttiende Eeuw. In Nederland trekt Cappella Amsterdam jaarlijks 40.000 bezoekers. Zonder modegrillen, benadrukt Reuss, al staan ook voor de komende jaren interessante partnerschappen op de agenda.

'Maar ik hoef niet bij ieder concert videobeelden of een dansgezelschap of een acteur die iets doet, die vernieuwingsdrang in hoe je klassieke muziek presenteert. Niet dat ik er helemaal niet aan meedoe, maar tachtig procent is onderschatting van de kracht van de muziek zelf. Je hoeft muziek niet te verpakken, muziek is zélf iets. Als je muziek goed uitvoert heb je daarmee genoeg te vertellen.'

Cappella Amsterdam, Pärt 80 Boetepsalmen: Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam 11/9, Grote Kerk Almelo 13/9, Pieterskerk Utrecht 18/9, Musica Divina/Abdijkerk Tongerlo 20/9; Stadsgehoorzaal Leiden 26/9; Muziekpodium Zeeland, Veere 27/9 www.cappellaamsterdam.nl

Arvo Pärt (links) met dirigent Daniel Reuss. Beeld Archief
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden