Plus Achtergrond

Cameraman Van der Leij keek zes dagen naar een passieve slechtvalk

Drie jaar filmen leidde tot de natuurdocumentaire WAD, zondag op tv. Cameraman Ruurd Jelle van der Leij keek zes dagen naar een slechtvalk die maar niet wilde jagen. 

Beeld Ruben Smit Productions

Daar zat ie dan, op een paal. Bewegingloos, al poetste hij nu en dan zijn veren. Het was september 2016 op de zandplaat Richel, tussen Vlieland en Terschelling. De slechtvalk keek neer op een omvangrijke groep steltlopers, in zijn ogen lekkere hapjes. Maar aanvallen? Ho maar. Hij keek slechts.

Datzelfde deed Ruurd Jelle van der Leij (34), die met collega-cameraman Melchert Meijer zu Schlochtern en documentairemaker Ruben Smit het leeuwendeel van de beelden maakte voor WAD, de natuurfilm die vorig jaar in de bioscoop zo’n 120.000 bezoekers trok en nu nog langs theaters reist met een liveorkest. Tegenover de slechtvalk op die paal zat Van der Leij in totaal zo’n vijftig uur op een toren. Te focussen, te wachten, te turen, te popelen.

Beeld Ruben Smit Productions/bnnvara

Het was een impasse die uiteindelijk zes dagen standhield, waarna de cameraman als verliezer de zandplaat verliet. “Het was een kansloze missie,” zegt Van der Leij nu. “Negen uur per dag deed ik niets anders dan wachten. Ik ging niet naar het toilet, want stel dat hij dan maar net in de aanval zou gaan. Soms begon hij te strekken en rekken, dan verwacht je actie, maar meestal keerde hij weer terug naar zijn rusthouding.”

De actie kwam er wel een paar keer, maar het was ondoenlijk die vast te leggen. “Binnen een minuut was ik hem kwijt in een wolk van opstuivende vogels. Als ik hem dan weer had gevonden, had hij zijn prooi al te pakken en vond hij het verder wel best. Ging hij weer naar zijn paal. Na zes dagen was ik er klaar mee.”

Geboorte van zeehond

Het kat-en-muisspel met de slechtvalk was de meest extreme beproeving, Van der Leij had andere keren meer geluk. Succesnummers waren bijvoorbeeld de geboorte van een zeehond, het filmen van een nest jonge slechtvalken en de jacht van een slechtvalkenpaar op een groep postduiven. “Dat laatste gebeurde op Vlieland, een jaar na die mislukte missie op Richel. Elk weekend werden wedstrijden voor postduiven gehouden, dat wisten die slechtvalken op een gegeven moment ook wel. Toch had ik liever de jacht op die steltlopers gefilmd, dat zijn tenminste echte wadvogels.”

Geduld en doorzettingsvermogen zijn voor een natuurfilmer onontbeerlijk, net als kennis en vindingrijkheid. Zo werd de zeehonden­bevalling gefilmd vanuit een speciaal vervaardigde houten cabine, gebruikten de makers een soort looptent om zich ongezien in te verplaatsen en werd een GoPro-camera vermomd om minder op te vallen.

“Dat was nodig om op Rottumerplaat een nest jonge slechtvalken van dichtbij te filmen. In het eerste jaar vonden de ouders die GoPro een indringer en voerden ze de jongeren buiten het zicht van de camera. Een jaar later heb ik er een kastje met een glazen plaat omheen gebouwd. Een van die valken keek in het glas, zag zichzelf en vond het best. We kregen alles in beeld.”

Per jaar was Van der Leij honderd tot honderdtwintig dagen op de Wadden, waarbij hij niet zelden rond vijf uur begon en tegen tienen in de avond stopte. “Daarna moest ik nog de beelden van de camera overzetten naar de computer en de accu’s opladen. De nachten waren kort.”

Beeld Ruben Smit Productions/bnnvara

Hoewel er frustrerende momenten waren – de slechtvalk – blijven de beloningen het meest bij. “Het mooiste shot? Dat was een gelukje, ook op Richel. Ik zat al zeven uur te filmen bij zeehonden, waar twee mannetjes ruzie kregen. Er lag een pup op de route van een van hen; ik vertrouwde het niet en focuste met de camera op die pup. Binnen vijf seconden was dat mannetje bij hem; hij pakte hem in zijn bek en slingerde hem weg. Wreed, maar heel bijzonder beeld.”

Het woord wreed is vaker van toepassing op WAD, in verschillende gradaties. Zo worden muizen in een storm van de dijk geblazen en is de kijker getuige van het sterven van meerdere dieren. “Aan het slot van onze draaitijd, in maart 2018, was er nog een zware winterweek waarin duizenden vogels omkwamen. Mij staat een scholekster bij die verdrinkt in een soort ijssoep. Op een gegeven moment is hij te moe om zijn kop nog boven water te houden, je ziet hem vechtend ten onder gaan. Het liefst had ik al die vogels naar de opvang gebracht, maar dat is niet reëel. Ook die kant van de natuur moesten wij laten zien.”

Beeld Ruben Smit Productions/bnnvara
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden