Plus

Cabaretiers en andere predikers: ‘Diepzinnig, maar zeker niet prekerig’

Mensen bereiken, daar gaat het om – zowel in een kerk als op het toneel. En nu bundelen predikers en cabaretiers hun krachten, om in duo’s het publiek in vervoering te brengen. ‘De ene tekst lokt de andere uit.’ 

Theatermaker en -docent Minou Bosua en hoogleraar theologie en lekendominicaan Erik Borgman. Beeld Ramon Mangold

Waarom sta je voor al die mensen? Wat heb je te vertellen? 7 oktober ontmoeten vier cabaretiers en vier predikers elkaar in de Dominicuskerk in de Spuistraat. Ze gaan op zoek naar raakvlakken tussen hun roepingen. Onder hen theoloog en dominicaan Erik Borgman (1957) en cabaretière Minou Bosua (1969).

Cabaretiers en andere predikers is een samenwerking tussen de Koningstheateracademie, een hbo-opleiding voor cabaretiers, en de Orde der Predikers, beter bekend als de dominicanen. De eerste voorstelling in Den Bosch was al snel uitverkocht. Ook de deelnemers waren direct enthousiast over het idee.

Bosua: “Ik heb mezelf weleens een predikant van het bewustzijnsamusement genoemd. Met De Bloeiende Maagden, mijn cabaretduo met Ingrid Wender, hebben we menigmaal geprobeerd een kerkdienst te maken en het verhaal van Jezus opnieuw te vertellen. Op onze eigen manier dan. Ik ben altijd doordrongen geweest van de overeenkomsten tussen prediken en cabaret.”

Borgman: “Dat geldt ook voor mij. Ik ben van de Neerlands Hooptijd. Dat vond ik heel mooi. Heel goed. Ik zag echt wel dat het meer was dan alleen lachen. Theater komt bovendien voort uit de liturgie. Dat voel ik ook echt zo. Wat je in de kerk zegt, moet je natuurlijk wel menen, maar je denkt na over de vorm. Over hoe je mensen bereikt. Dat zie je terug in deze voorstelling. Dominicanen kunnen wel iets met cabaret.”

Aan de keukentafel

Bosua: “We hebben veel gesprekken met elkaar gevoerd. Had ik opeens een hoogleraar theologie aan de keukentafel zitten. Ik ben onder de indruk van Eriks kennis en innerlijke weten. Mijn nieuwsgierigheid werd direct geprikkeld. Ik denk dat ik in de kern een heel religieus iemand ben, die van huis uit nooit de basis heeft meegekregen. Maar ik omarm het mysterie en voel die behoefte aan betekenis.”

Borgman: “We hebben lang gepraat over wat ons bindt. Zo zijn we allebei een broertje ver­loren. Minou wilde daar iets over vertellen en toen kon ik dat ook doen. De ene tekst lokte de andere uit. Vanuit dat soort persoonlijke zaken zochten we naar grotere thema’s. Zonder dat het direct religieus hoefde te worden overigens, maar je wilt wel zichtbaar maken wat daaronder zit.”

Bosua: “Ik ben stinkend jaloers op Eriks enorme vertrouwen dat het wel goedkomt. Ik zeg vaak: ik vertrouw het leven voor geen meter en daar heb ik alle reden toe. Mijn vader is over­leden toen ik nog klein was. Dat draag je met je mee. Mijn moeder heeft me altijd alle vertrouwen gegeven, maar daardoor ging ik weer denken: kan ik dat wel waarmaken?”

Borgman: “Ik vertel in de voorstelling dat ik een huilerig kind was. Gauw bang. Bij ons thuis was dat geen probleem, maar mijn oma had wel zoiets van: joh, je bent een jongetje, doe eens flink. Toch heb ik altijd geloofd dat het wel goed zou komen met mij. Dat kun je geloof in God noemen. Ik zeg niet dat je je maar door de tijd moet laten meevoeren hoor. Dat is newage­geklets. Genoeg mensen die in de tijd verzuipen. Maar je voortdurend tegen alles verzetten gaat je ook niet helpen. Problemen jagen mij geen schrik aan.”

Ontroerend, en soms onhandig

Naast Borgman en Bosua zijn er nog drie andere duo’s: Holkje van der Veer en Patrick Nederkoorn, Jozef Essing en Kiki Schippers en ­Richard Steenvoorde en Thijs van de Meeberg. Allemaal hebben ze hun eigen vorm gezocht om elkaar te doorgronden.

Bosua: “Het is in alle gevallen een verkenning tussen twee mensen. Kiki zingt een prachtige psalm met Jozef. Holkje en Richard vertellen verhalen, maken grappen. Dat vind ik het mooist, als mensen zich op elkaars terrein be­geven. Het is vaak ontroerend. Soms ook on­handig of ongemakkelijk, maar je ziet dat er toenadering is.”

Borgman: “Je kunt wel twee werelden tegenover elkaar zetten die vertellen wat ze niet aan de ander begrijpen, maar dat is minder interessant. Ik denk dat alle duo’s erin geslaagd zijn om naar de overkant te komen, voorbij de ontmoeting te kijken. Minou en ik hebben gezocht naar een slot waarmee we onze saamhorigheid benadrukken, om die vervolgens met het publiek te kunnen delen. Diepzinnig, maar zeker niet prekerig. Ik wilde niet dat mensen zouden denken: ben ik er tóch ingetuind, moet ik tóch Jezus zeggen. Ik ken de gevoeligheden.”

Cabaretiers en andere predikers: 7/10 in de Dominicuskerk, Spuistraat 12.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden